De baas van de Arbeidsinspectie Rits de Boer wond er in een interview in deze krant afgelopen week geen doekjes om. Nederlandse bedrijven maken op grote schaal misbruik van arbeidsmigranten. Tegen de betrokken ondernemingen zegt hij: ‘Als je alleen het hoofd boven water kunt houden als je medewerkers onder het wettelijk minimum betaalt, dan moet je als werkgever niet in Nederland zitten.’
Het misbruik van arbeidsmigranten lijkt ver weg. Het klinkt ook zo abstract dat de Arbeidsinspectie 24 ‘constructies’ heeft geïdentificeerd die bedrijven gebruiken om arbeidsmigranten hun (uur)loon te onthouden. En dat ze hiermee tussen de 20 en 30 procent op de arbeidskosten besparen. Bij het werken met illegalen, zegt De Boer, ‘loopt die kostenbesparing zelfs op tot 60 procent’.
Het lijkt ver weg, maar het misbruik van arbeidsmigranten ligt elke dag op mijn bord. En op dat van u ook trouwens. En het smaakt me elke dag slechter. In diverse sectoren van de landbouw namelijk, wordt veel gebruik gemaakt van arbeidsmigranten, én van de 24 ‘constructies’ die de inspectie tegenkwam.
Het stuk komkommer dat ik achteloos in mijn mond steek, bijvoorbeeld, is gesneden van een exemplaar dat in een kas in het Westland is geplukt door een onderbetaalde Roemeen. Op zijn loon worden zijn huisvestingskosten ingehouden, maar zijn werkgever dwingt hem hiernaast ook nog contant te betalen voor het gebruik van een bed. Die komkommer gaat via de groothandel naar de supermarkt; van de supermarkt naar mijn bord.
Als het weer eens over misbruik van arbeidsmigranten gaat, ook weer in het interview in deze krant van afgelopen week, gaat het al snel over de overheid die al of niet harder zou moeten optreden, de capaciteit van de Arbeidsinspectie zelf, of over regels die moeten worden aangepast. En dat is óók allemaal belangrijk uiteraard. En het duurt maar en duurt maar.
Zullen we ook eens naar de supermarkten kijken? Zo goed als je geen kleding wilt kopen die is gemaakt door mensen die werken in beestachtige omstandigheden, en geen chocolade wilt eten die naar slaaf smaakt, wil je ook geen komkommer nuttigen die is geplukt door een Roemeen die in het pak is genaaid door de kweker. Maar die kledingindustrie, en die chocolademakers, bevinden zich ver weg, zowel in geografische zin als in juridisch opzicht. Moeilijk moeilijk, lastig lastig allemaal.
Maar die geplukte Roemeen staat in één Nederlandse kas, de komkommer gaat via één Nederlandse groothandel naar één Nederlandse supermarkt. Meer schakels zijn er niet. Dan is het toch niet zo moeilijk om hier te lande ketenverantwoordelijkheid af te dwingen? De supermarkt moet ons, consumenten, garanderen dat er geen onhebbelijkheden op ons bord komen te liggen, in elk geval niet van eigen bodem. Nette asperges, keurige aardbeien, chique komkommers. Zonder de bijsmaak van mensen die slecht behandeld zijn door hun werkgever.
Het is geen hogere wiskunde hoor. Stichting oprichten. Die stelt de normen vast, doet de handhaving ervan en geeft een keurmerk af. Supermarkten stellen de groothandels verplicht uitsluitend spullen te leveren met keurmerk. Groothandel koopt alleen in bij telers die het keurmerk hebben. Binnen een paar jaar is ons bord uitbuitingsvrij, althans als het om lokaal geproduceerd voedsel gaat.
Gaan er dan bedrijven failliet? Misschien. Hiermee zijn we terug bij Rits de Boer: dan hoor je als onderneming niet in Nederland.
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns