Home

De lelijkste teamnamen uit de F1-geschiedenis deel 2

Photo by: Motorsport Images

John Watson in de opvallende Goldie Hexagon Racing-auto

Hoe Paul Michaels op het idee kwam om een raceteam Goldie Hexagon Racing te noemen, dat is me nog altijd een raadsel. Goldie kwam van de sponsor John Goldie, maar Hexagon was een beetje bijzonder gekozen. Michaels kwam met opvallende wagens in 1974 aan de start, maar daarvoor had Hexagon al een hele tijd in de Formule-racerij gereden. Met Hexagon of Highgate reed het team in 1972 al mee in de niet voor het kampioenschap meetellende races, zonder noemenswaardige resultaten. Twee jaar later debuteerde het team in de Formule 1 en deed dat helemaal niet zo heel onverdienstelijk. John Watson zat achter het stuur en scoorde zelfs een aantal maal punten. Het hoogtepunt was een vierde plek in Oostenrijk. Was Watson tijdens de race acht seconden sneller geweest, dan was een podiumplaatsje binnen. Het mocht niet zo zijn. Pogingen om een jaar later weer aan de start te verschijnen mislukten, want Bernie Ecclestone - de eigenaar van Brabham - kwam pas laat over de brug. Michaels trok het team terug, om in 1977 op Brands Hatch nog een keer tijdens een niet meetellende race mee te doen. Daarna verliet Hexagon met stille trom de sport, om in 2011 als sponsor in een Brits klassiekerkampioenschap nog even terug te keren.

Photo by: Sutton Images

Huub Rothengatter in de Osella

Osella is een naam dat bij sommige lezers wel een belletje doet rinkelen. Het Italiaanse automerk werd in 1965 door Enzo Osella opgericht om in eerste instantie in het thuisland aan races mee te doen. Met een Abarth scheurden de Osella's over circuits het hele land door en dat beviel Abarth goed. In 1975 kreeg Enzo de kans om met het merk in het Europese Formule 2-kampioenschap te racen. De successen waren zo groot dat BMW overtuigd was om samen met Osella de stap naar het wereldwijde F2-kampioenschap te wagen. In 1980 volgde de bekroning voor Enzo zijn werk: de stap naar de Formule 1. Eddie Cheever was de eerste coureur, met wie in F2 grote successen waren geboekt. F1 bleek echter een brug te ver voor Osella, want punten kwamen er in het debuutseizoen niet. Dat gebeurde pas in 1982, toen Jean-Pierre Jarier tijdens de GP in Imola met een knappe prestatie vierde werd. Dat is dan ook meteen de beste prestatie uit de geschiedenis van Osella, dat alleen met Piercarlo Ghinzani in 1984 nog een keer vijfde werd. Een jaar later was Huub Rothengatter een rijder bij het team, maar ook de Nederlander kreeg het niet voor elkaar om de rode bolide naar de punten te rijden. In 1990 verkocht Osella het F1-team aan Gabriele Rumi, die een jaar later het team omdoopte in Fondmetal. Ook al zo'n hoogvlieger. 

Photo by: Joe Portlock / Motorsport Images

Dankzij investeringen konden Esteban Ocon en Sergio Perez het seizoen 2018 afmaken

Het is dat dankzij de naamsverandering doorgevoerd door een groep investeerders onder leiding van Lawrence Stroll het team gered werd, maar echt een toffe naam is dit absoluut niet. Vlak voor de Grand Prix van België van 2018 kwam de teamnaam naar boven en dat was hard nodig ook. Force India was de gangbare naam voorheen, maar het team onder leiding van de flamboyante Vijay Mallya had grote financiële problemen en had uitstel van betaling al aangevraagd. Er gingen zelfs geluiden rond dat de renstal het seizoen niet af kon maken. Lawrence Stroll zag zijn kans schoon en met hulp van bevriende investeerders werd de boel door de Canadese miljardair opgekocht. De naamsverandering had wat voeten in de aarde, want Force India als team an sich werd zelfs na de overname van Stroll uit het kampioenschap gehaald. Toch moest Racing Point de naam Force India overnemen, want die naam was ook de naam van het chassis. In de FIA-regels staat dat de naam van het chassis ergens in de teamnaam verwerkt moet worden. Ook de tot dan toe behaalde punten - dat waren er 59 - telden niet meer mee. Tot aan het einde van het seizoen werden er nog 52 punten gescoord, waarna het team in 2019 Racing Point ging heten. Ondertussen is de boel omgedoopt in Aston Martin Racing en heeft Lawrence Stroll nog altijd een flinke vinger in de pap.

