Mail van een lezer: ‘Het lijkt me heel lastig manoeuvreren voor een krant om in het hevig gepolariseerde debat over het Midden-Oosten aan berichtgeving te doen die recht doet aan de situatie. Zeker als de waarheid het eerste slachtoffer is in een oorlog.’
De waarneming van deze lezer is correct. Het is sinds 7 oktober elke dag weer een grote uitdaging om recht te doen aan alle perspectieven en alle relevante feiten.
In de oorlog tussen Hamas en Israël is veel tegelijkertijd waar, zoals oud-president Barack Obama als reactie op de aanslagen van 7 oktober stelde. Al die waarheden kunnen op zich prima naast elkaar bestaan, behalve voor wie partij kiest of moet kiezen. Die kan te veel waarheden naast elkaar niet verdragen.
Ook bij de studentenprotesten van deze week zijn er meerdere waarheden die heel goed naast elkaar kunnen bestaan:
1. Een groot deel van de demonstranten maakt zich oprecht zorgen over het lot van de Gazanen. Ze zijn, mede door de gruwelijke beelden die ze elke dag zien, zeer emotioneel betrokken. Ze willen dat de universiteit naar hen luistert en zijn niet uit op geweld.
2. Bij de demonstraties zijn ook radicale moslims, die het onder meer nodig vonden om een vlag te verbranden onder het uitroepen van ‘Allahu akbar’. Het is niet gewaagd te veronderstellen dat ze op zijn minst antizionistisch en misschien wel antisemitisch zijn.
3. Ook de krakersbeweging lijkt een belangrijke rol te spelen. Het oprichten van barricaden, het systematisch verwijderen van straatstenen en het bekladden van gebouwen lijkt rechtstreeks uit het handboek van de doorgewinterde actievoerder afkomstig.
4. En dan zijn er tot slot ook nog opportunistische relschoppers die elke kans op een confrontatie met de politie – of juist met de demonstrerende studenten – met beide handen aangrijpen.
Het grote probleem bij het nauwkeurig beschrijven van deze protesten is het gebrek aan organisatie. Er is geen overkoepelende beweging, geen woordvoering die namens allen spreekt. Als de bestuursleden van de universiteit met de actievoerders spreken, weten ze niet eens wie er tegenover hen zit, zei rector magnificus Peter-Paul Verbeek deze week in Nieuwsuur. De gezichten blijven bedekt, waardoor ze slecht te verstaan zijn wat nog versterkt wordt doordat de voertaal Engels is.
Veel van de aanwezigen willen niet met de pers praten, journalisten worden geïntimideerd. Dit maakt het voor hen heel moeilijk in te schatten wat hier precies gaande is. Het beeld is diffuus.
Het is ook volstrekt onduidelijk door hoeveel studenten of docenten het protest wordt gesteund. Toen donderdag een verklaring verscheen van docenten waarin ze hun afkeuring uitspraken over het optreden van het universiteitsbestuur, hebben we die bewust genegeerd. Anonieme bronnen proberen we zo veel mogelijk te vermijden, anonieme verklaringen ook.
Het is moeilijk om alle lezers op hun wenken te bedienen, zeker in elk stuk. Het verlangen om een dominant frame op de protesten te plakken is groot, aan beide kanten. Voor de een zijn ze een dappere wanhoopskreet vanwege het leed in Gaza, voor de ander zijn ze overduidelijk antisemitisch. De een ziet goedwillende studenten, de ander ziet ‘nuttige idioten’ die zich voor het karretje van Hamas laten spannen.
Deze opvattingen worden deels door emoties gedreven, wij zien het als onze taak om de verschillende perspectieven te laten zien, maar vooral de onderliggende feiten te melden. Zoals Rob Vreeken deze week zei toen hij een Tegel, de belangrijkste journalistieke prijs in Nederland, kreeg voor zijn journalistieke werk in Israël: ‘Als journalist hoef ik het conflict niet op te lossen, ik moet het alleen zo goed mogelijk beschrijven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns