Na de Japanse Grand Prix van 2022 zeiden Max Verstappen en Christian Horner in koor: "Het wordt extreem moeilijk om dit jaar nog eens te evenaren, laat staan te overtreffen." In realiteit is dat zowel het team als ook Verstappen als individu ruimschoots gelukt. Als collectief is Red Bul Racing slechts één race van de ongeslagen status verwijderd gebleven. Toen Verstappen in Monza won - de plek waar McLaren in diens wonderjaar struikelde - kon Helmut Marko genieten, maar zei hij ook meteen dat de eerstvolgende race in Singapore de grootste uitdaging zou worden. Het zijn rake woorden gebleken. Singapore bleek echter een one-off, verder was de RB19 zeer compleet. Een blik op de onderkant van de vloer leert dat die flink is doorontwikkeld ten opzichte van 2022, de auto is aerodynamisch nog efficiënter geworden en de inlets van de sidepods bleken aan het eind van de rit nog maar kleine brievenbusjes. Tel daarbij op dat het overgewicht in Bahrein ook al meteen was verdwenen en Red Bull heeft het succesvolle concept van 2022 op bijna al fronten gefinetuned.
Dat gezegd hebbende, moet de rol van Verstappen als individu ook worden belicht. Natuurlijk is de RB19 een dominante auto gebleken, maar eigenlijk alleen in zijn handen. Sergio Perez had immers alle moeite om P2 in het WK veilig te stellen. Het aantal overwinningen bleef bij hem steken op twee, terwijl Verstappen de negentien heeft aangetikt. Het winstpercentage van 86,36 procent dat daarbij hoort, is volgens Marko een record voor de eeuwigheid. Nadat Verstappen in Baku meer één is geworden met de auto stond er geen enkele maat meer op hem, met bijvoorbeeld de tien op rij vanaf Miami. Momenten zoals de kwalificatieronde in Monaco, de tumultueuze race in Zandvoort en het getergde antwoord in Japan onderstrepen dat Verstappen voor een belangrijk deel het verschil heeft gemaakt. Het is ook terug te zien aan surreële statistieken zoals de constatering dat Verstappen ook in z'n eentje de constructeurstitel had kunnen pakken. Het maakt dat zowel Red Bull als Verstappen een jaar om in te lijsten achter de rug heeft. Het werd vorig jaar in Japan al gezegd, maar nu lijkt het toch echt op z'n plaats: dit overtreffen is schier onmogelijk.
Aan het begin van het seizoen bleek niet Ferrari of Mercedes, maar Aston Martin de voornaamste belager van Red Bull Racing. Aan geld en ambitie natuurlijk geen gebrek bij het project van Lawrence Stroll, al lukte het in de jaren met Sebastian Vettel niet echt om het team van de grond te krijgen. Met onder meer de komst van Dan Fallows van Red Bull is daar verandering in gebracht. Aston Martin liet in Bahrein zien dat het ondanks alle beperkingen - zoals het budgetplafond - wel degelijk mogelijk is om in één winter een grote stap te zetten. Daarna is Aston Martin geraakt door de flexi-wings-ingreep (de FIA heeft al met het team gesproken voor de technische richtlijn) en door verkeerde keuzes in de doorontwikkeling, maar dat neemt niet weg dat Aston Martin potentie heeft getoond. Met de nieuwe fabriek en meer structurele ontwikkelingen is dat best veelbelovend.
Net als bij Verstappen en Red Bull moet ook hier opgemerkt dat één coureur de kar heeft getrokken. Zoals in een latere analyse nog zal blijken is het geen toeval dat de onderlinge verschillen tussen de teamgenoten van Red Bull Racing en Aston Martin het grootst zijn geweest. Lance Stroll is niet de meest getalenteerde coureur van de grid, maar het contrast zegt vooral iets over Alonso. De Spanjaard mag voor F1-begrippen op leeftijd zijn, versleten is hij allerminst. De pure snelheid is er nog en de geslepenheid al helemaal. Alonso weet als geen ander hoe hij een race op moet bouwen en is doorgaans de slimmere in onderlinge duels, zoals ook bleek in de strijd met Perez in Brazilië. Er zit ogenschijnlijk nog maar weinig sleet op, waardoor Aston Martin-teambaas Mike Krack al heeft aangegeven graag met Alonso door te willen. Gezien zijn 42-jarige leeftijd moet het F1-pensioen natuurlijk eens komen, al mag er geen twijfel over bestaan dat Alonso in 2023 een ijzersterk jaar heeft afgewerkt - naar eigen zeggen samen met 2012 zelfs zijn beste jaar in de Formule 1.
2023 is een jaar met twee gezichten geweest voor McLaren. Bij de autopresentatie was teambaas Andrea Stella meteen heel eerlijk: de auto is nog niet goed, maar met updates kan die dat wel worden. Beide dingen zijn werkelijkheid geworden. McLaren heeft gedurende de vorige winter een andere afslag gevonden, maar kon het resultaat daarvan nog niet tonen in Bahrein. De updates van Baku betekenden ook nog niet meteen een doorbraak, maar die van Oostenrijk en voor Piastri Groot-Brittannië wel. Nadien is McLaren in meerdere races de tweede factor gebleken achter Red Bull. De doorontwikkelde MCL60 bleek vooral goed in snelle bochten, al liet Lando Norris met onder meer een podiumplek in Hongarije - bij uitstek een high-downforce circuit - zien dat het vernieuwde totaalpakket best allround is. Het is een immense stap vergeleken met de openingsraces, toen het McLaren-duo iedere Q1-sessie nog moest vrezen. Ook hiervoor geldt dat het hoopgevend is met meer structurele dingen - zoals de nieuwe windtunnel - in het achterhoofd.
