Zelden ging het MotoGP-debuut van een rijder gepaard met zoveel verwachtingen als het aanstaande debuut van Pedro Acosta. Zo wordt hij gezien als een van de grootste talenten sinds Marc Márquez, die inmiddels zesvoudig MotoGP-kampioen is. Nadat er in 2023 met Augusto Fernandez een rijder debuteerde die wat ouder was en meer ervaring had, is Acosta juist het tegenovergestelde. Hij is tijdens de GP van Qatar pas 19 jaar, 9 maanden en 15 dagen oud als hij zijn eerste race in de hoogste klasse afwerkt.
Toen hij pas vijf jaar oud was, stapte Pedro Acosta voor het eerst op een motorfiets. Hij trad daarmee in de voetsporen van vele andere MotoGP-rijders, die eveneens op zeer jonge leeftijd hun eerste meters maakten. Na enkele jaren in Spanje te hebben gereden op minibikes en later in de MiniGP, MaxxiGP en PreMoto3, zette de rijder uit Mazarrón in 2018 op veertienjarige leeftijd de stap naar het WK Junior Moto3. In een veld met onder meer kampioen Raúl Fernandez scoorde Acosta in vijf races drie punten. Ook in 2019 reed hij enkele races in de klasse om in 2020 derde te worden in het kampioenschap met drie zeges. Die laatste twee campagnes combineerde Acosta met seizoenen in de Red Bull Rookies Cup. Na drie zeges en de tweede plek in 2019 won hij de eerste zes races van 2020 om uiteindelijk kampioen te worden.
Acosta verdiende met die prestatie promotie naar het wereldkampioenschap Moto3, waar hij voor Red Bull KTM Ajo uitkwam. Met een tweede plek tijdens zijn debuutrace in Qatar maakte hij meteen indruk, maar een week later deed hij daar tijdens de Grand Prix van Doha nog een schepje bovenop. Door onverantwoord rijgedrag in de vrije trainingen was Acosta een van de zeven rijders die vanuit de pits aan de race moest beginnen. Daarin knokte hij zich knap naar voren om uiteindelijk als eerste Moto3-rijder ooit vanuit de pits een Grand Prix-zege te boeken. De daaropvolgende races in Portugal en Spanje won hij ook, waarna later in het seizoen zeges volgden in Duitsland, Stiermarken en de GP van de Algarve. Het leverde Acosta de wereldtitel op, waarmee hij de eerste debutant sinds Loris Capirossi in 1990 was die bij zijn debuut in het wereldkampioenschap meteen met de titel aan de haal ging.
Met die prestaties reed Acosta zich in de kijker bij KTM, dat een plan uitstippelde om hem in 2024 in de MotoGP te laten debuteren. Eerst volgde in 2022 de overstap naar de Moto2, waar hij opnieuw uitkwam voor KTM Ajo. De eerste zeven Grands Prix verliepen moeizaam met drie uitvalbeurten en drie puntenfinishes, maar in Mugello boekte de Spanjaard zijn eerste zege. In de aanloop naar de TT van Assen brak Acosta zijn bovenbeen bij een trainingscrash, waardoor hij twee races miste. In Oostenrijk keerde hij terug met een vierde plek om later in het seizoen nog zeges te boeken in Aragon en Valencia. De vijfde plek in de titelstrijd was het uiteindelijke resultaat, ruim achter teamgenoot en kampioen Augusto Fernández.
Pedro Acosta kroonde zich in Maleisië al tot wereldkampioen in de Moto2.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Zodoende kwam Acosta in 2023 opnieuw uit in de Moto2. Wederom reed hij in de kleuren van KTM Ajo. Ondanks een solide start met twee zeges in de eerste vier races moest hij de leiding in het kampioenschap aanvankelijk laten aan Tony Arbolino. Met nog twee zeges in Italië en Duitsland en twee derde plaatsen in Nederland en Groot-Brittannië nam Acosta de regie in de titelstrijd over, om daarna alsmaar meer afstand te nemen van de steeds wisselvalliger presterende Italiaan. Ook in San Marino, India en Indonesië schreef de nog altijd pas negentienjarige Acosta de Grands Prix op zijn naam, waardoor hij in Maleisië al wereldkampioen kon worden. Dat lukte, waardoor hij met nog twee races te gaan zijn tweede wereldtitel veiligstelde.
Op dat moment was al bekend dat Acosta in 2024 inderdaad de overstap zou maken naar de MotoGP. Dat doet hij met KTM, dat behoorlijk heeft moeten schuiven om hem ook daadwerkelijk een plekje aan te kunnen bieden. De Oostenrijkse fabrikant had namelijk vijf rijders gecontracteerd voor de vier plekken bij het fabrieksteam en GasGas Tech3. Pol Espargaró werd het kind van de rekening, want hij moest plaatsmaken voor Acosta en is per 2024 testrijder voor KTM.
Door zijn prestaties in het wereldkampioenschap tot dusver geldt Acosta als een van de grootste talenten die de MotoGP betreedt sinds Marc Márquez in 2013 zijn debuut maakte. Met twee wereldtitels in drie seizoenen heeft hij bewezen razendsnel te zijn. Tegelijkertijd heeft Acosta in 2023 ook laten zien dat hij weet dat hij die snelheid niet altijd helemaal hoeft te gebruiken. Voor het kampioenschap is het natuurlijk belangrijk om zo consistent mogelijk punten te scoren en is het niet altijd nodig om voor de overwinning te gaan. Daar waar hij in zijn eerste Moto2-jaar soms nog te gefixeerd was op de zege, liet Acosta afgelopen jaar zien dat hij ook aan het kampioenschap kan denken door genoegen te nemen met een tweede, derde of vierde plaats.
Ondanks de hoge verwachtingen blijft Acosta zelf met beide benen op de grond staan richting zijn eerste MotoGP-seizoen. "Ik heb geen doelstelling. We moeten ook heel veel dingen leren", verklaarde hij na zijn eerste officiële MotoGP-test in Valencia. "Misschien hebben we na de test in Qatar wel een goede afstelling en fijne elektronica, waardoor we voor het podium kunnen vechten. Maar misschien is alles een race later wel helemaal anders. Daarom wil ik het per race bekijken en proberen zoveel mogelijk te leren. Alle lessen wil ik in de volgende race al wel gelijk gebruiken, want dat is uiteindelijk wat mij helpt om te groeien."
Source: Motorsport