Natte winters, droge en hete zomers en vaker grillig en extreem weer: dat zijn volgens het KNMI de scenario's voor het Nederlandse klimaat van de toekomst. Dat gebeurt niet van de ene dag op de ander, maar richting 2100 gaat het die kant op.
Nederland warmt sneller op dan het wereldgemiddelde. In het meest pessimistische scenario is ons land tegen 2100 met 6 graden Celsius opgewarmd ten opzichte van de twintigste eeuw. In het "beste" geval is het dan 2,5 graden warmer. Dit soort temperatuurstijgingen vertalen zich naar hittegolven van tot wel 45 graden in de zomer.
Om een toekomstbestendig en leefbaar land te blijven moet Nederland op tijd inspelen op die gevolgen, schrijven wetenschappers van onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), KNMI, Deltares en Wageningen University & Research in een rapport dat dinsdag verschijnt.
De belangrijkste conclusie van de 160 pagina's tellende studie is dat de aanpassing aan klimaatverandering een grotere rol moet innemen in al het toekomstige beleid, en binnen meerdere sectoren. De diverse groep wetenschappers doelt daarmee bijvoorbeeld op politieke keuzes over ruimtelijke inrichting en woningbouw, maar ook over landbouw en natuurbeleid.
De afgelopen jaren veranderde het klimaat, en de komende jaren gaat dat door. De aarde warmt op, met als grootste oorzaak: de uitstoot van broeikasgassen (bijvoorbeeld CO2 of methaan). Die uitstoot inperken, bijvoorbeeld door klimaatbeleid te voeren, heet mitigatie.
Hoezeer de wereld zich ook inspant om de klimaatdoelen te halen, zal de aarde alsnog doorgaan met opwarmen. Daarom is het ook belangrijk dat we ons aanpassen naar de gevolgen van die opwarming, door onze omgeving en levensstijl erop aan te passen. Dat heet adaptatie. Enkele voorbeelden zijn: hogere en sterkere dijken, hitteplannen voor steden, of water besparen voor drogere periodes.
Klimaatverandering is niet iets waarvan we de effecten in de toekomst pas merken, laat dit rapport weer eens zien. Ook nu zijn die gevolgen al voelbaar in Nederland en kunnen ze zelfs een bedreiging vormen voor de samenleving.
Met name kwetsbare groepen zoals ouderen, chronisch zieken of mensen met een lager inkomen lopen risico, vertelt auteur Frank van Gaalen. Zij hebben niet altijd de middelen om zich weerbaar te maken of hun omgeving aan te passen.
Een voorbeeld van zo'n klimaatrisico is de hittegolf in de zomer van 2019, waarbij vierhonderd mensen meer dan normaal stierven. Ook kun je denken aan de verwoestende overstromingen in Limburg en de daarop volgende honderden miljoenen euro's aan schade.
Daarnaast zijn droogte en hitte funest voor de natuur en biodiversiteit, brengen ze de landbouw in de knel en hebben ze negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van (drink)water in de zomer. Daarbovenop zetten extreme weersomstandigheden de infrastructuur, gebouwen en het elektriciteitsnet verder onder druk.
Het is niet te laat om daarop voorbereid te zijn, maar de wetenschappers raden wel aan het beleid dat er al is (zoals het Deltaprogramma) te versnellen. Bij nieuw beleid moet adaptatie een "sturende rol" krijgen, concluderen ze. De overheid moet daarin de regie nemen en sectoren helpen met aanpassen.
Zo kan er in de woningbouw worden nagedacht over of we met zeespiegelstijging nog wel in laaggelegen polders en naast dijken willen bouwen. Voor de landbouw bieden andere soorten gewassen die beter bestand zijn tegen droogte misschien uitkomsten.
In warm, stedelijk gebied kunnen woningen hittebestendiger worden gemaakt. Ook kan meer groen tussen de stenen veel betekenen. Zelfs de invoering van siësta werd nog genoemd - al is de kans klein dat zoiets er daadwerkelijk komt.
Source: Nu.nl economisch