Wat betreft de toekomst beschikt McLaren alvast over een ijzersterke line-up. Verstappen heeft het dit jaar al eens de beste line-up van de concurrenten genoemd en hij heeft waarschijnlijk gelijk. Met de verbeterde auto heeft Norris andermaal zijn klasse laten zien en heeft hij tamelijk constant podia verzameld. Voor Oscar Piastri was het als rookie logischerwijs iets lastiger om die constantheid te tonen, maar dat neemt niet weg dat hij een bijzonder goed debuutjaar achter de rug heeft. Met alle prijzen in de juniorklassen en de transfersoap was zijn reputatie als toptalent hem al vooruitgesneld. Dit jaar heeft hij die reputatie op het hoogste niveau ingelost. Podiumnoteringen, een sprintpole en zelfs een sprintzege in Qatar vormen een meer dan goede eindbalans voor een nieuwkomer. De podiumklassering in Japan zegt nog het meest. De talentvolle Aussie kwam voor het eerst in het land van de rijzende zon en Suzuka is voor coureurs een uitdagend circuit om onder de knie te krijgen. Piastri leverde echter feilloos en heeft dit jaar twee dingen laten zien: hij is uit het juiste racehout gesneden en is zonder twijfel eentje om in de gaten te houden voor de toekomst.
Photo by: Zak Mauger / Motorsport Images
Oscar Piastri, McLaren MCL60
Iets verder naar achteren mag ook Williams een opmars vieren. Het roemruchte team uit Grove droeg vorig jaar nog de rode lantaarn, maar heeft zich anno 2023 opgewerkt naar de zevende plek. De gedachten gaan nog vaak terug naar de woorden van voormalig teambaas Jost Capito. Hij omschreef Williams als een patiënt die een openhartoperatie moet ondergaan, terwijl het de marathon loopt. Met de openhartoperatie duidde hij op het feit dat de faciliteiten zwaar verouderd zijn, maar dat er tegelijkertijd wel moet worden gepresteerd (oftewel een marathon lopen). Gezien de zevende plek en de stappen die er zijn gezet is dat laatste best goed gelukt, al concludeert ook James Vowles dat de faciliteiten zeker dertig jaar achterhaald zijn. Het is ook meteen de reden dat hij afgelopen jaar enorm heeft gelobbyd voor meer speelruimte onder het budgetplafond.
Vowles was bij Mercedes al een belangrijke steunpilaar en levert als teambaas van Williams gewoonweg goed werk af. Hij is één van de twee mensen die lof verdient voor deze mini-wederopstanding van Williams, al is die natuurlijk nog niets vergeleken met het verleden. De andere naam die lof verdient, is Alexander Albon. De Thai trekt de kar op het circuit en is met zijn technische feedback ook goud waard voor Williams. Tijdens het jaar achter de schermen bij Red Bull als reserve- en ontwikkelingscoureur liet Albon al zien technisch goed onderlegd te zijn en dat is precies wat Williams in deze situatie nodig heeft: een coureur die het team met de technische feedback enigszins kan sturen - hetgeen je niet van Logan Sargeant kunt verwachten - en die op het circuit ook zo constant als een Zwitsers uurwerk kan zijn. Of Albon het met zijn huidige ervaring ook bij een topteam zou kunnen, blijft lastig in te schatten. Daar zal hij namelijk niet meteen de eerste man zijn en is de druk compleet anders. Maar bij Williams floreert Albon wel. Het maakt dat zowel hijzelf als het team best tevreden kan terugkijken op het jaar dat achter ons ligt.
Wie in Bahrein had voorspeld dat Liam Lawson aan het eind van dit jaar deze rubriek zou halen, was waarschijnlijk voor gek verklaard. De Nieuw-Zeelander had zoals bekend geen stoeltje. Sterker nog: de plek die hij vanaf Zandvoort even zou innemen was in Bahrein nog voor Nyck de Vries. De Nederlander heeft na tien races het veld moeten ruimen voor de rentree van Daniel Ricciardo. Een ongelukkige crash van de goedlachse man uit Perth bracht reservecoureur Lawson in beeld en hij heeft de kans met beide handen aangegrepen. Makkelijk was dat absoluut niet. Zo moest Lawson in Zandvoort zonder noemenswaardige voorbereidingstijd en onder zeer listige omstandigheden instappen. Geen sinecure, maar de vierde rookie van dit Formule 1-seizoen wist het hoofd meer dan goed boven water te houden - in Nederland zelfs letterlijk en figuurlijk.
Het sterkste staaltje volgde nadien in Singapore. Het Marina Bay Street Circuit boezemt nieuwkomers best angst in, maar Lawson stond ook daar zijn mannetje. Sterker nog: hij wist Verstappen eigenhandig uit Q3 te houden en scoorde een dag later doodleuk twee WK-punten met een negende plek in de race. Na Qatar bleek het F1-avontuur eerst weer voorbij en als er in 2024 niemand geblesseerd raakt bij de Red Bull-teams, dan moet hij geduld opbrengen. Het is eigenlijk jammer, aangezien Lawson zeker niet zou misstaan in het tweede Williams-zitje, hetgeen overigens ook voor Felipe Drugovich geldt. De Red Bull-kopstukken geven aan dat Lawson zich volledig kan richten op een zitje voor 2025, al moet je altijd nog maar afwachten hoe de dynamiek op de rijdersmarkt dan is. Het is logisch dat Lawson het ijzer liever wilde smeden toen het nog heet was: met zijn F1-invalbeurten en ook met zijn jaar in de Japanse Super Formula heeft hij een goed kalenderjaar achter de rug en had hij eigenlijk gewoon een vast F1-zitje voor 2024 verdiend.
Source: Motorsport