Home

Kiezen is verliezen. Ik verwacht van mijn overheid dat die niet meewaait in een modieus vertoog

‘Het is heel simpel. U kunt ervoor kiezen om of de vergunningsaanvraag in te dienen en af te wachten, of niet de aanvraag te doen maar dan wordt er ook niets gehonoreerd.’ Omdat ik een extra raam in mijn woning overweeg, vond ik mezelf op een ochtend net voor Pasen ineens terug bij de gemeente Rotterdam. Na lang wachten stond ik nu blijkbaar voor de keuze: wel of geen vergunningsaanvraag indienen.

Toen ik echter met het formulier in de hand wegliep besefte ik me ineens dat hier helemaal geen sprake is van een keuze. Het deed me denken aan een anekdote van een collega, die ooit voor een dakkapel naar zijn gemeente ging. Aldaar aangekomen zei de beambte: ‘Ah, u wil graag een dakkapel? Dan heeft u een vergunning nodig.’ Waarop die collega riposteerde: ‘Nee, ú hebt een vergunning nodig.’ En hij had gelijk. De staat weet altijd op verbazingwekkende wijze zich woorden toe te eigenen die de realiteit geweld aandoen.

Over de auteur

Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schrijft eens per twee weken een column voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo ook nu bij mijn vergunningsaanvraag. De belachelijkheid begint al bij de plek. Ik sta hier deze ochtend bij een ‘stadswinkel’, waar ik – zoals de gemeente het omschrijft op haar website – naartoe kan komen ‘voor allerlei producten’ want ‘klantgericht werken staat bij ons op één’. Mijn gemeente is daarmee volledig in de klantfuik van customer service orientation getrapt, waarbij de staat burgers behandelt als klanten.

Niet voor niets biedt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) inmiddels een kennisbank, white papers en methoden aan die gemeenten inzicht bieden in heuse ‘klantreizen’. Let wel, daarmee gaat niemand all-inclusive naar Tenerife, maar ‘een klantreis is een methode om de gemeentelijke dienstverlening klantgedreven te maken’.

En zo heeft ook mijn gemeente Rotterdam al lang geen ‘gemeentehuis’ meer voor ‘burgers’, maar ‘stadswinkels’ voor ‘klanten’. En daarmee is de staat totaal de weg kwijt. Want winkels hebben klanten, en klanten hebben keus en een keuze komt voort uit aanbieders op een markt. ‘Kies’ uw paspoort de volgende keer eens in een ander land, zou ik zeggen. Of anders zal ik mijn ‘product’ (vergunning) eens in Dordrecht kopen. Nee, zal men dan zeggen, ‘zo werkt het niet, meneer’.

Beter is het om te zeggen: ‘Maar zo werkt het niet, gemeente Rotterdam.’ Het doen alsof er keuze is, het ‘winkeltje spelen’ en het veinzen van keuze is niets minder dan een hernieuwde bijdrage aan de organisatie van de eigen teleurstellingen. Daar waar een klant koning is, is een burger onderdaan. Een klant heeft behoeften, burgers rechten en plichten. Andere rollen en bevoegdheden.

En dus verwacht ik van mijn overheid dat die zichzelf serieus neemt en niet meewaait in een modieus vertoog dat onrecht doet aan datgene waartoe ze op aarde is. Die burgers bewust op het verkeerde been zet en daarmee verwachtingen creëert die ze zelf niet waar kan maken. Die neoliberale vertekening zit niet alleen in het lokale idee van ‘stadswinkels’, op nationaal niveau toont het zich in Mark Ruttes metafoor van de ‘BV Nederland’ en in Brussels beleid waar goederen, diensten en personen vrij moeten bewegen in Europa als ‘markt’.

En dat vertoog komt niet zomaar uit de lucht vallen. Want als íéts onze moderne conditie bepaalt is het ons geloof in de vrije keuze. Of het nu gaat om muzieksmaak, onderwijs of de liefde, alles kan begrepen worden als keuze, ook al zijn die keuzes in de praktijk beperkt en van tevoren bepaald. Moderne mensen ervaren het leven primair als het resultaat van keuzes. Zeker sinds seks is losgemaakt van voortplanting (anticonceptie), voortplanting van seks (kunstmatige inseminatie) en gender van sekse (transseksualiteit), wordt ‘het zelf’ inmiddels ook gezien als keuze. Maar zoals de Sloveense socioloog Renate Salecl aantoont, kan de culturele stijlfiguur van keuze inmiddels gezien worden als een ideologie waarin moderne mensen zichzelf willen, maar vooral ook moeten begrijpen. Met een ‘keuzetirannie’ als gevolg.

Onze staat hoeft niet mee te buigen met die modieuze maar beperkte stijlfiguur. Sterker nog, de overheid staat gelukkig op grote afstand van die keuzetirannie. Daar is de keuze niet reuze, daar is kiezen vooral verliezen. Want een staat kent geen klanten, bestaat niet uit winkels en biedt geen keuze. En dat is maar goed ook. Doe dan ook niet net alsof.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next