Afgaande op de wintertests in Maleisië en Qatar begint Ducati ook in 2024 als de grote favoriet aan het MotoGP-seizoen. Na de wereldtitels van Francesco Bagnaia in 2022 en 2023 kan dat leiden tot het derde rijderskampioenschap op rij en de vierde in totaal voor het merk uit Bologna. Titelverdediger Bagnaia begint in ieder geval met zekerheid aan het seizoen, want maandag is bekendgemaakt dat hij zijn contract heeft verlengd tot en met 2026. Jorge Martín, zijn belangrijkste tegenstander vorig jaar, heeft die zekerheid nog niet. Wel is het vrijwel zeker dat hij aan zijn vierde en laatste jaar in dienst van Pramac Ducati begint.
Ducati heeft deze winter een stap voorwaarts gezet met de GP24, waar naast Bagnaia en Martín ook Enea Bastianini en Franco Morbidelli over beschikken. De fabrikant hoopt dat deze line-up opnieuw het verschil kan maken, vooral doordat Yamaha en Honda op achterstand staan en Aprilia en KTM nog niet consistent genoeg zijn om op alle circuits en onder alle omstandigheden mee te doen om de zeges. Het maakt Ducati met afstand de interessantste optie op de rijdersmarkt richting 2025, maar dit competitieve voordeel heeft nog een andere gunstige uitwerking: men kan nu toewerken naar het verlagen van de uitgaven qua salarissen van de rijders.
Dat is een van de grootste uitdagingen op bedrijfsniveau en gezien de huidige ontwikkelingen op wereldniveau ook wenselijk, zeker voor een relatief kleine fabrikant als Ducati. "Het wereldwijde economische klimaat is nu niet echt stabiel door de oorlogen en conflicten die woeden. Wat Ducati niet wil doen, is zich vastleggen aan het betalen van bedragen die het over twee jaar niet meer kan betalen. Je moet niet vergeten dat we 60.000 motorfietsen per jaar verkopen, dus dat plaatst je in een heel andere positie dan bijvoorbeeld Yamaha en Honda", vertelt een hooggeplaatste Ducati-medewerker aan Motorsport.com.
Francesco Bagnaia gaat er financieel op vooruit door zijn nieuwe contract bij Ducati.
Foto: Gold and Goose / Motorsport Images
Bagnaia gaat door zijn nieuwe contract meer verdienen dan onder zijn vorige verbintenis, die hij in 2022 tekende toen hij nog geen MotoGP-titels had behaald. Sindsdien is zijn status veranderd en dat geldt nu dus ook voor zijn financiële beloning. Dat is grotendeels te danken aan prestatiebonussen. "Het klopt dat het basissalaris van Pecco, Enea en Jorge gelijk was. Maar de twee titels hebben een belangrijke impact op wat hij heeft ontvangen", zegt Albert Valera, de manager van Martín. "Ducati beloont degenen die in de top-drie van het wereldkampioenschap eindigen op financiële wijze en dat wordt ook gereflecteerd in een verhoging voor het volgende seizoen."
Motorsport.com heeft vernomen dat Bagnaia volgens zijn nieuwe deal een basissalaris van zo'n zeven miljoen euro krijgt. Met bonussen, onder meer voor zijn derde wereldtitel op rij, kan dat bedrag oplopen tot boven de tien miljoen euro. Toch is de situatie anders dan vijf of zes jaar geleden. Toen betaalde Ducati in twee jaar zo'n 25 miljoen euro aan Jorge Lorenzo, bedragen die nu tot het verleden behoren. Het merk heeft de salarissen al met zo'n 50 procent kunnen verlagen toen Andrea Dovizioso in 2021 vertrok en Bagnaia zijn plek innam. Dat wil Ducati nu herhalen, waardoor het praktisch onmogelijk wordt om Martín ook in 2025 bij Pramac te houden.
De Spanjaard profiteerde enkele jaren geleden van de gulheid van Ducati, maar dreigt nu dus slachtoffer te worden van de intentie om de salarissen te drukken. "Martíns geval was uniek, want hij streed met Enea om promotie naar het fabrieksteam. Dat verdienden ze allebei en daarom heeft Ducati de voorwaarden gelijk getrokken. Dat is nu voorbij", zegt iemand die Ducati verlaat. "Het idee was altijd dat dit satellietteam zou dienen als platform voor jonge rijders om ze voor te bereiden op de stap naar het fabrieksteam. De salarissen moeten dan echter wel in lijn zijn met die mentaliteit. Ducati kan geen basissalaris van twee miljoen euro betalen aan een rijder van een satellietteam."
De rijder die deze intenties van Ducati belichaamt, is Fermín Aldeguer. Motorsport.com kon recent melden dat het Spaanse talent een deal heeft getekend om in 2025 te debuteren bij Pramac. Zijn basissalaris bedraagt naar verluidt zo'n 300.000 euro, al kan ook dit bedrag nog verder oplopen door middel van prestatiebonussen. Het feit dat de Ducati Desmosedici de beste motorfiets van de grid is, helpt het merk dus om rookies aan te trekken. Zij willen financieel iets inleveren om op de beste motorfiets te rijden. Tegelijkertijd geldt dat ook voor sterren, getuige de overstap die Marc Márquez afgelopen winter heeft gemaakt naar Gresini Ducati.
Source: Motorsport