Het is sowieso geen lekkere start van het jaar voor de treinreiziger. Naast de stroomstoring maandag op Utrecht Centraal zorgden ook het winterweer en werkzaamheden in januari voor problemen.
De verstoringen deze maand volgen op een jaar dat ook niet goed de boeken in gaat. Eén op de tien treinreizen van NS was in 2023 vertraagd. Daarmee haalden ProRail en NS hun gezamenlijk opgestelde doelen niet.
Zowel treinen op het hoofdrailnet als de hogesnelheidslijn reden te vaak met meer dan vijf minuten vertraging. Op de hogesnelheidslijn werd zelfs de bodemwaarde - het minimale doel waarop NS en ProRail worden beoordeeld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - niet gehaald.
De cijfers zijn over het algemeen ook lager dan in het verleden, valt hoogleraar transportbeleid Bert van Wee van de TU Delft op. "Dat 2023 slechter scoort dan de jaren voor corona vind ik wel gek."
NS en ProRail geven een aantal verklaringen voor de vertragingen in 2023. Zoals werkzaamheden aan het spoor bij Rotterdam Centraal, de Schipholtunnel en de Duitse zijde van de Betuweroute.
Daarnaast noemen ze verzakkingen in Zeeland, een tekort aan monteurs en snelheidsbeperkingen op het traject van de hogesnelheidslijn waardoor daar een op de vier treinen vertraging opliep. Ook drukte en de impact van stormen en herfstbladeren komen voorbij.
Helaas voor treinreizigers speelt een aantal van die problemen nog steeds. "We weten dat dit jaar best wel een pittig jaar wordt voor reizigers", zegt een NS-woordvoerder.
Zo staan er nog veel werkzaamheden op de planning. "Daar kunnen we niet omheen." Hij vergelijkt het met een verbouwing in huis: het wordt eerst erger voordat het beter wordt.
Van Wee benadrukt dat het fijn is als de werkzaamheden vooral plaatsvinden op momenten dat reizigers er het minste last van hebben. Maar juist dat is volgens NS tegenwoordig niet meer altijd mogelijk.
De werkzaamheden zullen dit jaar - net als vorig jaar - vaker doordeweeks en overdag zijn in plaats van 's nachts en in de weekenden. Dat komt volgens de woordvoerder onder meer door tekorten aan aannemers.
De werkzaamheden beïnvloeden de punctualiteitscijfers, weet de NS-woordvoerder. Daarnaast zijn er nog steeds te weinig monteurs, waardoor treinen langer aan de kant staan voor onderhoud. Soms zijn de treinen daardoor "korter dan we eigenlijk zouden willen".
NS is druk aan het werven en heeft drie zogenoemde TechniekFabrieken opgezet om mensen binnen twee jaar op te leiden tot monteur. Maar met tekorten in allerlei sectoren ziet Van Wee de werving van monteurs wel als een opgave.
Als het lukt om genoeg monteurs aan te nemen ziet de NS-woordvoerder nog een ander probleem: drukte. Mensen hebben meer tijd nodig hebben om in en uit te stappen. Het gaat vaak om seconden. "Maar op een hele rit heb je dan toch weer een vertraging van vijf minuten te pakken."
Volgens NS zijn "de drukke momenten veel drukker geworden". Dat geldt bijvoorbeeld voor dinsdag en donderdag. Op andere dagen is het rustiger. "Op vrijdag hebben we gewoon geen ochtendspits meer."
Van Wee bevestigt dat beeld. "Het verschil tussen dinsdagen en donderdagen en andere dagen van de week is groter dan het vroeger was."
Ondanks dat monteurstekorten nog niet zijn opgelost, de werkzaamheden doorgaan en er geen oplossing is voor de reizigerspieken, streven NS en ProRail in 2024 naar een punctualiteit van 93,7 procent. De teller staat nu op 88,9. Is het doel te ambitieus?
"We leggen de lat zeker hoog", zegt een ProRail-woordvoerder. Maar het is volgens hem aan de samenleving om te bepalen of we te veeleisend zijn. De NS-woordvoerder benadrukt dat de ambitie hoog moet blijven. "De reiziger wil gewoon dat de trein op tijd rijdt."
ProRail en NS kunnen door het ministerie op deze doelen worden afgerekend. "Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bepaalt of er grond is voor een boete", legt de ProRail-woordvoerder uit. Volgens Van Wee is dat belangrijk: "Er zit belastinggeld in het spoorsysteem. Dat betekent dat je ook verantwoording moet afleggen voor wat je doet."
Overigens doet Nederland het in vergelijking met andere landen heel goed. "Het kan niet veel beter", zegt Van Wee.
Vaak worden Japan en Zwitserland genoemd als voorbeeldlanden. "Als je maar twee voorbeelden weet waar het internationaal beter gaat, dan doe je het best goed." Daarbij steekt Zwitserland veel meer geld in het spoor dan wij.
Er zijn verschillende lijstjes die de situatie op het spoor of de staat van de infrastructuur tussen landen met elkaar vergelijken. Kijkend naar die lijsten "komt Nederland er best wel vaak goed uit". Ook als je inzoomt op verstoringen en punctualiteit.
Eén ding valt op: we scoren in vergelijking met andere landen hoog en toch zijn we niet tevreden. Van Wee weet niet waardoor dat komt. Mogelijk ligt het aan onze hoge verwachtingen of aan een goedwerkend klachtensysteem.
Wel kent hij onderzoeken die bewijzen dat mensen onverwachte vertraging vervelender vinden dan verwachte vertraging. Mensen die met de auto gaan, calculeren vertraging tijdens de spits vaak al in. Treinen zijn vaak voller, maar rijden meestal wel op tijd. Als ze niet of vertraagd rijden is dat daarom direct vervelend.
De oplossingen liggen niet direct voor het oprapen. "Zorgen dat zoveel mogelijk treinen op tijd rijden", blijft het beste medicijn tegen irritatie tijdens de reis. Tot dat zo is, heeft hij nog een simpele tip: "Bouw een marge in en neem een trein eerder, dan ben je in ieder geval op tijd."
Source: Nu.nl economisch