Obi, ik hou van jou.
Wie weet kent u hem. Knappe vriendjes heb je nooit voor jezelf alleen. ‘Dat weet jij maar al te goed hè’, zeg ik tegen mijn vriendin Jet. ‘Zeg maar ja.’
Obi en ik hebben elkaar leren kennen toen mijn Acer (laptop) kuren had. Hij nam de telefoon op toen ik in paniek naar delaptopman.nl belde. ‘Dag meneer Buwalda’, zei hij, ‘ik ben Obi.’
Wat was er gaande, ik had de dag ervoor lekker zitten scheppen, als in creëren. (Dokter Arnie belt me wel eens op, mijn lijfarts, ‘Ha Buwalda, zit je lekker te scheppen, als in creëren?’) Edoch, toen ik ’s ochtends de wondertrommel opende, bleek er niets in te zitten. De gehele dagopbrengst was opgegaan in dunne rook.
Ik snap wel dat het geen opsteker is, als je Joost Klein bent, en je mag je liedje niet zingen. Niks aan. Maar dit was erger. Het was namelijk al de derde keer. (Pas als Joost Klein nog twee keer meedoet, en hij allebei de keren zijn liedje niet mag zingen, mag hij klagen.)
Het is verbluffend hoeveel je op een werkdag klaarspeelt. Dat merk je pas als alles weg is. Kriskras door het manuscript waren er woordjes bij gekomen of juist verwijderd, die nu ontbraken of er juist nog stonden. Heel wat zinnetjes krulden net even de andere kant op. Van bepaalde fonkelnieuwe exemplaren geen spoor te bekennen. Verscheidene komma’s. Een gedachtenstreepje. En altijd wel een kunstig ingevlochten, kakelverse verhaallijn, inclusief cliffhanger en natuurbeschrijving.
Foetsie. Ik moet toegeven dat ik alle drie de keren detoneerde, oorverdovend hard en grofgebekt. Alles in het vocale. Geen gebaren. Wil ik even gezegd hebben. De derde keer, en ik lieg niet, deden de kinderen van de buren me na. We hoorden ze, als een echo, roepen: ‘NEE. GODVERDOMME NEEEEE! WHAAA, WHAAA!’
Mijn vriendin Jet lachen. Aan de snelle kant, trouwens. Ik zat nog midden in de shock. Riskant, om dan al te gaan zitten lachen, heb ik haar eerlijk toegebulderd.
‘Obi.’
‘U zegt?’
‘Je moet nu naar Obi.’
‘Als in Obi zeggen, Obi doen?’
Kijk, mijn Acer helemaal binnenstebuiten keren kan ik heus wel zelf. Ik heb vaker met dit bijltje een Acer aan spaanders gehakt. Schroefjes eruit, chips op een rijtje, als een drilsergeant de rotten afblaffen. Hielp deze keer niet, alles was op een diepere manier verdwenen, een bovennatuurlijke.
Hier komt Obi in het verhaal. Mooie, rustige telefoonstem heeft hij. ‘Peter’, zei hij, omdat hij Peter mocht zeggen, ‘kunt u mij toelaten in uw computer middels anydesk? Ziet u het icoontje? Druk er maar even op.’
Levensgevaarlijk, schoot het door me heen. Omgekeerde fishing, ik zwom zelf naar de wallekant. Geef me je haak, zei ik tegen deze Obi, wie heet er nou zo, dan sla ik hem zelf door mijn onderlip.
Het was heerlijk, met Obi. Nooit eerder vloog een cursor zo daadkrachtig rond, als een honingbijtje, clickerdeclick, hop, pats, open, dicht, klaar, zand erover, hop. Binnen vijf minuten bezat mijn Acer geen geheimen meer voor Obi, die een compleet nieuw officepakket installeerde, ik mocht meteen betalen, het cursorbijtje opende mijn bankapp.
Haakje er eventjes uit? Obi?
‘Wilt u dat, Peter?’, vroeg Obi alsof het om een condoom ging.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns