Ergens tussen de malse velden van het Waterland brak de ketting van mijn racefiets. Op mijn telefoon kon ik nog net zien dat ik 12 kilometer van huis was, toen hield die er ook mee op. In eerste instantie verbaasd over het isolement waarin ik me plots bevond ging ik in de berm zitten, wachtend op een driftbui die niet kwam.
Misschien was het de reiger die verderop met gespreide vleugels kalm zat te zonnebaden. Misschien lag het aan het subtiele verschil tussen pech en overmacht. Het ene wil je wegslikken of herstellen, aan het andere kan je je alleen maar overgeven.
Lukt dat, dan wordt alles ineens verdomd helder: gij zult drie uur sjokken met de fiets aan de hand - op sokken, want fietsschoentjes zijn niet te doen. Straks zal ik thuis een ongeruste geliefde aantreffen, maar nu loop ik in de avondzon door de schitterende velden en mag ik best een deuntje fluiten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns