Home

Analyse: Waarom de Franse GP keuze voor Ducati nog lastiger maakt

Nog voordat het MotoGP-seizoen 2024 van start ging, zette Francesco Bagnaia zijn handtekening onder een nieuw contract bij het fabrieksteam van Ducati. Voor 2025 en 2026 is aldaar dus nog één zitje over, waar meerdere rijders op azen. Jorge Martín heeft twee jaar op rij naast promotie naar de hoofdmacht gegrepen en is ook duidelijk geweest over zijn verlangen om volgend jaar wél in het rood van de Italiaanse fabrikant uit te komen. Tegelijkertijd geldt ook Marc Márquez als kandidaat sinds hij voor het huidige seizoen de overstap maakte naar satellietteam Gresini Racing. En dan is Enea Bastianini er ook nog, de huidige teamgenoot van Bagnaia bij Ducati.

Voor alle drie de rijders waren al argumenten te bedenken om een plek in het fabrieksteam te rechtvaardigen. Met de uitstekende seizoensstart van Martín, de snelle aanpassing van Márquez aan de Ducati en de wederopstanding van Bastianini na een moeilijk 2023 was de keuze voor Ducati hoe dan ook lastig - en eentje die waarschijnlijk niet alleen op basis van prestaties wordt gemaakt. Wat betreft het criterium 'prestaties' heeft de Grand Prix van Frankrijk van afgelopen weekend de keuze op het oog alleen maar lastiger gemaakt, want de drie kandidaten hebben zich in Le Mans allemaal van hun beste kant laten zien.

Van de drie kandidaten geldt dat zo mogelijk het meeste voor Martín. De Pramac-rijder crashte in de Spaanse GP en zag zijn voorsprong in het kampioenschap slinken, maar in Le Mans heeft hij zich knap gerevancheerd: snelste in de twee vrijdagse trainingen, een ronderecord met pole-position én een zege in de sprintrace op zaterdag, gevolgd door de Grand Prix-zege op zondag na een heerlijk duel met Bagnaia en Márquez. Buiten een crash laat in de kwalificatie kun je niet veel dichter bij perfectie komen in de MotoGP, zo weet de rijder in kwestie zelf ook: "Dit was denk ik een van de beste weekenden van mijn carrière."

Martín sloeg uit blijdschap zijn ruitje en vizier aan diggelen.

Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images

Het is een prestatie die veelzeggend moet zijn voor Ducati, ware het niet dat Márquez ook uitstekend voor de dag kwam in Frankrijk. Zijn vrijdagtraining mislukte door een crash en in de kwalificatie bleef hij weliswaar steken in Q1, maar in de beide races liet hij zich van zijn beste kant zien. De zesvoudig MotoGP-kampioen werd na een uitstekende start tweede in de sprintrace, een prestatie die hij zichzelf niet snel zag herhalen in de Grand Prix. Daar slaagde hij uiteindelijk toch in door na een inhaalrace snel naar Martín en Bagnaia te rijden, om laatstgenoemde met een strakke inhaalactie in de laatste ronde te passeren.

En dan is er ook nog Bastianini, die van het drietal op papier het minst goede weekend kende door in beide races op het podium te ontbreken. Dat vertelt echter niet het hele verhaal van de Italiaan, die door gele vlaggen in de slotfase van Q2 genoegen moest nemen met de tiende startpositie. In de sprintrace knokte hij zich enigszins onzichtbaar naar de vierde plaats, een resultaat dat hij op zondag herhaalde. Die vierde plek stelde Bastianini veilig ondanks een long lap-penalty voor het afsnijden van een bocht. Na het inlossen van die straf was hij in vrijwel alle resterende ronden de snelste man op de baan, waardoor hij uiteindelijk slechts twee seconden achter de podiumklanten eindigde.

Met drie kandidaten in topvorm wordt de keuze voor Ducati omtrent de invulling van het tweede zitje lastiger en lastiger, waarbij vooral Martín en Márquez als kanshebbers gezien worden. "Het is vreemd, want ik heb de snelheid, toch?", vraagt Bastianini zich dan ook af na afloop van de Franse GP. "Soms moet je wat geluk hebben en wat dingen samen laten komen, maar bij mij gebeurt dat op dit moment niet. Het maakt me ook een beetje boos. Ducati ziet mijn potentieel en ziet wat ik kan doen, maar Ducati ziet ook wat Jorge op dit moment doet. Hij won de race en hij is razendsnel."

Bastianini jaagt op Márquez tijdens de Franse Grand Prix.

Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images

Na zijn tweede Grand Prix-zege van 2024 vindt Martín op zijn beurt dat hij niets meer hoeft te laten zien aan Ducati om promotie naar het fabrieksteam te rechtvaardigen. "Ik heb al gedaan wat ik moest doen", zegt de WK-leider, die na vijf raceweekenden 38 punten voorsprong heeft op nummer twee Bagnaia. De 26-jarige Madrileen denkt bovendien dat zijn prestatie in Le Mans - evenals prestaties in de komende races - weinig uitmaken voor de keuze die Ducati onder leiding van Gigi Dall'Igna maakt. "Ik denk dat ze al een keuze hebben gemaakt. En die keuze is goed, ongeacht wat die is."

Ook na de race in Le Mans maakt Martín er geen geheim van dat hij zichzelf graag bij het fabrieksteam ziet. "Maar als ze me om wat voor reden dan ook niet willen, dan ga ik mijn talent ergens anders inzetten", is hij duidelijk. Daar staat tegenover dat Márquez zich tegenover Sky Italia iets meer in nevelen hulde. De 31-jarige rijder uit Cervera wil volgend jaar graag weer op een fabrieksmotor zitten, maar het lijkt hem weinig uit te maken waar dat is. "Nu ik competitief ben, wil ik proberen volgend jaar de nieuwste versie te hebben. Motor, kleur en merk maken niet uit. Je hebt met zo'n motor meer kansen om voor het kampioenschap te vechten."

Met de intentie om begin juni rond de GP van Italië een knoop door te hakken, komen er belangrijke weken aan voor Ducati. Op basis van de recente prestaties is het onduidelijker dan ooit wie in 2025 op de Ducati naast Bagnaia plaatsneemt en ook algemeen directeur Dall'Igna erkent dat het geen makkelijke keuze wordt. "Het is zeker moeilijker geworden", lacht de Italiaan van Ducati. "Dit is mijn werk en ik moet de beste rijder kiezen voor ons fabrieksteam, maar ook voor de andere Ducati-teams. Ik heb komende week iets om over na te denken!"

Source: Motorsport

Previous

Next