Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier m
Als David Prydie, tijdens een strandwandeling met zijn twee honden, naar de staalwerken van Port Talbot kijkt, ziet hij zijn familiegeschiedenis. "Daar in de hoogovens werkte mijn grootvader," zegt de 63-jarige, wijzend. "En in de hijskranen, daar zat mijn vader. Ikzelf schepte als jongeman steenkolen van de lopende bank, donkey work. Als kind klom ik 's avonds op de heuvels om het vuurspuwen te zien. Voor veel mensen in deze stad is het een familiebedrijf. Twee van mijn neven zijn nu aan het werk, eentje in de kranen, de ander in de administratie. Maar voor hoelang?"
De toekomst van Prydies neven is ongewis nu Tata Steel de hoogovens van Port Talbot al dit jaar gaat sluiten. Tussen de 2.500 en 3.000 banen, het grootste deel van het personeelsbestand, gaan verloren door het plotselinge besluit van de Indiase staalreus. Vakbondsman Gary Neogh, die al 37 jaar bij het staalbedrijf werkt, noemt het "niets minder dan een nucleaire aanval op Port Talbot". Zijn zoon werkt bij de hoogovens en is net vader geworden. "Ik heb slapeloze nachten sinds de aankondiging", zegt Neogh. "Tata heeft beloften gebroken. Ik vrees voor jullie dat de hoogovens in IJmuiden eenzelfde lot te wachten staat."
Met het verdwijnen van de hoogovens verliest het Verenigd Koninkrijk een van de laatste restjes zware industrie, een ontwikkeling die een halve eeuw geleden begon bij de mijnen en de scheepswerven. Globalisering was toen de oorzaak van de de-industrialisering. Voor Port Talbot dreigt kaalslag. In de afgelopen decennia zijn de staalwerken beetje bij beetje gekrompen. In de hoogtijdagen, toen het nog British Steel heette, werkten er 30 duizend arbeiders. Dat zijn er nu vierduizend, een groot aantal voor een stad waar 35 duizend mensen wonen.
Als het vuur uit de bek van de Welshe draak schieten er nog steeds vlammen uit de schoorstenen. Ondanks de noeste arbeid verliest Tata's Port Talbot-vestiging elke dag een miljoen pond (bijna 1,2 miljoen euro), een cijfer waar vakbondsman Neigh vragen bij zet. "De cijfers die het bedrijf geeft, moet je met een korrel zout nemen." Vast staat dat de hoge energiekosten op de Britse eilanden de concurrentiepositie van Tata ondermijnen. Bovendien weigert de Britse regering de eigen staalindustrie te beschermen tegen het dumpen van staal door bijvoorbeeld China.
De productie verdwijnt niet helemaal uit de Baai van Swansea. Over vier jaar moet er een vlamboogoven staan die schroot recyclet tot nieuw staal. De Britse staat subsidieert deze overgang met een half miljard pond. Maar er zal vraag blijven naar maagdelijk, hoogwaardig staal, bijvoorbeeld voor militaire doeleinden. Het verwerken van ijzererts tot vloeibaar ruwijzer zal voortaan in India plaatsvinden. Als enige G20-natie kan het Verenigd Koninkrijk geen staal meer maken uit grondstoffen. Deze verduurzaming vermindert de Britse uitstoot met 1,5 procent en brengt de vereiste klimaatneutraliteit anno 2050 dichterbij.
Deze gang van zaken valt niet goed in Port Talbot, gelegen tussen Swansea en Cardiff. "We gaan dus productie verplaatsen naar India om staal vervolgens met schepen hierheen te brengen, terwijl we gewoon hier het beste staal ter wereld kunnen maken", zegt Jack Phillips, een 29-jarige die als scheepstuiger op het complex heeft gewerkt. "Dit is stank voor dank voor de mensen hier. Wist je dat China en India verantwoordelijk zijn voor bijna 40 procent van 's werelds koolstofdioxide-uitstoot. Wij Britten zijn goed voor maar 1 procent. Waar gaat dit nog over?"
Veel gaat over eer en trots. Op zijn mobiele telefoon toont Phillips de foto's die hij door de jaren heen tijdens het werk heeft genomen. "Kijk, hier hijsen we een graafmachine op een schip. Machtig mooi. Voor mij, en voor veel anderen, was dit de plek waar je van jongen veranderde in een man, een ontgroening." Zijn drie jaar jongere makker Harri Thomas, die als dakdekker op het complex heeft gewerkt, kijkt ook met plezier terug op zijn tijdelijke werkzaamheden in de staal. "Je leerde er voor elkaar te zorgen, elkaar rugdekking te geven, je voelde je als deel van een grote familie."
De vakbond, meldt staalwerker Keogh, bereidt acties voor. "We zullen vechten, we verdwijnen niet op vredige wijze in de goedertieren nacht," parafraseert hij de plaatselijke dichter Dylan Thomas. Lagerhuis-afgevaardigde Stephen Kinnock, zoon van de voormalig Labourleider Neil Kinnock, heeft het vervangen van de traditionele hoogovens door een elektrisch aangedreven vlamboogoven bekritiseerd. Hij wijst erop dat de wereldwijde vraag naar staal toeneemt en dat het Verenigd Koninkrijk voor de import van kwalitatief hoogstaand staal "afhankelijk wordt van landen die niet altijd de Britse belangen behartigen".
