Als voetballer kwam de in 1926 in het Brabantse Princenhage geboren Rijvers 'slechts' 33 keer uit voor Oranje. Maar dat kwam vooral doordat de bond - en dan vooral toenmalig voorzitter Karel Lotsy - tot begin jaren vijftig geen prijs stelde op professionele voetballers bij het Nederlands elftal.
Rijvers speelde destijds net als veel goede Nederlandse voetballers in het buitenland. Daar kon je namelijk wel geld verdienen met de sport. Hij maakte in Frankrijk, waar hij vanwege zijn extreme sportbeleving de bijnaam 'La Maniaque' kreeg, goede sier bij Saint-Étienne en Stade Français. In ons land kwam hij uit voor NAC Breda en Feyenoord.
Pas na de Watersnoodwedstrijd in Parijs in 1953, waarbij de opbrengsten naar de slachtoffers van de Watersnoodramp gingen, omarmde de bond het profvoetbal. Dat leidde in 1954 tot de komst van betaald voetbal in Nederland én zorgde ervoor dat profs in Oranje mochten spelen.
Rijvers, Lenstra en Wilkes, allemaal zogeheten binnenspelers, werden herenigd, maar stonden uiteindelijk maar tien keer samen op het veld bij Oranje. Zij maakten daarin gezamenlijk liefst 23 doelpunten.
Na zijn loopbaan werd Rijvers al snel trainer. Ondanks zijn avontuurlijke stijl ging hij de boeken in als een van de minst succesvolle bondscoaches aller tijden, ook al debuteerden spelers als Frank Rijkaard, Ruud Gullit, Ronald Koeman en Marco van Basten onder zijn bewind. Hij werd in 1981 aangesteld, maar wist Oranje niet naar het WK van 1982 en het EK van 1984 te leiden.
Met name dat laatste valt Rijvers niet echt aan te rekenen. Oranje leek de tickets naar Frankrijk al in de tas te hebben, tot concurrent Spanje in de laatste kwalificatiewedstrijd met 12-1 van Malta won, waardoor het één doelpunt boven Nederland eindigde in de stand.
Decennia later zei Rijvers dat hij toen al door had dat er destijds iets niet in de haak was, maar de KNVB wilde er geen zaak van maken. "Dat stoorde me enorm. Ik had van tevoren al signalen opgevangen", zei hij in 2016 tegen de Volkskrant, naar aanleiding van de publicatie van zijn biografie Prof, opgetekend door zijn kleindochter Antje Veld. Van het EK kreeg hij vervolgens weinig mee - die herinneringen had hij vermoedelijk verdrongen.
Eerder kende Rijvers wel successen met FC Twente, waar hij in 1966 zijn trainersloopbaan begon. En met PSV werd hij drie keer kampioen en won hij in 1978 de UEFA Cup. Twente riep hem eind 2019 nog uit tot erelid. In de blessuretijd van zijn leven, zoals hij dat zelf omschreef. Rijvers toonde zich tegenover Tubantia vereerd. "Het is toch iets bijzonders. Ik heb iets met deze club. Kennelijk hebben ze ook nog steeds iets met mij."
Zijn laatste trainersklus was in 1994, toen PSV na het ontslag van Aad de Mos een tijdelijke opvolger nodig had. Rijvers was beschikbaar en zat - met tegenzin én karakteristieke pet - drie maanden op de bank. Liever was hij namelijk thuisgebleven, op het door hem zo geliefde Franse eiland Île d'Oléron.
In de laatste jaren van zijn leven woonde Rijvers weer in Breda, niet ver van de plek waar hij werd geboren. Begin vorig jaar kwam een delegatie van de KNVB bij Rijvers thuis langs om hem te benoemen tot bondsridder. "Het levensverhaal van Kees Rijvers vertelt voor een belangrijk deel ook het verhaal van het Nederlands voetbal", zei bondsvoorzitter Just Spee.
Source: Nu.nl sport