Midden in het oranjegekleurde Omnisport in Apeldoorn staart Tijmen van Loon woensdagavond naar zijn telefoon. Hij gebruikt de rekenmachine om het antwoord te krijgen op zijn enige vraag: was hij of Hoogland de snelste in de slotronde van de teamsprint?
De 22-jarige Van Loon staat te boek als een aanstormend talent, maar moet zich met regelmaat nog wel voorstellen in de wereld van het baanwielrennen. Dat is een fase die zijn teamsprintploeggenoten Van den Berg (35), Lavreysen (26) en Hoogland (30) al even voorbij zijn.
Het drietal is regerend wereld-, Europees én olympisch kampioen. Al jaren kijkt Van Loon tegen ze op, maar woensdag krijgt hij op de EK één kans om zich ertussen te rijden. Is hij sneller dan Hoogland? Dan mag niet Hoogland, maar hij naar de Olympische Spelen in Parijs.
Voor halfgevulde tribunes komt Van Loon bij de kwalificatie in de middag tot een ronde van 13,30 seconden. Hij is best tevreden. Maar na een simpele som op de rekenmachine van zijn telefoon blijkt het verschil 's avonds heel groot. Hoogland klokt in de halve finale een ronde van 12,79 seconden.
Een kwalificatiemoment zoals dat van woensdag is een zeldzaamheid bij de teamsprint. Bij de vorige Spelen was er niet eens een schifting nodig. Toen ging Matthijs Büchli als reserve gewoon mee. Nu is een vierde man overbodig, omdat de teamsprint over twee dagen wordt verreden in plaats van één.
Of de positie van Hoogland daadwerkelijk onder druk heeft gestaan? Lavreysen, die net als starter Van den Berg al zeker was van zijn plekje op de teamsprint, moet er na het binnenhalen van de EK-titel om lachen. "In principe kon het, maar eigenlijk was het ondenkbaar."
De vier trainen dagelijks met elkaar en weten precies wat voor tijden ze van elkaar kunnen verwachten. "In de training zijn de verschillen zo groot", zegt Lavreysen. "En dan komt ook nog eens de ervaring van Jeffrey erbij kijken. Die heeft Tijmen nog niet."
De strijd met Van Loon was het eerste waar Hoogland aan dacht toen hij 's ochtends wakker werd. Toch was ook hij ervan overtuigd dat het goed zou komen. "Er gaat van alles door je hoofd, maar alles zag er gewoon goed uit. Er was niet veel twijfel."
"Of ik extra spanning had?", herhaalt Hoogland een vraag van een journalist na zijn verpletterende optredens in de halve finale én finale. "Ik weet het eigenlijk niet. Maar ik kan wel zeggen dat het nu achteraf alleen maar mooier is."
Dankzij zijn inspanning bij de kwalificatie verscheen Van Loon in Apeldoorn met zijn ploeggenoten op het podium om de trui van de Europees kampioen op te halen. Maar de olympische droom van Van Loon gaat nog even niet in vervulling. "De tijdsverschillen zeggen genoeg", is de jongeling reëel.
In de middag had Van Loon nog uren nodig om bij te komen van zijn inspanning. Als slotrijder moest hij de tweede ronde achter sprintkoning Lavreysen aan rijden. "Voor mij is dat echt nog overleven. Het kost me nog veel tijd om zo'n inspanning te verwerken."
Het imposante niveau van Lavreysen, Van den Berg en Hoogland is voor nu te hoog, maar moedeloos wordt Van Loon er niet van. "Vanaf het eerste moment heb ik van ze geleerd en dat zal zo blijven. Dat gaat natuurlijk al snel als je in een team met zo veel kwaliteit terechtkomt."
Van Loon heeft in zijn carrière nog genoeg te winnen. En als Hoogland of Lavreysen iets overkomt, staat hij klaar als invaller. "Ik moet alles blijven geven. Maar dat moet ik überhaupt wel als ik met deze jongens mee wil kunnen."
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl sport