Het is een contradictio in terminis, maar de nationalistische en eurosceptische partijen op uiterst rechts in Europa willen in Brussel en Straatsburg meer gaan samenwerken. Dat zei de politicoloog Léonie de Jonge deze week in het Radio 1-programma Bureau Buitenland. En deze docent aan de universiteit van Groningen kan het weten, want zij doet daar onderzoek naar.
Uiterst rechts was voorheen ook uiterst verdeeld, maar nu willen de partijen meeliften op elkaars succes. Bij de Europese verkiezingen kunnen ze zo samen een machtsblok vormen. Verwacht wordt dat ze 25 procent van de stemmen krijgen, waarmee ze zich nestelen tussen de traditionele machtsblokken van christen-democraten en sociaal-democraten.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat is voor veel minderheden in Europa een dreigend vooruitzicht. Maar het kan ook voordelen hebben; de partijen kunnen een bijdrage leveren aan het versterken van de Europese integratie. Het winnen van verkiezingen in eigen land zet weinig zoden aan de dijk. Ze krijgen daar nauwelijks iets voor elkaar. Om te regeren moeten ze enorme concessies doen, zoals de Italiaanse premier Giorgia Meloni dat deed; zij heeft 70 procent van haar actiepunten moeten opgeven. Vermoedelijk zit Wilders al op 80 procent en nog heeft hij geen kabinet.
Als deze partijen pragmatisch zouden zijn in plaats van principieel, is in Europa meer te bereiken. Het weren van immigranten is gemakkelijker aan de Europese grens dan aan de eigen grens. Oostenrijk, België, Hongarije, Nederland en Denemarken kunnen moeilijk individueel een hoge muur om hun land zetten.
Misschien kunnen de partijen helpen met verdere Europese integratie in plaats van de boel te verstoren met desintegratie. Daar zitten voor alle partijen grote voordelen aan. Gezamenlijk kunnen zij de verduurzaming reguleren, de infrastructuur moderniseren, de immigratie aanpakken, de zorg verbeteren en de economie aanzwengelen. Ze kunnen doen wat Biden al vier jaar doet in de Verenigde Staten: investeren zonder te letten op de begroting en de staatsschuld.
En dat kan de groei versnellen. Financieel heeft Europa zijn zaakjes beter voor elkaar dan de VS. Zo had de EU in 2023 een handelsoverschot van 63 miljard euro. De VS hadden een tekort van 773 miljard dollar. De Amerikaanse overheidsschuld bedraagt 129 procent van het bbp, de schuld van de EU-landen is 89 procent van het totale Europese bbp. Dat Nederland daar ver onder zit en Italië ver boven, zou niets moeten uitmaken. Of een onbekende Nederlander uit Vlissingen of een onbekende Italiaan uit Padua aan een uitkering wordt geholpen, zal ook het electoraat van uiterst rechts een worst zijn – zolang het maar geen vluchteling is.
Wilders heeft het idee van een Nexit al laten varen. Toen hij de verkiezingen won, was de Italiaanse premier Giorgia Meloni de eerste die hem feliciteerde. Misschien wil hij Italië dan ook een helpende hand toesteken met het wegwerken van zijn staatschuld. Uiteindelijk draait Europa daar toch een keer voor op.
Als uiterst rechts de grootste partij in het Europees Parlement wordt – God verhoede, maar de kiezer beslist – kan Wilders misschien voorzitter van de Europese Commissie worden. En Frans Timmermans premier van Nederland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns