Het nieuws van deze week dat Apple de stekker uit zijn autoproject trekt, is om meerdere redenen fascinerend. Allereerst omdat hiermee tien jaar werk overboord wordt gegooid. Dat getuigt van lef én realiteitszin. Die fantastische Apple-auto kunt u dus vergeten.
Het bedrijf zelf houdt de lippen stijf op elkaar, maar afgaande op de berichten van Amerikaanse media ruilt Apple de zelfrijdende auto in voor technologieën waar het meer heil in ziet, vooral kunstmatige intelligentie. De miljarden die de komende jaren naar de auto zouden gaan, worden nu besteed aan AI.
Het is een bekend verhaal: in het geweld van Google, Meta en OpenAI blijft het rondom Apple op dit vlak akelig stil. Siri is nog altijd de knullige spraakassistent die het altijd al is geweest. De vrijkomende miljarden zullen Apple zeker helpen, maar het bedrijf kan zich ook weer niet rijk rekenen. In het AI-landschap kijken de techtitanen niet op een miljardje meer of minder.
Meta-topman Mark Zuckerberg liet zich onlangs tegenover Bloomberg ontvallen dat hij nog voor het einde van het jaar 350 duizend geavanceerde AI-chips van Nvidia wil hebben in Meta’s datacentra om het zware rekenwerk te doen dat nodig is voor de nieuwste toepassingen.
Het gaat niet om huis-tuin-en-keukengereedschap: één zo’n H100-chip kost een kleine 30 duizend euro. In totaal gaat het dus om een investering van 10 miljard euro door Meta, alleen al aan chips. Daar komt nog andere hardware bij, plus de kosten van de knapste AI-koppen.
Ook OpenAI-topman Sam Altman denkt graag groot. Net als de hele industrie is zijn bedrijf sterk afhankelijk van de chips van Nvidia. Geen ideale situatie. Het liefst wil Altman zelf AI-chips gaan maken. OpenAI denkt hiervoor (van het ontwerpen tot aan het neerzetten van de fabrieken) enkele duizenden miljarden nodig te hebben. Ergens werd een bedrag van 7 biljoen genoemd. Dat is geen schrijffout. Ter vergelijking: de Nederlandse overheid gaf vorig jaar een schamele 400 miljard uit. De totale zorgkosten bedroegen 90 miljard.
De AI-wedloop laat geen adempauze toe. Techbedrijven kunnen het zich simpelweg niet permitteren stil te zitten, in de wetenschap dat de concurrentie voortdendert en weer nieuw gereedschap op de markt brengt. Uiteindelijk kunnen alleen de allerrijkste AI-bedrijven zich in deze race mengen, waarmee ze nog meer macht verwerven.
De heilige graal is intussen nog steeds AGI, het soort AI dat de menselijke intelligentie op alle vlakken de baas is. In de Hard Fork-podcast van The New York Times deed Google DeepMind-topman Demis Hassabis maar weer eens de voorspelling dat dit moment er onherroepelijk aankomt, al kan hij er geen harde datum op plakken.
Of dit punt ooit wordt bereikt, is ongewis, maar duidelijk is dat de route ernaartoe onvoorstelbare hoeveelheden water en energie vereist. Dat is een urgenter gevaar voor de mensheid dan die hele gedroomde superintelligentie.
Source: Volkskrant columns