Fouten maken we allemaal, maar in de zorg zijn fouten toch een stuk vervelender dan in veel andere sectoren. Daarom is er in de zorg veel aandacht voor werkafspraken – wie doet wat – en zijn er controles om fouten op te sporen en, liefst natuurlijk, te voorkomen. Vooral bij overdrachtsmomenten wil er nog wel eens iets misgaan. Denk maar aan dat fluisterspelletje van kinderen, dat leunt op de foutgevoeligheid van overdrachtsmomenten: een kind fluistert een zin in het oor van het tweede kind, dat het weer doorfluistert, en zo de cirkel rond. Het laatste kind zegt tot slot welke zin hij hoorde en dan het eerste kind wat de oorspronkelijke zin was. Dikke pret.
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoe complexer het zorgproces, hoe meer overdrachtsmomenten en hoe groter de kans op fouten. Goede werkafspraken zijn dan nog belangrijker. Maar binnen één organisatie is het al een hele klus om af te spreken wie voor welk deel van de zorg verantwoordelijk is, dus zodra er meerdere organisaties bij de zorg betrokken zijn, wordt het nog ingewikkelder: wie is verantwoordelijk bij grenszorg, daar waar de zorg overgaat in andermans handen?
De meeste ziekenhuizen en huisartsorganisaties maken wel afspraken, waarin ze met elkaar vastleggen hoe ze de zorg samen borgen. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk gaat het in de grenszorg toch regelmatig mis. Want de meeste zorgorganisaties hebben intern de werkafspraken wel op orde, maar tussen zorgorganisaties zijn de zorgprocessen vaker niet dan wel goed op elkaar afgestemd. En door de toegenomen complexiteit van de zorg en toegenomen schaarste aan zorg gaat het naar mijn idee steeds vaker mis.
Bijvoorbeeld als mensen uit het ziekenhuis ontslagen zijn – en dus buiten de interne werkafspraken vallen. Wie moeten mensen bellen als ze na een ingreep in het ziekenhuis koorts hebben, of bloedverlies? Wie haalt hun hechtingen eruit? Wat moeten ze doen als ze pijnstilling tekortkomen?
Veel specialisten hebben het wel geregeld, maar vaak niet waterdicht. Zijn de poli-assistentes allemaal goed opgeleid in het uitvragen van de medische spoed van de patiënten? Controleert de specialist hun adviezen? Werken de telefoonnummers die patiënten mee krijgen altijd – ook tijdens de lunchpauze en om half 5? Ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend? Ik weet het antwoord wel.
Met name bij spoed komt de patiënt regelmatig in het nauw. Er is een landelijke afspraak dat mensen met ernstige longziektes niet door de huisarts worden behandeld maar onder controle blijven van de longarts. Wordt de longziekte echter acuut erger, en is de patiënt dus zieker en benauwder, dan wordt de patiënt als hij belt naar de longarts vaak weggestuurd: als het zo erg is, moet de huisarts het maar oplossen. Dus: ernstig ziek met stabiele klachten: bij de longarts. Maar ernstig ziek met instabiele klachten: naar de huisarts.
In de acute psychische zorg is die spoedzorg helemaal een drama. Weinig psychiaters en psychologen hebben de spoedzorg voor de eigen patiënten goed geregeld. Wanneer hun patiënten psychisch ontregelen, moeten ze dan de huisarts bellen, maar die kan de psychiater of psycholoog doorgaans evenmin bereiken. Wat rest is de crisisdienst, maar die is er alleen voor de dringendste zaken en ze kennen de patiënt niet.
Onduidelijkheid over wie wanneer waar voor welk deel van de zorg verantwoordelijk is, leidt niet alleen tot stress bij de patiënt, maar ook tot onveilige situaties, omdat lang niet altijd de zorgverlener of -organisatie met de juiste expertise beschikbaar is of omdat het lang duurt voordat de patiënt op de juiste plek is.
Het gaat overigens niet alleen om medische zorg waar patiënten vastlopen. Wat als je thuiszorg nodig hebt en die is er niet? Wie zorgt voor depressieve kinderen die op de wachtlijst voor de jeugdzorg staan? De gemeente is verantwoordelijk, maar welke gemeente neemt die verantwoordelijkheid ook, is bereikbaar en lost het op?
Nogal wat organisaties hebben de neiging grenszorg op de huisartsen af te schuiven. Als u zorg nodig heeft, mag uw afschuifalarm afgaan bij het zinnetje: ‘Daarvoor moet u uw huisarts bellen’. Het helpt dan om door te vragen wie eindverantwoordelijk is voor de zorg die u nodig heeft. Commerciële klinieken maken het overigens vaak het bontst met het afschuiven van zorgvragen. Pas kreeg ik een brief van een orthopeed uit zo’n kliniek hier in de buurt: ‘Voor het gemak van de patiënt verwijs ik voor postoperatieve vragen en medicatie en het verwijderen van de hechtingen patiënt terug naar de huisarts.’
Wat een heerlijke oplossing, voor de orthopeed.
Source: Volkskrant columns