Een niet nader te noemen familielid (Hoi Lise!) had voor de zoveelste keer haar sleutels van mijn huis kwijtgemaakt, dus stapte ik bij een sleutelboer binnen om kopieën te laten maken. De sleutelboer graveerde ook naamplaatjes en dergelijke, zag ik. Er hing een imposante collectie bordjes bij de deur, van ‘Zwemmen op eigen risico’ via ‘Bas en Hennie Donkersloot’ tot ‘Made with love, for Bipsy’.
Die bordjes waren blijkbaar besteld, maar nooit opgehaald. Vergeefs probeerde ik me voor te stellen waarom. Had het bestuur van het zwembad van de ene op de andere dag besloten toch maar een badmeester aan te stellen? Waren de Donkerslootjes halsoverkop het land uit gevlucht? Was de liefde voor Bipsy nog tijdens het graveren bekoeld?
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
De sleutelboer, intussen, stond te telefoneren in het Turks. Ik herken Turks, maar ik versta het niet. De man, een zwaargebouwde Byzantijn van een jaar of 50, met woeste wenkbrauwen, sprak juist een volzin uit die ongeveer klonk als ‘Evet. Biz allegorüzlü yok kardeçim bolüyarlorum börek tiklayardürriyet, tavuk ekmek peynirli! Tasvurülliyar yonzüyorlardilem cumhuriyet. Ayran bataklik biberorum.’ En tegen mij: ‘Een ogenblikje, mevrouw.’
Zijn telefoon stond op speaker-stand, dus kon ik zijn gesprekspartner ook horen. Zij had een opgewekte vrouwenstem en sprak eveneens Turks. ‘Yürüslilar baharatlir pamukkale balikli üst benimsemek patlican dolmasi’, meende ze. En vervolgens, in vlekkeloos Nederlands: ‘O, en als je daar toch in de buurt bent, haal dan even neusspray voor me bij de Etos, schatje. En een rolletje Stophoest.’
De Turk keek bedenkelijk. ‘Stophoest! Heeft de Etos dat?’, vroeg hij. ‘Nou, ik kijk wel. En moeten we nog iets anders hebben? Paracetamol?’ ‘Nee, dat is er nog’, antwoordde de vrouw. ‘Maar Stophoest izmirli sevyorum! Anlaima gelior seyrüskamlar Stophoest! Bunun disinda, Etos yönlendirmismasin bagmisizlik Kruidvat uluyorisim Stophoest. Cöktu yüzlürce. Stophoest severim! Neem anders desnoods maar Strepsils, die gele met honing.’
‘Gaan we doen, kanjer’, antwoordde de man. ‘Denk eraan dat Picnic straks voor de deur staat, dus blijf nog even thuis, anders wordt het wéér bij de onderburen bezorgd, en die zeikerds zijn al weken aan het bulunmaktayiz daya masrafliz deniz baglantiyar pide yufka mercimek süpezimyorumliklar. Weet je nog, met die kattenbakkorrels? Stelletje klerelijers.’ En tegen mij: ‘Wat kan ik voor u doen?’
‘Graag een kopie van deze sleutels’, zei ik ademloos. Wat is tweetaligheid toch iets prachtigs! De man kopieerde mijn sleutels op een hels apparaat dat een afschuwelijk, jankend knarsgeluid produceerde, maar ik hoorde het amper. Ach, waarom had ik nooit Turks geleerd? Dan had ik precies verstaan wat die mensen allemaal zeiden over die klerelijers van onderburen.
En over Stophoest.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns