Home

Ongelooflijk en een beetje gek

Ze vroeg in de aanloop naar de WK zwemmen in open water aan haar trainer of ze haar weekrecord mocht verbeteren: 110 kilometer, in een zwembad van 50 meter in Pretoria. Dan ga je als incidentele vakantiezwemmer toch onwillekeurig rekenen. Twintig baantjes is één kilometer. Eén kilometer pas. Pfff. Even doorzwemmen; 110 kilometer is dan… 2.200 baantjes. Zwemmen, in een week. In een waanzinnig tempo.

Het is onvoorstelbaar. Het is misschien ook een vorm van gekte, of verslaving aan trainen. De eentonigheid, de trance vermoedelijk, het afmatten van het lichaam, in de wetenschap dat het ook niet anders kan om te presteren. Ja, in het verleden waren haar schouders overbelast van al die baantjes borstcrawl. Dat is logisch.

Over de auteur
Willem Vissers is meer dan 25 jaar voetbalverslaggever. Hij versloeg acht WK’s. Vissers schrijft elke week een sportcolumn voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

.

Zij is een Nederlandse vrouw, Sharon van Rouwendaal. Zij is een van die geweldige Nederlandse sportvrouwen die met zovelen zijn dat een sportkatern van een dagblad te dun is om ze allemaal recht te doen. Zij zwemt zaterdag dus voor de warme kust bij Doha, in Qatar, met aan de horizon de megalomane flats die zo bekend waren van het WK voetbal. WK, tien kilometer, zo hard mogelijk, met alle tactische variaties. Meteen aanvallen of afwachten? In elk geval initiatief houden, want de tegenstanders kunnen piranha’s zijn, vertelt ze later, als ze de medaille koestert.

Bijna tachtig slagen per minuut tegen het einde. Ongelooflijk dat ze nog kan versnellen in het zicht van de finish, als de Spaanse Maria de Valdés haar optisch passeert, maar dat is blijkbaar vanuit het standpunt van de camera gezien. Van Rouwendaal verheft zich als het ware uit het water en tikt als eerste tegen het bord.

Sharon van Rouwendaal is een van de apartste sportvrouwen van al die nationale diva’s. Duursporter in een eentonig ritme van trainen, eten en slapen. Eens opeens verhuisd naar Frankrijk met haar ouders, en als kind ingetrokken bij een trainingsgroep. Met coaches over wie je denkt: is dat wel normaal? Eentje is veroordeeld voor seksueel misbruik van een andere zwemster. De ander was een soort Frans oermens met een meedogenloos regime. Hij schold haar uit en tergde haar tot het uiterste, tot tranen toe. Het is het type machtsverhouding waarover in andere sectoren hevige verontwaardiging ontstaat, maar dat in de sport nog geregeld voorkomt.

Uiteindelijk vertrok ze bij oermens Philippe Lucas, en nu traint ze alweer jaren in Maagdenburg, in de vroegere DDR, bij de Duitser Bernd Berkhahn, een intellectueel met een wetenschappelijke benadering. En dus vroeg ze hem, omdat het zo lekker ging en omdat ze er toch bijna was, of ze in weken van normaliter relatief rustige training in de aanloop naar belangrijke wedstrijden even dat persoonlijke record mocht pakken.

Een record dat verder helemaal geen record is. Het staat nergens op een gouden tableau, wie in een week de meeste baantjes zwemt. Het is een record voor haarzelf. Zij blij, hij blij, zeker toen ze ook nog de wereldtitel won. Het is onvoorstelbaar knap, en ook wel een beetje beangstigend, omdat het grenst aan gekte. Maar topsport is geoorloofde gekte, en dat spreekt dan wel weer voor Sharon van Rouwendaal.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next