De rechtszaak die Milieudefensie in 2019 startte tegen Shell wierp een reeks fundamentele vragen op over de verantwoordelijkheid die bedrijven hebben om hun klimaatimpact te verkleinen.
Wereldwijd hebben regeringsleiders getekend voor het klimaatakkoord voor Parijs, maar wat betekent dat voor een individueel bedrijf? Kan een rechter een oliegigant dwingen om niet alleen zijn eigen uitstoot omlaag te brengen, maar ook de uitstoot die ontstaat uit de verkoop van fossiele brandstoffen aan klanten? En zo ja, kan een rechter dan ook een specifiek CO2-doel opleggen aan een bedrijf?
In 2021 beantwoordde de Haagse rechtbank die vragen met een volmondig 'ja'. De klimaatplannen van Shell gingen niet ver genoeg, schreef de rechter in het historische vonnis. Uit de internationale klimaatafspraken had voor het oliebedrijf duidelijk moeten worden dat óók Shell zijn steentje moest bijdragen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen.
De rechter gaf Shell een opdracht mee: 45 procent minder uitstoot in 2030, vergeleken met 2019. Voor de 'eigen' uitstoot, op de boorplatforms en in de raffinaderijen, is Shell verplicht om dat doel te halen. Voor de uitstoot bij klanten, zoals de miljoenen automobilisten die Shell-benzine tanken bij de pomp, geldt een "zwaarwegende inspanningsverplichting" om het doel te bereiken.
Het vonnis was meteen van kracht en betekent in de praktijk dat Shell veel minder olie en gas moet gaan verkopen. Dat doet het bedrijf vooralsnog niet en is het ook niet van plan.
Nederland heeft geen wet die bedrijven als Shell expliciet verplicht om de uitstoot te verlagen. Maar volgens de rechter had Shell toch moeten weten dat de CO2-uitstoot omlaag moet, vanwege de klimaatwetenschap, de internationale verdragen over klimaat en mensenrechten en het maatschappelijke belang van uitstootvermindering. Het bedrijf heeft zich niet aan een "ongeschreven zorgvuldigheidsnorm" gehouden.
In het hoger beroep zal Shell zich vermoedelijk met name op die norm richten. Als het gaat om klimaatbeleid, bestaat zo'n norm niet, betoogt het bedrijf. De rechter zou op de stoel van de wetgever zijn gaan zitten door Shell een CO2-reductiedoel op te leggen.
Als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 1,5 graden, mogen we nog maar weinig CO2 de lucht in brengen. Maar het zijn uiteindelijk overheden die gaan over "de verdeling van dit schaarse goed", schreef de advocaat van Shell aan de rechtbank.
"Als dit vonnis in stand blijft, heeft dit vergaande gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven, de werkgelegenheid en het Nederlandse investeringsklimaat", zegt Frans Everts, topman van Shell Nederland.
Voor Shell komt het hoger beroep op een ongemakkelijk moment, omdat het oliebedrijf een van zijn belangrijkste klimaatdoelstellingen net heeft afgezwakt. Dat terwijl ook de eerdere doelstelling volgens de rechter al tekortschoot.
Volgens denktanks als Carbon Tracker loopt Shell ver uit de pas met de doelen van het Parijsakkoord. Het bedrijf steekt nog altijd veel meer geld in het aanboren van olie- en gasvelden dan in duurzame energie.
Daar komt bij dat de nieuwe directeur Wael Sawan juist kritischer is op duurzame investeringen dan zijn voorganger. In de aanbesteding die Nederland afgelopen maand hield voor de bouw van een groot nieuw windpark op zee, deed Shell voor het eerst in vele jaren niet mee, zeggen twee bronnen met kennis van het besluit tegen NU.nl.
Het zal voor Milieudefensie reden te meer zijn om nog maar eens te benadrukken dat de rechter moet ingrijpen om ervoor te zorgen dat bedrijven als Shell rekening houden met de internationale klimaatafspraken. "Shell zegt altijd een leider te zijn in de energietransitie, maar als je naar de feiten en cijfers kijkt, valt het vies tegen", zegt campagneleider Nine de Pater van Milieudefensie.
In het vonnis uit 2021 wees de rechtbank Den Haag ook op de gevolgen die klimaatverandering voor de mensenrechten heeft. Als de aarde te snel opwarmt en delen van Nederland onleefbaar worden, is dat een schending van die rechten.
Volgens de rechter blijkt onder meer uit VN-richtlijnen voor het bedrijfsleven dat er voor bedrijven als Shell een verplichting is om rekening te houden met de impact van klimaatverandering op de mensenrechten. Milieudefensie wijst erop dat multinationals sinds vorig jaar ook via richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden opgeroepen om zich aan de internationale klimaatdoelen te houden.
Tijdens het hoger beroep zal Shell de ongemakkelijke positie innemen dat het mensenrechten weliswaar belangrijk vindt, maar dat dit soort internationale verdragen niet juridisch bindend zijn voor het bedrijf. Voor Milieudefensie is het het zoveelste bewijs dat Shell zich niet wil houden aan de waarden die het bedrijf predikt.
De uitspraak in het hoger beroep kan grote gevolgen hebben voor Shell én voor andere bedrijven. Als het hof de eerdere uitspraak in stand houdt, blijft de mogelijkheid open om het bedrijfsleven via de rechter te dwingen tot ambitieuzere klimaatplannen. Milieudefensie bereidt zelf al een zaak tegen ING voor, met het doel om de bank te dwingen tot duurzamere investeringen.
Om hun argumenten kracht bij te zetten hebben Milieudefensie en Shell gezamenlijk ruim 60.000 pagina's aan bewijsmateriaal ingediend bij de rechtbank, van wetenschappelijke rapporten tot expertverklaringen en bedrijfsverslagen.
De rechtbank neemt vier dagen de tijd om de complexe zaak te behandelen. Het is nog niet bekend wanneer de uitspraak volgt, maar vermoedelijk zal dat zeker nog enkele maanden duren.
Jeroen schrijft over klimaat- en energiebeleid. Hij doet deze en volgende week verslag van het hoger beroep in de Shell-zaak.
Source: Nu.nl economisch