De basisregels over begrotingen blijven hetzelfde. Landen mogen nog steeds een begrotingstekort van 3 procent hebben en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het bruto binnenlands product.
De verandering zit in de tijd die landen hebben om het tekort weer terug te brengen onder die limieten. Landen met een schuld tussen 60 en 90 procent moeten de staatsschuld jaarlijks verplicht met 0,5 procent verlagen. Voor landen met een schuld hoger dan 90 procent wordt dat percentage 1 procent.
Volgens de oude regels moesten landen met een hoge staatsschuld deze jaarlijks met vijf procent verlagen. Dat vroeg voor deze landen om forse bezuinigingen, terwijl er ook investeringen nodig zijn om de economie te moderniseren en verduurzamen.
Met het akkoord wordt het Stabiliteitspact aangepast, dat ruim twintig jaar oud is. De begrotingseisen van het pact bleken voor veel landen onuitvoerbaar. Dat zorgde voor veel spanningen tussen Noord-Europese landen, die om een strenge navolging van begrotingsregels vroegen, en de Zuid-Europese landen, die de regels te streng vonden. Ondanks dat de regels door meerdere landen waren overtreden, zijn daar nooit sancties voor opgelegd.
Over aanpassing van het Stabiliteitspact is de afgelopen jaren hevig onderhandeld. Voor Zuid-Europese landen is de versoepeling een overwinning. Onder deze landen zijn grote landen als Frankrijk en Italië, met een staatsschuld van 110 en 140 procent.
In ruil voor de versoepeling hebben de Noord-Europese landen, zoals Duitsland en Nederland, voor elkaar gekregen dat landen zich beter aan de regels moeten houden.
Ook moeten landen een betere financiële buffer opbouwen, door het financieringstekort te beperken. Dat betekent dat landen met een hoog tekort niet meer dan 1,5 procent meer mogen uitgeven, dan dat er binnenkomt. Voor andere landen geldt dat zij een financieringstekort van 2 procent mogen hebben. Volgens de oude regels lag die grens nog op 3 procent.
Demissionair minister van Financiën Sigrid Kaag is blij dat er een akkoord ligt: "Het is belangrijk dat er met duidelijke regels een stevig fundament onder nationale begrotingen wordt gelegd en dat iedereen zich daaraan houdt."
Het akkoord werd gesloten in een video-conferentie tussen de Europese ministers van financiën. Donderdag wordt het formeel bekrachtigd door de EU-ambassadeurs van de lidstaten.
Het Europees parlement moet het akkoord nog goedkeuren. De algemene verwachting is dat dat niet tot grote veranderingen zal leiden.
Source: Nu.nl economisch