Home

Fonkelnieuwe woonwagens, maar waarom moet een ander altijd over hen beslissen?

‘Jij hebt hetzelfde hart als ik’, zegt Jan. ‘Ben ik dan slechter dan jij?’

Hij zoekt in zijn telefoon en laat het lied horen dat nog steeds de situatie samenvat, bijna dertig jaar oud maar zo mooi en kraakhelder: Laat ze met rust van Jan Verhoeven. ‘Wat-ie daar zingt hè, dat is gewoon zo.’

Waarom moet een ander altijd over hen beslissen

Waarheen ze gaan, en met hun wagens mogen staan

Het zijn tenslotte toch gewone stervelingen

Blijf uit de buurt, dat heb je toch altijd gedaan

Jan Netten bewoont met vrouw en zoon de fonkelnieuwe huurwoonwagen van de wooncoöperatie die hij persoonlijk heeft verbouwd tot een paradijs: spotjes in het plafond, L-keuken, schuurtje in dezelfde witte steenstrips. ‘Het moest wel mooi worden.’ Dochter woont met haar gezin in de wagen langszij, daarlangs ooms en tantes; op één na zijn de zes vakken gevuld met de familie Netten.

‘Wat ben jij?’ vraagt Jan zijn kleindochter van 3 en 1/2 . ‘Een kampmeisje’, zegt ze.

Reizigers, woonwagenbewoners, kampers – hoe ze genoemd worden maakt hem niks uit. Wel wat Jan Verhoeven bezingt in zijn lied, dat gevoel. Inmiddels wordt aangedrongen op excuses van de staat voor het leed dat woonwagenbewoners is aangedaan, ook door het ‘uitsterfbeleid’ waarmee Nederland mensenrechten schond. Maar liever was Jan van het idee verlost dat ze hem als een mindere zien.

Vijf jaar terug belandde ik op hetzelfde terreintje, door de autoriteiten met betonblokken onklaar gemaakt opdat er nooit meer kampers zouden wonen. Het was met caravans gekraakt door de familie Soering, uit protest tegen gemeenten die geen enkele haast hadden met het uitvoeren van een nieuw ‘beleidskader’ dat meer woonwagenplekken verordonneerde. Het bleek een scharniermoment: de gemeente dreigde de Soerings eerst met dwangsommen en celstraffen, maar verlegde haar koers radicaal en werd zelfbenoemd ‘voorbeeldgemeente’, met deze zes fonkelende woonwagens als resultaat.

Zonnepanelen, warmtepomp, ‘A++’, zegt Jan.

Het is aan de Kampweg, en hij staat aan het hek naar de merels te luisteren. De wagen werd hem toegekend nadat hij met documenten zijn afstamming kon bewijzen. Het is een ‘familiekamp’, ze betalen 800 euro huur per maand; de wagens hebben wielen maar staan op betonnen poeren.

Het is een groot geluk, zegt Jan, dat veel anderen niet is gegeven; de autoriteiten blijven traag. In Nederland zijn vierduizend nieuwe vakken (staanplaatsen) nodig, in vijf jaar kwamen er 47 bij. Zijn gemeente beloofde er nog 34, ‘maar ze stellen alles steeds maar uit’, zegt Jan. ‘Het komt toch aan op de mensen die het voor je bepalen’. Onderwijl bewoont zijn moeder een schuur bij zijn zus, wachtend op een vak.

Woonwagens blijven abnormaal. Half het land trekt tijdens vakanties naar de camping of een bungalowpark, ‘dan doen ze ons allemaal na’, maar reizigers moeten ze niet, ‘luister maar’:

Laat ze met rust, laat hen toch wonen in die wagens

De maatschappij heeft hen toch nooit geaccepteerd

De angst voor ‘zigeuners’, ‘heidenen’, ‘zwervende groepen’ heeft historisch diepe wortels, die in een rechte lijn meer dan een eeuw terug steken, met woonwagenverboden ‘in het belang van de gezondheid’ en marechaussees die de ‘zigeunerplaag’ bestreden. Ook in een vrij land is vrijheid gevaarlijk, de term is ‘antiziganisme’.

En of het onaangekondigde bezoek koffie wil in de wagen, die smetteloos is ingericht met wit en zilver. ‘Bij ons is het zo: wij staan open voor iedereen.’ Hij schenkt in een porseleinen kopje, spic en span, zo is hij opgevoed, misschien ook wel om te bewijzen dat kampers netjes zijn. ‘Ik probeer alles zo goed mogelijk te doen.’ Geen diploma’s, maar kijk maar naar dat timmerwerk, die kruisroeden: zelf geplaatst.

Bij de opening van het kampje hadden wijkbewoners een spandoek opgehangen: ‘welkom in de buurt’. In kleur, met mooie historische afbeeldingen erbij. Dat was, zegt Jan, hartverwarmend. De woonwagencultuur is tien jaar geleden tot ‘immaterieel erfgoed’ verklaard. Mooi. Maar een burger ben je nooit.

‘Als mensen niet de hand naar je opsteken, weet je hoe naar dat is?’

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next