Sommige gemeenten in Nederland doen er alles aan om geen asielzoekers op te vangen. In de gemeente Zeist gaat het anders. Daar willen ze hun asielzoekers graag houden.
Wie gaat kijken in villadorp Huis ter Heide, ziet een soort opvangwalhalla. Centraal staat het Walaardt Sacré Kamp, een kazerne waar zo’n driehonderd Afghaanse asielzoekers verblijven. Er is speelruimte voor de kinderen. De asielzoekers roemen het feit dat ze een eigen kamer hebben.
Rondom de kazerne bevindt zich een geolied vrijwilligersnetwerk. In een sympathiek ogend gebouw vlak bij de kazerne vinden lessen Nederlands plaats, een 63-jarige Afghaanse vrouw schrijft ingespannen in een schrift.
Lydia van Rhenen, coördinator van de taallessen, (‘mijn man verdient goed, dus ik hoef niet te werken’, nou ja, ze werkt dus volop, alleen dan vrijwillig,) geeft huiswerk op. Ze maakt foto’s van de aantekeningen op het bord, ‘om te delen in de WhatsAppgroep met de leerlingen’.
Over de auteur
Ana van Es schrijft twee keer per week een column voor de Volkskrant, waarvoor ze Nederland doorkruist. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten. Van Es won de journalistieke prijs De Tegel met haar reportages uit Jemen.
Aanvankelijk was de les alleen voor vrouwen, inmiddels doen ook mannen mee. Wachtlijsten zijn een feit. Hani, acht maanden in Nederland, zit in de klas met zijn echtgenote, die in Afghanistan niet meer naar de universiteit mocht toen de Taliban aan de macht kwamen.
Agenda’s worden getrokken. Asielzoekers gaan wandelen met de plaatselijke ouderen, kunnen ze gelijk hun Nederlands oefenen. De gemeente probeert hen zo snel mogelijk aan een baan te helpen, ook als ze nog geen verblijfsvergunning hebben. Wie geen betaalde baan heeft, kan aan de slag in de kringloop.
Op het kamp leren vrouwen kleding maken, er zijn tekenlessen, de eerste expositie van textiele werken is geweest. De buurt heeft wat te bieden en doet dat ook. Een benefietdiner voor aardbevingsslachtoffers in Herat leverde een serieus bedrag op, mensen gaven ‘geen vijf euro’.
Wie hier vrijwilliger is en wie vluchteling, dat loopt door elkaar heen en juist daarom werkt het zo goed. Bij de taallessen assisteert een Afghaanse bewoonster van het Walaardt Sacré Kamp. Ze spreekt Engels, ze wil niet met haar naam in de krant uit angst voor represailles tegen haar familie.
In Afghanistan hield ze zich bezig met ‘advocacy for women’s rights’, maar de Taliban moesten niets van vrouwenrechten hebben. ‘Ik mocht niet meer naar kantoor, vrouwen mochten niet eens meer naar de sportschool.’
Nu overtuigt ze in Huis ter Heide andere vrouwen om naar de Nederlandse les te komen. ‘In het begin was dat een beetje moeilijk, de vrouwen hadden geen vertrouwen in zichzelf, maar nu weten ze waarom het belangrijk is.’ Het zou, zegt zij, ‘zo slecht’ zijn als het hier gaat sluiten.
Toch dreigt dat te gebeuren. Het ministerie van Defensie wil het Walaardt Sacré Kamp in gebruik nemen voor ‘legering, facilitaire en andere ondersteunende functies’, schreven minister Kajsa Ollongren (Defensie) en staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel) eerder deze maand aan de Tweede Kamer.
Overal is een tekort aan opvangplekken voor asielzoekers. Vanwege de behoefte van het leger aan ‘meer ruimte voor opleiden, trainen en oefenen’ moeten de Afghanen deze zomer desondanks vertrekken uit Huis ter Heide.
De plannen voor de sluiting ‘lazen wij ook’, zegt de verantwoordelijke wethouder in Zeist, Laura Hoogstraten. Ze benadrukt hoe graag ze de asielzoekers zou houden, ‘het Walaardt Sacré werkt goed’, ‘het zou zonde zijn om het te sluiten’, ‘we zijn blij met de opvang die we bieden’, denk eens aan de ‘menselijkheid’. Hier is een gemeente die graag asielzoekers wil opvangen, maar er straks minder krijgt.
Diwa, een 30-jarige weduwe, vertelt dat het voor haar als alleenstaande vrouw met kinderen onmogelijk werd om in Afghanistan te overleven. ‘Mijn man is dood en ik mocht zelf niet meer werken. De Taliban zeggen: mannen zijn goed, vrouwen slecht.’
In het Walaardt Sacré Kamp werkt ze vrijwillig als kapper. ‘Ik ben zo gelukkig hier.’ Trots laat ze filmpjes zien van haar zoons van 7 en 11 op het voetbalveld bij een sportclub in buurdorp Den Dolder. Ook dat spreekt hier voor zich: vluchtelingenkinderen worden lid van een voetbalteam. ‘Elke zaterdag spelen ze!’
Source: Volkskrant columns