Home

Meneer wil niet naar het ziekenhuis. Vraag: hoe wilsbekwaam is een verslaafde?

Ik heb telefoondienst op de huisartsenspoedpost. Een ambulanceverpleegkundige belt om te overleggen. Ze zit met een dilemma. Ze hebben het druk bij de ambulancedienst, maar ze kan niet goed weg bij de patiënt waar ze nu is: een methadonverslaafde man van 47 jaar, die doodziek is. Ze vertelt hoe ze hem aantrof: hoge koorts en hartslag, een lage bloeddruk en ernstig benauwd, met een zuurstofgehalte van onder de 50 procent. Ze heeft hem zuurstof gegeven en een infuus en nu ze wil hem naar het ziekenhuis brengen, maar hij weigert. Ze heeft hem verteld dat hij heel ziek is en dan misschien wel overlijdt, maar hij is niet te vermurwen. Hij wil zijn methadon halen bij de GGD.

Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ze heeft hem gevraagd hoe hij denkt zo ziek bij de GGD te komen en aangeboden te checken of ze in het ziekenhuis ook methadon verstrekken, maar het maakt niks uit: hij wil niet mee. Ik hoor frustratie in haar stem: ze ziet een heel zieke man, ze heeft hem voor nu even kunnen oplappen, maar zonder verdere medische zorg stort hij geheid ergens vanavond of vannacht weer in. Hij is volstrekt helder en wilsbekwaam, zegt ze, dus ze kan hem ook niet dwingen. Maar haar zorgverlenershart bloedt, dat ze hem zo achter moet laten.

Ik stuur een huisarts om met haar mee te denken. Na een uur komt de huisarts terug. Die heeft antibiotica geregeld, maar dat helpt op z’n vroegst morgen. Opname in het ziekenhuis bleef de man weigeren. De ambulanceverpleegkundige heeft hem laten ondertekenen dat hij volledig geïnformeerd is over de risico’s en toch onder geen beding naar het ziekenhuis wilde. En toen zijn ze maar vertrokken.

Ruim een uur later word ik opnieuw gebeld door dezelfde ambulanceverpleegkundige. Ze is bij de GGD, waar ze met loeiende sirenes naar toe is gereden vanwege een spoedmelding dat er daar een ernstig zieke man was. Aangekomen treft ze, u raadt het al, onze 47-jarige meneer aan. Na vertrek van de huisarts en de ambulanceverpleegkundige was de man op zijn scootmobiel geklommen en naar de GGD gereden. Daar had hij zijn methadon gekregen.

Intussen was de zuurstof van de ambulanceverpleegkundige uitgewerkt en was hij te ziek en te benauwd om op zijn scootmobiel terug naar huis te rijden. Dus belde hij zijn zus. Zij was met de auto naar de GGD gesneld, trof haar verslaafde broer daar doodziek aan en belde 112. Nu wil de man wel naar het ziekenhuis.

Hij heeft pech dat zijn spoedrit wordt gedaan door dezelfde ambulanceverpleegkundige die bijna twee uur bezig is geweest hem zuurstof te geven, vocht toe te dienen en hem heeft gesmeekt hem naar het ziekenhuis te mogen brengen. De ambulanceverpleegkundige is boos. Hij wilde toch niet? En nou moet ze hem meenemen? Wat denkt hij dat de ambulancedienst is? Een gratis taxibedrijf? Het is hartstikke druk, denkt hij dat-ie de enige in de wereld is die zorg nodig heeft? Hij heeft een uur eerder getekend dat hij absoluut niet mee wil, dus ze neemt hem mooi niet mee. Ik kies voor een snelle pragmatische oplossing: zijn zus is bereid hem in haar auto te vervoeren, het ziekenhuis is gelukkig vlakbij.

Ik begrijp de frustratie van de verpleegkundige, maar kan zelf om het gedrag van de man niet boos worden. Zo werkt een ernstige verslaving: eerst komt de verslaving, dan pas de verslaafde. De eerste keer dat hij de ambulance belde was dat niet omdat hij naar het ziekenhuis wilde, maar omdat hij te ziek was om zijn methadon te kunnen halen. Dus toen hij was opgelapt door de ambulanceverpleegkundige wilde hij maar één ding: zo snel mogelijk op zijn scootmobiel richting GGD. Bij het tweede ambulancebezoek was zijn prioriteit verschoven: de verslaving was voor even behandeld en er was ruimte voor de zorg voor hemzelf.

De vraag is hoe wilsbekwaam hij eigenlijk was toen hij weigerde mee te gaan naar het ziekenhuis en of we niet een gedwongen opname hadden moeten regelen. Maar dat is niet zo simpel: er moet sprake zijn van wilsonbekwaamheid en bijvoorbeeld van acuut gevaar. Hoe wilsbekwaam is een verslaafde? En wanneer is er sprake van acuut gevaar? Regelmatig vragen familieleden van een verslaafde of die niet met een gedwongen opname tegen zichzelf beschermd kan worden. Meestal kan dat dus niet. En moet de familie maar hopen dat hun verslaafde familielid zelf hulp zoekt. En als die dat niet doet, rest meestal niets anders dan machteloos toezien hoe hun broer, zus, vader, moeder of kind zichzelf langzaam te gronde richt.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next