Home

Wie de natuur wil zien, moet steeds vaker de stad in

De stad ontpopt zich steeds meer als herberg voor plant en dier, die het elders moeilijk hebben.

Ja hoor, daar waren ze weer, precies volgens de dienstregeling: gierzwaluwen, rond de oude Koninginnedag rechtstreeks vanuit Afrika ingevlogen. Het ‘sikkeltje’ is een uitgesproken stadstoerist, die trouw elk jaar hetzelfde hotel boekt: die ene beetje scheve dakpan op diezelfde oude woning.

Met die stadsliefde was de gierzwaluw – net als huismussen, vleermuizen en padden – zijn tijd ver vooruit. Want de natuur bevindt zich steeds meer in de stad. Waar het boerenland grofweg is verworden tot levenloze vlakten ‘grasfalt’, tiert de biodiversiteit in steden en dorpen relatief welig. ‘Algemene planten- en diersoorten vinden er, juist omdat het stedelijke landschap van alles wat heeft, hun thuis. De stad gebruikt minder gif dan in de landbouw, oefent minder druk uit op de bodem en stoot minder stikstof uit’, legde Koos Biesmeijer, hoogleraar natuurlijk kapitaal en werkzaam bij Naturalis, eens uit in een interview.

Buiten de stad is ook steeds minder natuur, berekende het CBS dit jaar. Tussen 2013 en 2022 nam de oppervlakte natuur- en bosgebied met bijna 2,5 procent af (158 vierkante kilometer, oftewel 1,5 keer de oppervlakte van Den Haag). Daarentegen nam het bebouwde gebied (voor wonen, industrie en infrastructuur) met 277 vierkante kilometer toe.

Dat klinkt droevig voor de buitenmens. Maar omdat het voorjaar is en de gierzwaluwen terug zijn, laten we hier ons zonlicht eens over schijnen. Want wat gaat er veel goed in de stad!

Neem dat Den Haag. Wethouder Robert van Asten lanceerde daar onlangs een plan voor meer woningen én meer groen rondom het Centraal Station, nu nog een troosteloze stenen woestijn waar een permanente straalstroom elke bezoeker uit z’n hemd blaast. Niets deprimerender dan de entree van de ‘hofstad’ per auto: het snelwegknooppunt Prins Clausplein is al een belediging voor prins en onderdaan, de daaropvolgende halfopen tunnelbak van de Utrechtsebaan ontneemt je spontaan elke levenslust. Gaat Van Asten wat aan doen: ‘De vergissing uit de jaren zestig om een snelweg de stad in te laten lopen, gaan we terugdraaien.’ Meer groen, minder snelweg.

Zo ontpopt de stad zich ook elders tot pleisterplaats voor de verworpenen der natuur. De diepe tuinen in de Amsterdamse grachtengordel blijken een bron van biodiversiteit, onderzocht bioloog Menno Schilthuizen eens. In Woerden spannen natuurliefhebbers zich in voor behoud van het Jan Ruijspad, een ‘vergeten stuk zompige natuur’ langs het spoor. Nadat de kaasfabriek ERU – producent van nogal smerige smeerkaas in een kuipje – het terrein had verlaten, keek niemand ernaar om en ontstond er spontaan natuur. Nu huizen er groene kikkers, egels, wezels en watersnippen. Midden in de stad.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur. 

Helemaal feest is het in Amersfoort. Het gemeentebestuur weigert mollen te bestrijden die overlast zouden geven bij twee sportverenigingen. Waar een mol op het platteland al snel eindigt in een klem van de boer, vindt Amersfoort het doden van de dieren ‘buitenproportioneel’. Rioleringen repareren of preventieve maatregelen nemen is zinvoller. Ook ratten en andere dieren zijn in de groene en ‘diervriendelijkste gemeente van Nederland’ veiliger dan elders. Wethouder Johnas van Lammeren beschouwt ze niet als ‘ongedierte’, maar als inwoners van de stad: ‘In Amersfoort wonen 160 duizend mensen en waarschijnlijk miljoenen dieren.’

Amersfoort geeft advies over dit groene beleid aan andere gemeenten. ‘Almere heeft al interesse’, zei Van Lammeren in het AD. Logisch: wie woont in een groene wijk is gelukkiger, wees onderzoek van Sander de Vries van de Vrije Universiteit eens uit.

Kortom: wandelschoenen aan en naar buiten, waar de vogeltjes fluiten en de zwaluwen gieren. De stad in dus.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next