In Leiden vond een minisymposium plaats over Sem Dresden, de schrijver die in 2002 werd geëerd met de P.C. Hooft-prijs en die verder hoogleraar algemene literatuurwetenschappen was. Hij schreef onder meer een boek over creativiteit dat ik op mijn 19de probeerde te lezen omdat creativiteit mij toen interesseerde, maar ik bleef er snel in steken. Daarna concludeerde ik dat creativiteit niets voor mij is. Een inzicht waaraan ik loyaal ben gebleven, sterker nog, als ik het woord creativiteit tegenkom zou ik mijn pistool willen trekken, waarmee niet gezegd is dat ik er een heb.
Een vriend die bij Dresden Frans had gestudeerd, Raymond van den Boogaard, vertelde mij eens dat Dresden scripties van studenten principieel niet las en iedereen een 7 gaf. Dresden zou hebben gezegd – let wel, het gaat om mondelinge overlevering en het geheugen blijft een miserabel instrument – dat geen student die regelmatig komt opdagen minder dan een 7 verdient en dat ook niemand méér dan een 7 verdient, als je scriptie echt de moeite waard was zou je niet bij Dresden studeren.
Het symposium verliep voorspoedig, de gemiddelde leeftijd van de toehoorders lag godzijdank weer eens erg hoog.
Dresden had geschreven dat woorden geen werkelijkheid maken. ‘Er is een wereld en er is een geschreven wereld’, aldus Dresden.
Klopt, en toch hoopt de schrijver dat zijn woorden werkelijkheid maken of op zijn minst een wissel omzetten waardoor de trein van de werkelijkheid op een ander spoor voortraast.
De babysitter was die dag het buurmeisje, waardoor ik het symposium vroegtijdig moest verlaten, zo’n buurmeisje kan niet eeuwig blijven wachten.
In Leiden regende het.
Overigens eindigt een van de bekendste boeken van Dresden met een meisje uit Krakau dat een lied zingt dat het vanaf morgen treurig zal zijn. ‘Wat is het nut van treurigheid?’ zingt ze.
Vanaf morgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns