Eén voor één ging ik alle koppies in de collegebanken af. Daar zat hij, dit moest hem wel zijn: zilvergrijs haar, een doorleefd gezicht, maar met dezelfde nieuwsgierige puppy-ogen naar mij kijkend als de rest van de eerstejaarsstudenten. Ik zou dat jaar, net als voor zijn jonge medestudenten, zijn mentor zijn en in die rol hem wegwijs maken op de universiteit.
In zijn motivatiebrief had hij meteen uit de doeken gedaan dat hij 67 jaar oud was, doorwerkte na zijn pensioen, van mening was dat hij nog steeds een maatschappelijke bijdrage kon en vooral, waar mogelijk, moest leveren, en dat hij zich volstrekt ongeschikt achtte als ‘pensionado’ achter de geraniums te gaan zitten.
Over de auteur
Kim Fairley is econoom aan de Radboud Universiteit. Als gedragseconoom past ze inzichten uit experimentele onderzoeken toe op maatschappelijke thema’s als onderwijs, gezondheid en persoonlijke financiering. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Steeds meer pensioengerechtigden werken nog (enkele) jaren door. In tien jaar tijd is die groep van 118 duizend in 2013 verdubbeld naar 236 duizend in 2023. Nogal wiedes, hoor ik u denken, er zijn immers gewoonweg veel meer 67-jarigen anno nu dan tien jaar geleden.
Toch is volgens een recent onderzoek van ABN Amro driekwart van deze stijging toe te schrijven aan de gestegen arbeidsdeelname en slechts een kwart door vergrijzing. Zelfs 75-plussers werken steeds vaker gestaag door, hun aandeel in het totale arbeidsaanbod steeg van 1,9 procent in 2013 tot 3,2 procent in 2023.
Moeten we als maatschappij ons zorgen maken om deze steeds groter wordende groep die liever (door)werkt dan geniet van een welverdiend pensioen? Speelt financiële noodzaak bijvoorbeeld een rol? Niet echt. Uiteraard, ook de koopkracht van ouderen is de afgelopen jaren gedaald, maar in de breedte gaat het ouderen vergeleken met decennia geleden voor de wind. Of in de bewoordingen van Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS: de arme oudere sterft uit.
Waarom werken gepensioneerden dan door? Omdat ze er domweg nog steeds heel veel plezier in hebben en het prettig voelt als collega’s en leidinggevenden hun waardering uitspreken en daarmee het gevoel versterken dat ze nog van waarde kunnen zijn, zo blijkt uit een enquête naar de motieven van gepensioneerden om door te werken.
Eerlijk is eerlijk, we hebben deze ‘oudjes’ in goed Nederlands gewoon keihard nodig. Het aantal vacatures is sinds 2021 groter dan het aantal werklozen, wat aangeeft hoe exceptioneel de spanning op de arbeidsmarkt is. Die wordt naar verwachting, gelet op de krimpende beroepsbevolking vanaf 2027, structureel krap.
Het is dus fantastisch dat vele pensioengerechtigden staan te trappelen om door te werken. Ook de animo voor doorwerken onder toekomstige gepensioneerden, de huidige 55- tot 65-jarigen, is onverminderd groot. 73 procent van deze groep wil actief verkennen of langer doorwerken tot de mogelijkheden behoort. Deze generatie is vitaler, gezonder, hoger opgeleid en heeft veel meer werkende vrouwen voortgebracht dan de generaties ervoor.
Kortom, doorwerken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gaat de norm worden. Tenminste, als het aan de werknemers zelf ligt. Hoewel doorwerken na de AOW financieel zeer aantrekkelijk is voor werkgevers, zijn vele recruiters er nog steeds niet happig op om oudere werknemers aan te trekken. Een werknemer die na het pensioen bij dezelfde werkgever mag doorwerken is één, maar een oudere werknemer die solliciteert op een nieuwe positie bij een ander bedrijf, is toch een ander verhaal.
Leeftijdsdiscriminatie is een wijdverbreid fenomeen en veel prominenter in West-Europa dan in de Verenigde Staten. Daarom bestaan er onder andere subsidies om werkgevers te stimuleren om oudere werknemers een kans te geven op hun werkvloer, ook in Nederland. Nu blijkt uit een zeer recente studie echter dat de werking van deze subsidie juist nadelig uitpakt voor kandidaten.
Het recht op een subsidie geeft een signaal af aan recruiters: oudere kandidaten zullen in de regel minder fit en technologisch minder vaardig zijn. De subsidie werkt statistische discriminatie in de hand: recruiters passen stereotypes van bepaalde groepen (gesubsidieerde oudere werknemers) toe op individuele kandidaten om zo een beeld te kunnen vormen van hun potentiële productiviteit.
Mijn 67-jarige student sloot zijn motivatiebrief af met aan te geven ontzettend veel zin te hebben in zijn studie vanwege ‘de mogelijkheid om mij in gezelschap van jonge intelligente mensen onder te kunnen dompelen in de studie, de meest zinvolle vorm van ‘dagbesteding’ die er bestaat’.
Hij was echter verre van volledig. Alle studenten zouden met hém weglopen. Voor mijn ogen zag ik een soepele interactie ontstaan tussen jong en oud en een versmelting van vaardigheden die leidde tot 1+1=3. Een leven lang leren, het is zo gek nog niet. Laten we dat het nieuwe stereotype maken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns