Home

Moet de EU juist de markt openzetten voor goedkope Chinese auto’s?

Een elektrische BYD Atto 3 kost in China omgerekend 14 duizend euro. Hier in Nederland is de adviesprijs 37.990. Dat is op een tientje na 24 duizend euro verschil.

Als de Chinese autofabrikanten auto’s zouden dumpen – onder de kostprijs verkopen – doen ze dat in eigen land, niet in Europa. Hier zijn ze peperduur. Niettemin wil de EU deze auto’s nog duurder maken om de eigen auto-industrie te beschermen. De Chinese president Xi Jinping liep deze week tijdens zijn bezoek aan Emmanuel Macron en Ursula von der Leyen spitsroeden, want de EU kijkt met argusogen naar de Chinese auto-invasie.

Nu is elektrisch rijden goed voor het milieu – tenminste voor het terugdringen van de CO2-uitstoot. Indien de doelstellingen van Parijs moeten worden gehaald, kan elektrisch rijden helpen. Alleen zijn stekkerauto’s in Europa nog steeds duurder dan auto’s op fossiele brandstof. En dat komt omdat Europa veel te laat was met het ontwikkelen van die auto’s. In China is het omgekeerde het geval. Daar zijn elektrische auto’s juist eenderde tot de helft goedkoper dan een vergelijkbare benzine-auto.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een oplossing zou zijn de Europese markt te laten overspoelen met Chinese stekkerauto’s. Op dit moment stagneert de verkoop. Mensen zien de klimaatverandering wel, maar willen er niet extra voor betalen. Volgens onderzoek van The Economist zou 70 procent van de Amerikanen, Britten, Fransen en Duitsers een Chinese auto kopen als die 20 procent goedkoper zou zijn dan de concurrent uit eigen land.

Technisch doen Chinese auto’s niet onder voor westerse auto’s. Dat ze hier in Europa duurder zijn dan in China heeft deels te maken met transportkosten en heffingen. Daarnaast zijn in Europa de veiligheidseisen hoger. Maar dat is geen verklaring voor het enorme prijsverschil. ‘Als je alle denkbare bijkomende kosten voor de verkoop in Europa meetelt, blijft er nog een aanzienlijk gat van ruwweg 7.000 euro over tussen vergelijkbare modellen op de Europese en Chinese markt’, aldus een berekening van Reuters.

De Chinezen hebben lagere loonkosten. Daarnaast hebben ze vrijwel alle grondstoffen en de productie van accu’s binnen handbereik. Daardoor is hun accupakket 20 procent goedkoper. Verder hebben de Chinese producenten het voordeel van schaalgrootte. Chinezen kiezen massaal voor elektrische auto’s. De markt is daardoor veel concurrerender dan in Europa, waardoor de marges lager zijn. Automaker Geely weet de kosten ook te reduceren door meer efficiency. Auto’s van verschillende merken worden deels in dezelfde fabriek gebouwd.

De EU denkt dat de auto’s ook goedkoper zijn omdat de Chinese overheid de fabrieken helpt met goedkopere grond en infrastructuur. Dat zou dumping zijn. Maar de Europeanen helpen op die manier ook hun eigen industrie, zoals onlangs met de steun aan ASML. Daarnaast zijn die subsidies in China er niet alleen voor Chinese autofabrikanten. Europese automerken die in China auto’s produceren, krijgen dezelfde overheidssteun.

Als Europa zich serieus zou bekommeren om het milieu, zouden Chinese auto’s niet moeten worden geweerd. Dan zou de deur wagenwijd open worden gezet. Maar Europa vindt de eigen auto-industrie belangrijker dan het milieu.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next