Als je ruim dertig jaar voetbaljournalist bent, is bijna elke voorkeur voor bepaalde clubs verdwenen. Meegewassen in sopjes van alledag. Soms zijn ze geweldig, die clubs, of de individuen bij een club. Soms zijn ze vreselijk. Het is net het gewone leven.
Zo is inmiddels genoegzaam bekend dat Groningse nuchterheid niet bestaat, althans niet in het voetbal. Een jaar geleden namen hooligans de controle bij de club min of meer over, toen degradatie zich aftekende. Konden ze niet verkroppen, de stoere mannen.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vrijdag, een jaar later, was het fascinerend en vrolijkmakend tegelijk om na de promotie de bestorming van het veld door duizenden supporters te aanschouwen. Ook de stoere mannen van toen waren weer kind. Uitgelatenheid was geen accurate beschrijving voor de oceaan aan vreugde die het veld overspoelde.
Het hoort bij sport, de opkomst en de ondergang. FC Twente was ook zo’n club van uitersten. Ze wilden echt heel groot worden in Enschede, groter dan mogelijk was. Ergo: veel te veel geld uitgegeven, luchtkastelen gebouwd, bijna failliet gegaan, gedegradeerd, glorieus teruggekeerd, met ander, veel verstandiger beleid. En kijk nu eens, FC Twente is met nog een duel te spelen bijna derde, na PSV en Feyenoord. Zondag werd zeven keer gescoord tegen Volendam, waarna Jannes, een neef van trainer Joseph Oosting uit het woonwagenkamp in Emmen, nog even een mopje kwam zingen. Het publiek was dol van vreugde, en terecht.
Vitesse dan. Vroeger ook zo’n mooie club, alleen al door stadion Monnikenhuize, dat zo nederig verstopt lag in het loof. Als je daar eenmaal binnen was, zag je aanvalsgolven van prachtig voetbal met veel helden uit de regio. Je kon de voetballers bijna aanraken. Daarna kwam Karel Aalbers uit Eerbeek, die dacht dat Vitesse een soort Manchester United kon zijn. Mispoes. Zijn megalomanie werkte aanstekelijk, want het ging van gekte tot waanzin, totdat de onvermijdelijke, totale ineenstorting zich voltrok.
Nu zit daar telkens een ingehuurde meneer, Edwin Reijntjes, persconferenties te geven met mededelingen over hoe nijpend de situatie is. De komende weken zal blijken of Vitesse een licentie krijgt, met 17 mei en 15 juni als piketpalen, maar in feite telt elke dag. Vitesse toont veerkracht, zeker op het veld, door twee gewonnen duels in de laatste weken, terwijl degradatie allang een feit is.
Als Vitesse blijft bestaan, ga dan spelen met eigen jongens uit Arnhem en omstreken, zoals Groningen dat deed met Thom van Bergen uit Haren, met al dat talent uit de stad Groningen, tot aanvoerder Leandro Bacuna uit Beijum toe, een buitenwijk van de stad, waar de voetbalkooi zijn cocon was van oefening en kunst.
Al die mensen op het veld in Groningen lieten zien hoe belangrijk voetbal is voor de gemeenschap. Dat begrijpen ze bij Vitesse inmiddels ook weer, al heeft het lang geduurd voordat de hoogmoedswaanzin uit de hoofden was gewaaid. Het is te hopen dat ze het redden bij Vitesse. Want hoe onooglijk klein de club ook is op het moment, Vitesse is groot genoeg om te blijven bestaan.
Source: Volkskrant columns