De 5 euro voor het entreekaartje voor Venetië is voor de bovenmodaal verdienende toerist een lachertje – een kopje cappuccino op Piazza San Marco is al gauw twee keer zo duur – maar het schept een precedent.
Als het te weinig is om het massatoerisme terug te dringen, zal het tarief volgend jaar wel worden verhoogd. Misschien is het binnen drie jaar 25 euro, waarbij er inmiddels voor is gezorgd dat niemand meer kruip-door-sluip-door gratis kan binnenglippen.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het experiment in de Italiaanse stad van het water wordt wereldwijd met argusogen gevolgd. Want toerisme is in veel steden verworden van een lust tot een last. In Amsterdam klagen bewoners dat ze in winkels en horecagelegenheden niet eens meer in het Nederlands te woord worden gestaan, nerveus worden van de herrie van rolkoffertjes en op het Damrak en in de Jordaan door slenterende bezoekers naar hun werk moeten slalommen. In Zuid-Limburg zijn ze de massale lycra-invasie zat. In Drenthe is de oudere fietser in korte broek een ergernis en in Friesland de zeilende Randstedeling met te veel geld.
Na landbouw en industrie vanwege de vervuiling ligt ook het toerisme vanwege de overlast als verdienmodel onder vuur. Gedacht werd dat het massatoerisme aan zijn eigen succes ten onder zou gaan, omdat mensen vanwege de drukte vanzelf zouden afhaken. Maar het tegendeel is het geval. De mens is een kuddedier, zoals elk jaar op Koningsdag blijkt. Hoe drukker het ergens is, hoe meer mensen erbij willen zijn.
De enige oplossing is tarifering – een financiële drempel. Het gevaar is dat de met veel monumenten gezegende binnensteden of de mooiste fietsroutes dan vooral de bovenmodaal verdienende witte elite dienen, omdat het plebs wordt tegengehouden door de financiële barrière. Maar dat is nu eenmaal de kapitalistische economie van vraag en aanbod. Ook de toegang tot voetbalstadions, concertzalen, theaters en mega-evenementen is het best betaalbaar voor de rijkere mensen. In steden als Londen zijn er congestiezones, waarbij automobilisten moeten betalen om het centrum binnen te rijden.
Daarom zou er wat voor te zeggen zijn om bij Roermond op de A2 slagbomen te installeren met een betaalhokje, zoals op Franse tolwegen, waarbij mensen 20 euro moeten afrekenen om in de meivakantie Zuid-Limburg binnen te rijden. Het zou ook online kunnen, via kentekenregistratie, om opstoppingen te voorkomen. Op een snikhete zomerse dag zou bij Zandvoort een tolhekje kunnen staan, waar 10 euro moet worden betaald.
De opbrengst kan worden besteed aan het opruimen van de rommel die toeristen achterlaten, de renovatie van oude gebouwen, het herstel van de mountainbikeroutes en verduurzaming van bezienswaardigheden.
Net als veel andere Europese landen is Nederland inmiddels een groot landschapspark en monumentenpaleis, dat vooral als achtergrond dient voor de selfies van miljoenen bezoekers. Wie gratis wil recreëren, moet zijn vertier zoeken in de Afrikaanse Sahel, waar toerisme nodig is als oppepper voor de economie. Tot het daar ook te druk wordt.
Voor het einde van deze eeuw zijn alle plekjes in de hele wereld getarifeerd. De koopman van Venetië zal mondiaal nog heel veel volgers krijgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns