Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Een bezorgde lezer mailde ons. Ze voelde zich onheus bejegend door een vragenlijst die ze toegestuurd had gekregen na een museumbezoek. Ze had screenshots meegestuurd. Een van de stellingen waarop ze anoniem kon reageren, luidde: ‘Soms denk ik dat mijn toekomst geen enkel perspectief biedt.’ Daaronder kon ze vier opties aanvinken: van ‘helemaal mee oneens’ tot ‘helemaal mee eens’. Een andere stelling: ‘Ik vind dat homoseksuele en lesbische stellen dezelfde rechten moeten kunnen hebben als heteroseksuele stellen.’
Deze lezer was niet naar een museum voor zelfinzicht gegaan, maar ‘gewoon’ naar Stedelijk Museum Amsterdam. Daar kom ik ook regelmatig, dus ik heb meteen uit mijn e-mail zo’n vragenlijst opgedist. Die begon redelijk normaal, met beoordelingsvragen over de tentoonstellingen en de museumcollectie, maar leek voor wie vlijtig doorklikt (na ‘het museum wil beter inzicht krijgen in jouw wensen en behoeften’) te ontsporen. Alsof een ggz-vragenlijst is gemengd met een kieswijzer.
Nog een voorbeeldje: ‘Diep in mijn hart vind ik dat de man het meest geschikt is als kostwinner en de vrouw het meest geschikt is om het huishouden te doen.’
Ik dacht aan conceptueel kunstenaar Hans Haacke, die al sinds 1970 provocatieve en subversieve peilingen en publieksonderzoeken organiseert in musea. Zo liet hij via een peiling in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York museumbezoekers kritiek leveren op een politicus die in het MoMA-bestuur zat. Haacke prikkelde met dit soort kunstwerken het politieke bewustzijn van kunstkijkers. Het zijn vroege voorbeelden van wat we nu ‘institutionele kritiek’ zijn gaan noemen.
Die vragenlijst van het Stedelijk is geen kunstproject, maar gewoon een echt publieksonderzoek. Het museum gebruikt de resultaten ‘om bezoekers te leren kennen en in te kunnen spelen op hun behoeften’. Ook fondsen en sponsoren van musea vinden dit soort onderzoek belangrijk: ‘Zij willen weten of je in tune bent met je publiek.’
Even later had ik onderzoeksbureau Motivaction aan de lijn. Zij voeren onderzoeken uit voor verschillende Nederlandse musea, vertelde directeur Pieter Paul Verheggen. In een aantal gevallen, zoals het Stedelijk, doen ze dat aan de hand van stellingen. Het gaat musea niet om de resultaten van losse stellingen. Ze willen dus heus niet weten wat ik ‘diep in mijn hart’ denk over man-vrouwverhoudingen.
Motivaction analyseert de antwoorden op dit soort stellingen om museumbezoekers te kunnen indelen in ‘mentality-profielen’. Dan wordt het interessant voor musea, voor ‘gerichte marketing’. De ‘kosmopolieten’ (een van de acht profielen) moet je bijvoorbeeld anders benaderen dan de ‘traditionele burgerij’. Voor het Stedelijk doet Motivaction sinds 2012 onderzoek – dat verrast me niet. Dat was het jaar van de grote cultuurbezuinigingen met ‘cultureel ondernemerschap’ als buzzword en doelgroepdenken als resultaat. Verheggen verwoordt deze ontwikkeling optimistischer: ‘We zien de cultuursector professionaliseren.’
Ik geloof niet dat ik helemaal gerustgesteld ben. Ik voel te grote weerzin bij psychologisch en ideologisch kleur bekennen als input voor marketingstrategieën. Dat ligt vast aan mijn mentality-profiel. Wel vermoed ik dat de vragenlijst een leuke ijsbreker is bij een eerste date, of om een verhitte discussie te forceren bij het paasontbijt. En ik hoop dat wie de stelling ‘Soms denk ik dat mijn toekomst geen enkel perspectief biedt’ onderschrijft, een gratis Museumkaart krijgt toegestuurd.
Source: Volkskrant columns