Photo by: Sutton Images

Derek Bell, Tecno PA123

De naam Tecno Racing Team doet vermoeden dat er veel technische kennis bij het team zat en in de opstapklassen richting de Formule 1 deed de renstal onder leiding van de gebroeders Pederzani ook mooie dingen. Coureurs als Clay Regazzoni en Ronnie Peterson haalden in de Rode Tecno-wagens grote successen. In 1969 won laatstgenoemde coureur zelfs vijftien Formule 2-races, een ongekende prestatie. De Italianen wilden echter meer en aan de hand van - daar is hij weer - Ron Tauranac werden de eerste stappen richting de Formule 1 gezet. In de GP van België van 1972 was het zover: Nanni Galli kwalificeerde zich en maakte zich klaar voor het debuut van de renstal in de koningsklasse van de autosport. Een botsing maakte een einde aan zijn race. De rest van het seizoen wisselde Galli met tweede coureur Derek Bell het plekje achter het stuur af, zonder resultaat. Een jaar later probeerde Tecno in Spa het weer en dit keer met de beroemde Chris Amon achter het stuur. De Nieuw-Zeelander reed een snaarstrakke race en werd zesde. Zo kwam het enige punt voor Tecno op de borden. In 1975 was nog heel even de gedachte om nog een poging te wagen, maar de Pederzani-broers trokken de stekker uit het team. Zij vonden de sfeer in de paddock 'toxisch' en wilden nooit meer terugkomen.

Photo by: Motorsport Images

David Purley in de LEC-wagen

Dankzij een goed gevulde portemonnee van zijn familie kon David Purley met de LEC Refrigeration Racing-auto in 1973 zijn debuut maken in de Formule 1. Het team stapte nota bene tijdens de Grand Prix van Monaco dat jaar in. Purley kwalificeerde zich diep in de achterhoede en ook tijdens de race kon de Brit geen potten breken. Nadat een lekkage in de benzinetoevoer optrad was ook de race voor hem voorbij. Toch is het goed mogelijk dat veel lezers de naam Purley wel herinneren, al is het om een trieste reden. Tijdens de race op Zandvoort van dat jaar vond het noodlottige ongeval met Roger Williamson plaats. Williamson crashte en zijn auto vloog in brand, Purley parkeerde zijn wagen en probeerde met alle macht de wagen van zijn landgenoot te blussen. Alle inzet van Purley ten spijt stierf Williamson. Later dat jaar finishte de LEC-coureur nog wel een paar keer, maar zonder succes.

Even leek daarmee een einde te komen aan het avontuur van de Britse renstal, maar in 1977 keerde Purley met LEC Refrigeration terug. In een paar pogingen kwam Purley niet ver, maar toch is de naam van de Engelsman door een opvallend iets dat jaar in de geschiedenisboeken te vinden. Een vastzittend gaspedaal tijdens de pre-kwalificatie in Silverstone zorgde voor een gigantische klap, wat Purley maar net overleefde. Echt gemeten werd er nog niet, maar de schatting is dat tijdens de klap het lichaam van de coureur bijna 180g te verduren kreeg. Beide benen, zijn heupen en een aantal ribben waren gebroken, maar wonder boven wonder herstelde Purley. De rijder besloot wel te stoppen met racen en ging andere dingen doen. In 1985 stierf de toen 40-jarige man uit Bognor Regis na een crash met zijn vliegtuigje.

Source: Motorsport

Previous

Next