Home

Ik wist plotseling zeker dat ik de onbekende brieven van Hotz tijdens de verhuizing had weggegooid

Van lenen komt wenen, zojuist bedacht spreekwoord. Variant op van ruilen komt huilen, zie ik nu zelf ook. Beetje gejat dus. Ach, er bestaan zoveel slechtere spreekwoorden.

‘Zoals?’

‘Euh... Je op de kast laten jagen. Je door een jager denk ik dan maar achterna laten zitten tot je op een kast klimt? En dan, erbovenop, boos worden?’

Ik ging postzegels ruilen bij Huub. Tijdens de onderhandelingen pakte hij mijn album af en smeet het krijsend op zijn kledingkast. De hele tijd wilde hij mijn duurste ongestempelde ruilen voor allerlei afgeweekte troep – wat ik uiteraard niet deed. Mijn album, hoorden we, schoof tussen de kast en de muur, waar het met een tik neerkwam. Huub, die tegenwoordig, zie ik op LinkedIn, wethouder in Zoetermeer is, huilde al, en nu begon ik ook te huilen.

‘Huilen komt dus van niet-ruilen.’ (Mijn vriendin Jet. Iets met kast, jagen, etc? Gewoon negeren, beter.)

Zijn vader, op wie Huub precies lijkt, zie ik op LinkedIn, een loensende, aardappelachtige reus, kwam naar boven gestormd. Hij gaf Huub een stel hengsten om zijn oren en sjorde de kast van de muur. ‘Oprapen’, bulderde hij tegen zijn Huub, ‘ook die eruit zijn gevallen’, waarvoor ik meteen een stokje stak. (Raar gezegde ook, met een stokje die onbetrouwbare, agressieve Huub tegenwerken, kijk, een stokje, spring daar eerst maar eens overheen?) ‘Laat mij maar doen’, snotterde ik tegen Huubs vader. Ik kende Huub een beetje, die zou aanstellerig huilend achter de kast hurken en daar zoveel mogelijk van mijn dure zegels in zijn sokken stoppen.

Thuis miste ik er een paar, herinner ik me, die waren waarschijnlijk boven op de kast terechtgekomen. Huub heeft ze er waarschijnlijk, de latere wethouder van Zoetermeer dus, staande op een stoel af staan pakken, met z’n pincet, grijnzend. Een beeld dat me lang gekweld heeft.

Afijn, lenen, het nieuwe spreekwoord. Dit was de inleiding. Proportioneren is het halve werk. Een paar jaar geleden, toen ik eens wat columns schreef over F.B. Hotz, ik was er volgens mij net eentje aan het schrijven, ging de bel.

‘Huub?’

‘Nee, Hotz de zombie. Nee, die mysterieuze man, weet je nog, die me een plastic zak gaf.’ Erin zaten onbekende brieven van Hotz, zei hij, mocht ik lenen. ‘Goed’, zei ik – ik had haast. Op weg naar mijn laptop legde ik de tas met brieven in een doos op de posttafel. Maanden verstreken, jaren. Soms schoten ze me te binnen, Hotz’ onbekende brieven, maar dan ebden ze weer weg.

Tot ik een paar maanden geleden een mail kreeg. Nee, niet van Huub, van de mysterieuze man. Of ik al ‘klaar’ was met Hotz’ onbekende brieven, die ik van hem ‘geleend’ had. Er was namelijk iemand anders opgedoken, die ze graag eens zou ‘lenen’.

Wenen, eindelijk, ik ben er aanbeland. Mooie stad. Ik was er ooit gastschrij –

Het klamme zweet brak me uit, ik wist plotseling zeker dat ik de onbekende brieven van Hotz tijdens de verhuizing had weggegooid. Ik zag het mezelf doen, in een actieve herinnering. Wat Rutte heeft, heb ik ook weleens, maar dan andersom. Ik herinnerde me scherp dat ik tijdens de ongeremde opruimdrift die ons in de weken voor de verhuizing overmande, die zak had opgepakt, erin had geneusd, o ja, Hotz, onbekende brieven, en ze, hop, in de container had gedonderd. Ik zag de Hotz-zak tegen een blauwe lucht vliegen, in een boog. ‘Wat??’ Mijn vriendin Jet. ‘Je gaat toch niet zomaar onbekende brieven van F.B. Hotz weggooien?’ ‘Ik ben dus bang van wel!’ ‘Geléénde onbekende brieven? Van HOTZ?’

‘Ja?’

Ik heb de mysterieuze man teruggemaild dat ik ze op de post zal doen, wat me er in ieder geval toe aanzet ze eens heel goed te gaan zoeken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next