In grote lijnen is Labour het evenwel eens met de groene revolutie die de Conservatieve regering voorstaat, een omwenteling die gepaard gaat met het verdwijnen van de zware industrie. Klimaatneutraliteit in 2050 is zelfs wettelijk vastgelegd. In Schotland zal de olieraffinaderij Grangemouth volgend jaar sluiten. Met name voor Labour is dit een lastige ontwikkeling, omdat het enerzijds de arbeiders wil beschermen en anderzijds het streven naar "net zero" steunt. Wel heeft de partij beweerd dat er "miljoenen groene banen" komen. Voorlopig vrezen de bewoners van Port Talbot vooral een gebrek aan werk en inkomen.
Hoeveel werknemers betrokken zullen zijn bij de productie van groen staal is onduidelijk, maar het zal minder zijn dan nu. "Het sluiten van de ovens zal op de hele gemeenschap een domino-effect hebben", zegt Carl Edwards (48), die met een stapel oranje hesjes door doe-het-zelfzaak Tollgate Hardware loopt, nabij de staalwerken. "Je moet niet vergeten dat er ook 10 duizend aannemers werkzaamheden verrichten voor Tata Steel. Zulke mensen kopen hier bij ons spullen in. Ik begrijp niet dat Tata de ovens niet nog een paar jaar brandend kan houden. Dat had Tata Steel ons beloofd."
Een paar panden verderop vreest ook Tambini"s Express-café wat de nabije toekomst brengt. "In de ochtend zit het hier vol met staalarbeiders", zegt Sonia, die het 87 jaar oude cafetaria met haar echtgenoot runt. "Het is rampzalig." Ook Chris Howells, die met zijn zoon Drew zit te lunchen, maakt zich zorgen. "Ik werk zelf niet in de staal", zegt hij, "maar heb een banketbakkerij. Het simpele feit is dat er minder klanten zullen zijn als hier straks minder mensen wonen of als mensen minder geld hebben om uit te geven. Dit is een fragiel, economisch ecosysteem."
Zijn negentienjarige zoon gaat Port Talbot later dit jaar verruilen voor Cardiff, waar hij sportanalyse gaat studeren. "Een goed deel van mijn vrienden hoopte op een leerlingplek in de staal. Dat is voor veel schoolverlaters hier een eerste stap op de arbeidsladder. Wat moeten ze nu doen?" Nu al is Port Talbot een stad met sociaal-economische problemen. Een kwart van de jongeren groeit op in relatieve armoede en de werkloosheid ligt rond de 8 procent, het dubbele van het landelijke cijfer. Vier van de tien Tata-arbeiders zijn 50-plussers. Mogelijk krijgen zij bij vrijwillig ontslag een riante ontslagvergoeding.
Een schrikbeeld zijn de Welse valleien, die nooit geheel zijn hersteld van de mijnsluitingen in de jaren tachtig. Iets verderop kreeg de stad Bridgend ruim drie jaar geleden te maken met een economische klap toen automaker Ford daar een fabriek sloot. Het zijn zorgen die spelen bij Ben Andrews, de 49 jaar oude priester van St. Theodore's Church. Omdat St. Theodore dicht bij de staalwerken ligt, wordt het ook wel "de staalkerk" genoemd. Elk jaar worden hier de drie staalarbeiders herdacht die in 2001 bij een ontploffing in een van de hoogovens omkwamen.
In de pastorie deelt Andrews, een kind van de Welshe valleien, zijn zorgen over Tata's beslissing. "Onlangs had ik hier gelukkige mensen op bezoek voor een voorgesprek over een bruiloft en een doop. Feestelijke plannen. Bij beide gezinnen werkte de kostwinner. En nu dit nieuws. We hebben goede banden met het bedrijf en binnenkort ga ik op bezoek om te praten over praktische maatregelen, over mogelijke investeringen. Er zijn zo veel mensen hier met ervaringen en vaardigheden. Port Talbot mag geen spookstad worden."
"Premier Rishi Sunak moet langskomen", zegt Andrews, "praten met de mensen hier, weten wat er leeft, welke angst er bestaat. Er is hulp nodig." De geestelijke put moed uit de geschiedenis van de stad, die zijn naam dankt aan de aristocratische Talbot-familie. "We zijn schatplichtig aan Emily Talbot, die de haven ontwikkelde, de spoorwegen liet aanleggen en ook een verliesgevende mijn met vijfhonderd mijnwerkers openhield. We moeten op zoek naar een nieuwe bestemming. Met ons mooie zandstrand zijn toerisme en vermaak misschien de weg voorwaarts. Er zijn genoeg ondernemende mensen."
Dat laatste geldt voor de voormalige scheepstuiger Phillips, die zoveel plezier beleefde aan het laden en lossen van schepen. Nu drijft hij een hamburgertent, Burger Boyz, maar het staal zit nog altijd in zijn bloed. Terwijl op het strand een kleine zandstorm opsteekt en hond Kenny achter een tennisbal aan rent, tuurt hij met weemoed naar de staalwerken, naar "de Hogwarts van de Britse industrie" die sinds 1951 de skyline van de stad kenmerkt. "Het is moeilijk om ze weg te denken", mijmert hij. "Port Talbot heeft geen staalwerken, Port Talbot ís de staalwerken."
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl economisch