Home

In de leer bij de familie Koopmeiners om de processen bij Almere City te doorgronden

Bij Almere City gaat het veel over ‘het proces’. Je kunt geen vraag stellen of er volgt een antwoord met het woord ‘proces’. Het ergert me soms. Het is alsof je verliefd bent, dartel, lentezon, vrolijkheid. En dan krijg je tot achter de komma een uitleg over het proces achter jouw fladderende vlinders.

Om het beter te begrijpen, ga ik te rade bij Remco Koopmeiners (57), de vader van Almere City-middenvelder Peer en international Teun. Koopmeiners senior doceert aan de opleiding sportkunde van de Hogeschool van Amsterdam en heeft zich gespecialiseerd in talentontwikkeling. Hij is mede-eigenaar van een trainingsbureau in ‘groeimindset’.

Over de auteur
Historicus Eva Vriend is geboren en getogen in Flevoland en schrijft voor de Volkskrant over de verrichtingen van Almere City in de eredivisie. 

Het lijkt mij leuk om samen met pa Koopmeiners naar een wedstrijd te kijken. In Deventer waren de omstandigheden afgelopen zondag ideaal voor een potje gedeelde voetballiefde. Met dat stadion midden in een woonwijk. Huizen waar rood-gele vlaggen wapperen. De adelaar, een doedelzak, een middagbiertje. Geen gedoe met geldzieke bestuurders, maar hardwerkende spelers die vechten voor iedere bal.

Maar dat zag Koopmeiners senior niet zitten. Als docent benadert hij de sport rationeel, wetenschappelijk. Kijkt hij voetbal, dan is hij gewoon een fanatieke vader die zich in zijn emotie kan verliezen. En daar duldt hij begrijpelijkerwijs geen pottenkijkers bij.

We spreken af in Teams en voor ik het weet, voel ik me als een student in coronatijd die online college volgt. IJverig schrijf ik mee. ‘Het mooie aan sport is dat een deel altijd onvoorspelbaar blijft. Dat houdt het spannend. Mensen zijn geen robots.’ Daarom moet je proberen om controle krijgen over het deel waar je wél invloed op hebt, de manier waarop je met je fouten omgaat – juist, het proces.

Het gesprek komt op de ‘perfecte fout’, een bekend begrip in onderwijsland. Deze misstap kun je alleen begaan als je doorziet hoe het wél moet. Neem zijn zoon Peer, een strategisch slimme speler. Hij kijkt, wijst en praat veel tijdens een wedstrijd. In de jeugd bij AZ was hij hierdoor soms te passief in de duels.

In zijn eerste volledige seizoen als basisspeler van een eredivisieclub wilde hij dat goed doen, te goed. Hij werd de speler met de meeste overtredingen van de competitie, pakte veel gele kaarten. Sinds de winterstop gaat het beter. Hij wint nog steeds zijn duels, maar maakt minder overtredingen.

‘Ja, ik groei in het seizoen’, zegt hij daar zelf over na afloop van de wedstrijd tegen Go Ahead Eagles, breed grijnzend in de namiddagzon, en hij begint aan een uiteenzetting over ‘de context van fouten’, alsof ik in deel twee van het college van zijn vader beland.

‘Nog even over de wedstrijd’, zeg ik. Tegen de Eagles werd het wéér gelijk (1-1), net als tegen RKC (0-0) en Volendam (1-1). ‘Het ene gelijkspel is het andere niet’, concludeer ik.

‘Jij groeit ook in het seizoen’, grapt Peer. Iedere wedstrijd opnieuw doet zich wel een fout voor waar hij onmiddellijk een les van leert die hij toepast. Het gaat over passlijnen en ‘in de man komen’ en meters winnen. Hij knikt naar mijn telefoon waarmee ik ons gesprek opneem: ‘Anders moet je dit thuis nog even terugluisteren.’

Als hij wegloopt, roep ik hem na dat zijn vader dit stukje nog wil lezen voor publicatie. Lachend: ‘Ja, dat is toch de familie Koopmeiners, als het even kan, willen we controle houden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next