Home

Al opwarmend word ik alsnog jaloers op Volendam

De vraag die mij halverwege de tweede helft het meest bezighoudt, heeft weinig met voetbal te maken: waarom heb ik geen lange onderbroek aangedaan? Het is gaan regenen, het koelt verder af. De wind waait recht in de hoek van het stadion waar de journalisten zitten.

En ik had me zo verheugd op de eerste wedstrijd van Almere City FC na de winterstop, uit bij Volendam. De eredivisiedebutant tegen een directe concurrent. De jonge polderstad tegen het traditionele vissersdorp. Het nieuwe land tegen de oude Zuiderzeeplaats.

Maar het spel is al even deprimerend als het weer. Het meeste amusement komt van het thuispubliek. Mijn persoonlijke favoriet is hun massale ‘Voet-bal-len! Voet-bal-len!’ Alsof de Volendam-spelers zelf niet weten welke sport ze beoefenen.

‘Ik zit gewoon te rillen van de kou’, verzucht de collega van Omroep Flevoland in de 70ste minuut. Normaal werkt hij onverstoorbaar, nu luistert hij zowaar half naar mijn gemopper over de te dure, met nepbont gevoerde laarzen die ik speciaal voor deze voetbalmiddagen heb gekocht. Ik heb evengoed koude voeten.

‘Ja, dit soort wedstrijden hoort erbij’, grinnikt middenvelder Peer Koopmeiners na afloop. Het plan was om Volendam het spel te laten maken en vanuit de counter te scoren, vertelt hij. In de 12de minuut werd het inderdaad 1-0 voor Almere. Er volgden nog een paar grote kansen, maar dat was het ook wel.

Over de auteur
Historicus Eva Vriend is geboren en getogen in Flevoland. Ze schreef Het Nieuwe Land: het verhaal van een polder die perfect moest zijn. Ze bericht elke twee weken in de Volkskrant over de verrichtingen van Almere City in de eredivisie.

Het is lastig om Koopmeiners te verstaan. Uit de kleedkamer van Almere schalt keihard Als de morgen is gekomen van Jan Smit. Middenvelder tevens team-dj Stije Resink viert de overwinning met een hit van de omstreden oud-voorzitter van de tegenstander. Koopmeiners lacht opnieuw.

Ik vertel hem dat ik ga koffiedrinken met wat trouwe Volendam-supporters. Als nieuwbakken fan van een jonge club verwacht ik wat van de oudgedienden te kunnen leren. Koopmeiners, opnieuw een brede grijns: ‘Sterkte.’

Jan (Vik) Schilder en Simon (Sikkes) Tol volgen Volendam van jongs af aan. Ze zagen Volendam al tien keer promoveren en, tot nog toe, negen keer degraderen. De ontvangst is hartelijk. De sterktewens van Koopmeiners blijkt niet nodig.

De twee heren gunnen de polderstad een stabielere eredivisiecarrière. Voetbalsucces draagt bij aan de gemeenschapsvorming. ‘Je hebt altijd wat om over te praten,’ zegt Simon. ‘Of te mopperen.’ Zorg er wel voor dat de onderlinge verhoudingen niet zo hecht worden dat ze verziekt kunnen raken, doceert Jan. ‘Anders krijg je net zo’n bestuurscrisis als wij.’

Hij haalt een zwart-witfoto van een jeugdteam tevoorschijn. Zie ik wie hij is? En herken ik die jongen rechts vooraan? Het is Arnold Mühren, de Volendamse voetballer die in de jaren zeventig en tachtig furore maakte. De man van de prachtige passes. Jan en Simon beginnen onmiddellijk herinneringen op te halen.

Jans vrouw Geertje biedt nog een kop koffie aan. Ik warm langzaam op en word nu jaloers op de twee heren. Almere City kan weliswaar optimistisch vooruitkijken, maar Volendam heeft iets wat de Flevolandse club nog ontbeert: een geschiedenis.

Weer of geen weer, als de toekomst even geen perspectief biedt, kun je altijd terugvallen op het verleden.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next