Home

Bennie Muller was slachtoffer van de verzakelijking, Jordan Henderson maakt er gebruik van

Op de dag dat Ajax op het punt stond in zee te gaan met een Engelse verlosser met magische krachten – of een versleten, belasting ontduikende veteraan, dat kan ook – werd het overlijden bekendgemaakt van Bennie Muller. Hij was ook een middenvelder van Ajax, ooit. Verder hebben hij en Jordan Henderson weinig gemeen. Niets eigenlijk.

Muller was een prominente Ajacied in de jaren zestig van de vorige eeuw; de tijd dat het voetbal professionaliseerde, maar nog geen opgeblazen verdienmodel was, zoals nu. Clubtrouw en -liefde waren bepalende factoren. Iets wat later ‘romantiek’ genoemd zou worden, domineerde.

De doelen waren van hout en onder de tribunes verzamelden jongens lege flesjes, voor het statiegeld. In de Nederlandse stadions werd reclame gemaakt voor Caballero (‘anders dan andere’) en Heineken (‘het meest getapt’) en voor het begin van de wedstrijd kwam de voorzitter van Ajax een mop vertellen in de kleedkamer.

Dat laatste stond in de necrologie die Volkskrant-verslaggever Jaap Stam schreef over Bennie Muller; dat Jaap van Praag voor een wedstrijd in de kleedkamer van Ajax even als moppentapper langskwam. Dezelfde Van Praag beschouwde, net zoals alle andere bestuurders in die jaren, voetballers als lijfeigenen. Ze moesten blij zijn dat ze het Ajax-shirt mochten aantrekken en werden zwaar onderbetaald.

In zijn laatste seizoen bij Ajax verdiende voormalig diamantslijper Muller, 43-voudig international en vijfvoudig landskampioen, 48 duizend gulden bruto, nog geen weeksalaris van Jordan Henderson in euro's. Dat was dan allemaal weer wat minder romantisch. Er stond tegenover dat de spelers op zondagavond na een wedstrijd ‘de stad’ in gingen, met z’n allen. Gebeurt ook allang niet meer.

Muller had pech. Hij voelde zich slachtoffer van de verzakelijking van het voetbal, maar viel om een andere reden buiten de boot. Toen Ajax op de drempel van de jaren zeventig aan een zegetocht in Europa begon, werd hij door zijn voormalige ploeggenoot Rinus Michels uit het elftal gezet.

Zijn tijd was voorbij, die van Ajax als Europese grootmacht begon. Net zoals Henk Groot, Ton Pronk en Klaas Nuninga kwamen de successen, drie Europa Cup-zeges op rij, voor hem te laat. Om zijn sigarenzaak (romantisch!) aan de Haarlemmerstraat te financieren, sloot hij bij Ajax een lening af. Na zijn loopbaan moest Muller gewoon aan de bak, als verkoper van rookwaar, snoepgoed en kaartjes voor wedstrijden van Ajax.

Lichtjaren later plukt Ajax een gelouterde middenvelder met woestijnspijt weg uit een Mickey Mouse-league. Het is een wanhoopsdaad, ook van hemzelf, die makkelijk verkeerd kan uitpakken.

Van de komst van Henderson naar Amsterdam werd op opgewonden toon verslag gedaan, alsof hij geen 33 jaar is, bij Al-Ettifaq (acht wedstrijden zonder zege inmiddels) de pannen van het dak heeft gespeeld en in Engeland niet wordt beschouwd als een speler die zijn beste tijd heeft gehad.

De hoop dat hij Ajax er bovenop kan helpen, vaagde alle bedenkingen weg. Ook de voetbalpers snakt naar een verlosser, een ervaren rot die bij Ajax de stukken aan elkaar kan lijmen en de jongeren in de selectie kan onderwijzen.

Zijn aankomst op Schiphol-Oost, donderdag, werd in de media tot in de kleinste details beschreven. Henderson kwam vanuit Nottingham aan in een privéjet, onthulde De Telegraaf, een Embraer Legacy 600 gehuurd bij VistaJet.

Daarna reed hij met teammanager Herman Pinkster (niet al te best filmpje van Pinkster en Henderson in een grote auto) naar zakencentrum Johan Cruijff Arena in belastingparadijs Nederland. De intocht was geheel eigentijds. Gelukkig hebben we de verhalen nog, van zijn voorgangers.

Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next