Het scheelde een haartje of Philipsen en Merlier waren in finishplaats De Panne op hoge snelheid onderuitgegaan. De twee Belgische sprinters kwamen met elkaar in aanraking, maar bleven wonderwel overeind. Philipsen passeerde de streep vervolgens als eerste.
De sprinter van Alpecin-Deceuninck zag er dan ook niet veel kwaad in. "Danny van Poppel reed voor ons en ik probeer hem links te passeren", vertelde Philipsen aan Sporza. "Ik kon niet inschatten wat Danny van plan was, maar hij ging ook naar links."
"Daardoor werd het gat wel heel klein. Ik kwam in aanraking met Merlier. Ik kon nog net de benen stilhouden voor er iets gebeurde. Het is een beetje jammer, maar ik ben blij dat ik nog een goede sprint heb kunnen rijden."
Merlier had een andere lezing en maakte vlak na de finish boze handgebaren. Volgens de sprinter van Soudal Quick-Step had het goed verkeerd kunnen aflopen. "Met een paar gebroken sleutelbenen. Of nog erger...", zei hij na afloop.
"Op het moment dat ik wil aangaan, krijg ik van achter een duw. Als ik doorduw, gaat Jasper over de vangrail en ben ik waarschijnlijk de schuldige. Misschien ben ik te braaf, maar ik wil ook niemand de dood injagen."
Toen de gemoederen wat bedaard waren, konden Merlier en Philipsen het weer met elkaar vinden. Op het podium gaven de twee Belgische topsprinters elkaar een ferme handdruk.
Source: Nu.nl sport