Home

De laatste tijd krijg ik steeds meer het gevoel dat Extinction Rebellion in handen is gevallen van kinderen

In Museum Voorlinden bezochten wij de tentoonstelling van Anselm Kiefer, een van de meest vooraanstaande kunstenaars van deze tijd. De titel van de expositie luidt Bilderstreit en wat je ziet zijn veel zeisen, veel dood en veel Duitsland. Het was er, gezien het nakende einde van het jaar, behoorlijk druk. Vooral de hogere middenklasse ; ik zag professoren, televisiepresentatoren en advocaten, de rest van het land was vermoedelijk aan het carbidschieten, dat – zoals we sinds kort weten – ook behoort tot ons nationaal erfgoed.

Alles bij Kiefer is groots, meeslepend en monumentaal. Je kunt ook zeggen pompeus, hoogdravend en bombastisch, maar als je – zoals ik – van de muziek van Richard Wagner houdt, houd je ook van de beeldende kunst van Kiefer. ‘Zwaarder worden, lichter zijn’, is een regel van Kiefers lievelingsdichter Paul Celan. Als een ballon van lood naar de hemel stijgen, dat willen we allemaal wel, zeker als een jaar van oorlogen bijna achter ons ligt.

Toen we weer buiten stonden, was het voor de verandering droog. We besloten naar de Wassenaarse Slag te rijden. Dat is een afgelegen strandopgang in het duingebied Meijendel, ten noorden van Den Haag. Boudewijn Buch en Theo van Gogh hebben hier in hun jeugd door de duinen en over het strand gezworven. Vlakbij heb ik nog een tijdje gewerkt. Ook ben ik een keer gaan luisteren naar een kolonie nachtegalen, die onzichtbaar maar duidelijk hoorbaar in een duinpannetje aan het zingen waren. In de plaatselijke strandtent die St. Moritz heette, maar die tegenwoordig als brasserie de Badmeester door het leven gaat, kon je ooit erwtensoep met roggebrood eten. Nu staat er een trio van zalm op de kaart.

Jaren geleden heb ik hier buiten op het terras mijn laatste sigaar gerookt. Met een vriend had ik afgesproken dat de Wassenaarse Slag de ideale plek was om voorgoed afscheid te nemen van het roken. Bij speciaalzaak Hajenius op het Amsterdamse Rokin heb ik toen twee grote Montecristo’s gekocht, zo’n beetje de beste sigaar ter wereld. Aan het strand, bij ondergaande zon, hebben wij die langzaam opgerookt – een absolute verrukking. Daarna heb ik nooit meer een sigaret of een sigaar aangeraakt. Spijt heb ik daar nooit van gehad en zelfs het verlangen naar tabak is op den duur weggeëbd. Sterker nog, toen ik onlangs de film Maestro zag over het even uitbundige als getourmenteerde leven van dirigent/componist Leonard Bernstein, viel het mij op dat ik alleen maar met afkeer kon kijken naar de ontzaglijke hoeveelheden sigaretten die daarin worden weggepaft. Een prachtige film, daar niet van, maar nooit te kunnen praten zonder een sigaret in je mond, kwam mij ineens voor als iets weerzinwekkends. Stoppen met roken is eigenlijk het enige goede voornemen waarbij ik mij nog iets kan voorstellen.

We reden terug naar Amsterdam via de A10, maar die bleek afgesloten, zodat we een eind om moesten rijden. Ik vermoed dat dat ons dat zeker 2 liter extra fossiele brandstof heeft gekost. Thuis zag ik dat de A10 was geblokkeerd door de activisten van Extinction Rebellion. De situatie schijnt er erg gevaarlijk te zijn geweest, ten slotte werden zo’n vierhonderd demonstranten aangehouden. Je vraagt je af wie de schuld krijgt, als bij een volgende gelegenheid echt een ongeluk gebeurt.

Extinction Rebellion wilde op de A10 actie voeren, vlak voor het gebouw dat in Amsterdam door zijn opmerkelijke vorm ook wel ‘de skischoen’ of ‘de strijkbout’ wordt genoemd. De plek was uitgekozen omdat het ooit het hoofdkantoor was van ING, de bank die volgens de demonstranten maar doorgaat met het investeren in fossiele energie. Een opmerkelijke keus, want iedere Amsterdammer weet zo langzamerhand wel dat de ING daar al dertien jaar geleden is vertrokken en dat er tegenwoordig advocaten in dat gebouw zitten. Alsof een deurwaardersexploot wordt bezorgd aan het verkeerde adres.

De laatste tijd krijg ik steeds meer het gevoel dat Extinction Rebellion in handen is gevallen van kinderen die met hun gekleuter nog niet precies weten wat ze aan het doen zijn en waar ze heen moeten. Als demonstrant heb je toch uiteindelijk het doel om anderen te overtuigen en niet om die van je te vervreemden.

Zelf moest ik denken aan Jacques Gans (1907-1972), de wat kinderlijke bohemien, die ook een verleden had van links activisme. In 1939 werd door Nederlandse letterkundigen de oprichting besproken van een nieuw literair tijdschrift. Gezien de oorlogsdreiging was de stemming ernstig en apocalyptisch. Het viel dan ook verkeerd, toen Gans tijdens de vergadering luidruchtig kwam binnenstommelen. Om zich te verontschuldigen zei Gans: ‘Ik kom afscheid nemen, morgen reis ik naar Finland om te vechten tegen de Russen.’

Waarop de schrijver Edgar du Perron na een stilte tamelijk achteloos opmerkte: ‘Dat is goed, Jacques. Tot morgen!’

Source: Volkskrant columns

Previous

Next