Het duurde maar kort. Maar het was zo mooi dat het de kleur van de dag veranderde, de grondstemming omploegde, het nare op afstand zette, het vastgekoekte loswrikte.
Als je me zou vragen wat er dan zo mooi was, zou ik beginnen over de lichtval en een vermoeden van lente, dan verdergaan over de stem van een kleuterjuf op het plein, die niet zozeer welluidend was, maar waarin zoveel geruststellende vakkundigheid klonk, of hoe de man op zijn ouderwetse brommer net niet de bakfiets van de oppasmoeder schampte en ze allebei lachend oei! riepen, dat Johan Cruijff hier om de hoek was geboren, iets leuks met seks, de herinnering aan het bestaan van Indonesisch eten, het voornemen dat te gaan halen, de praatjes van vriend J., de geur van diens shaggie, en dan wist je eigenlijk nog niks, en was ik nog niet eens halverwege wat er allemaal zo mooi was, in dat ene moment.
Source: Volkskrant columns