Het gaat de laatste tijd veel over ‘twittergeert’ (AD). Wilders’ zelfprofileringsdrang zou ‘ongekende vormen’ aannemen. Door ‘vol op het orgel te gaan’ tart Wilders de politieke wet dat je in formatietijd ‘gevoelige onderwerpen mijdt’ en dat je ‘comfort moet bieden aan de ander’, zoals deze krant schreef. Verontwaardiging en verbazing alom.
Maar als ik naar Wilders’ tweets kijk, zie ik vooral een consistente politicus. Een politicus die zijn politieke programma consequent en vakmatig doorzet. Die in complexe tijden houvast biedt met teksten waar zelfs Hans Janmaat de hik van had gekregen.
Mij verbaast dus vooral die verbazing. Want politici politiseren. Dat is hun vak. En dat bestaat eruit dat ze iedere onbenulligheid politiek kunnen maken. Doe je dat consequent en krijg je het zelfs voor mekaar dat anderen die onbenulligheid over gaan nemen, dan domineer je succesvol het debat. Want de taal die je gebruikt kleurt de boodschap die je verspreidt. Dat verschijnsel noemde socioloog Erving Goffman ‘framing’.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wilders doet dat met een simpel, maar effectief nationalistisch frame. Nationalistisch, zoals historicus Johan Huizinga stelt, als ‘de zucht het eigen volk te laten gelden ten koste van anderen’. En die ‘anderen’ zijn bij Wilders altijd sociaal-culturele anderen. Vervolgens vindt hij commentatoren op zijn pad die hem binnen datzelfde frame, zonder dat frame zelf ter discussie te stellen, wat vliegen afvangen. Zo ontleden respectabele wetenschappers de onzin van Wilders’ idee van ‘bezetting’ (Leo Lucassen), dat asiel maar een fractie van de algehele migratie vormt of dat het sluiten van grenzen ‘wettelijk onmogelijk’ is (Hein de Haas). Hoewel eloquent en terecht, vormt het een ontkrachtende bevestiging van Wilders’ hegemoniale positie.
Maar het kan nóg erger. Rob Jetten illustreerde dat door te stellen dat Wilders ‘on-Nederlands’ en een ‘bedreiging voor de Nederlandse identiteit’ zou zijn. Maar ook Frans Timmermans die in zijn Banning-lezing wees op het belang dat ‘Wilders geen directe verantwoordelijkheid mag dragen voor onze landsverdediging en onze veiligheid. (…)Daarvoor is onze vrijheid en onze ware soevereiniteit mij veel te dierbaar’.
Les 1 bij politieke communicatie is zo ongeveer ‘stap niet in het frame van de tegenstander’. De mate waarin progressieve politici het ongewenste frame (identiteit, onze vrijheid en veiligheid) bevestigen is stuitend. Niet voor niets constateerde Wilders openlijk tijdens het formatiedebat dat ‘als dit het niveau van de toekomstige oppositie is’, dat het ‘een makkie’ voor hem zal zijn. Want Wilders ‘bepaalt de toon, de rest van de Kamer is verdeeld en onzeker’, zoals Frank Hendrickx al eerder constateerde.
En hij heeft gelijk. Want in dit land is er een situatie ontstaan waar de oppositie (zoals GroenLinks- PvdA) niet de dominante stem aanvecht, maar waar de dominante stem (PVV), die nota bene aan het formeren is en tegelijkertijd oppositie voert, de lakens uitdeelt en het masterframe bepaalt. Het lijkt, om met Menno ter Braak te spreken, een situatie van een politicus zonder partij (Wilders) versus een partij zonder politicus (GroenLinks-PvdA).
Zeker als die politicus volledige controle heeft over de vorm wordt zijn framing inhoudelijk onaantastbaar. Doordat Wilders louter politiseert via X en tout journalistiek Nederland deze tweets overneemt en anderen daarop laat reageren, draagt dat louter bij aan zijn bevestiging. Zo heeft Wilders volledige controle op tegenspraak aangezien hij zowel geen externe (door X) als interne tegenmacht (als enig partijlid) hoeft te dulden. Op deze manier kan Wilders het debat, zowel binnen als buiten zijn partij, blijven domineren.
Wat daaraan valt te doen is reframing, keiharde oppositie met counter-narratieven voorbij het nationalistische en sociaal-culturele frame. Reframing dus, richting een sociaaleconomisch speelveld zoals klasse. Dus politiseer juist en consistent. Want waarom zou een kosmopolitische pro-Europa partij het eigenaarschap op ‘de Nederlandse identiteit’ moeten claimen, en waarom zou een arbeiderspartij ineens militarisme of het grootkapitaal moeten verdedigen?
Rusland, Afghanistan en China leren dat democratische kwaliteit samenhangt met de kwaliteit van oppositie, van tegenmacht. Het probleem in ons land is dat de dominante stem louter wordt bevestigd, vooral door de oppositie. Zodoende zitten we nu in een situatie waarbij de grootste partij zowel de meest dominante stem in de kabinetsformatie als de meest effectieve oppositieleider levert. Als dat de kwaliteit van onze tegenmacht toont zou dat ons pas écht mogen verbazen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns