Ik was met mijn drie kinderen naar het tuincentrum gefietst omdat ik zin had in amaryllissen. Dat zijn van die groene langnekken waaruit precies op Kerst een flamboyante rode bloem barst. Voor mijn kinderen hoopte ik op zo’n kitscherig, besneeuwd treintjeslandschap.
De amaryllisbollen stonden samen met andere kerstplanten bij de ingang, maar toen we verder liepen veranderde het tuincentrum in een woonboulevard. Het assortiment leek me bedoeld voor mensen die vastbesloten zijn om het laatste snippertje natuur in hun tuin de nek om te draaien met behulp van plastic bankstellen, buitenkleden, vuurschalen, terrasverwarmers en bruegheliaans barbecuegereedschap.
Over de auteur
Sterre Lindhout vervangt twee weken Julien Althuisius.
Gelukkig vonden we wel treintjes, na het passeren van een grote variëteit aan decoratieve namaakpaddenstoelen, afgeprijsd nu de herfst voorbij was. Terwijl mijn kinderen toekeken hoe een verlicht locomotiefje steeds opnieuw dezelfde plastic Alpentop trotseerde, luisterde ik naar een gesprek tussen twee teddyberen van begin 30.
‘Zullen we anders een paar buitenkaarsen doen, voor de rokers’, opperde het in bruine bodywarmer gehulde mannetje. Zijn vriendin, van top tot teen in beige wol gestoken, fronste. ‘Het gaat toch de hele avond hozen, schat. Net als vorig jaar. Maar we moeten wel iets voor buiten, dat is waar.’
Het was verleidelijk om ze te veroordelen vanwege hun ongerichte kooplust. Maar ik weet ook hoe reddeloos verloren je bent als je dit soort winkels binnenloopt zonder doel, enkel met de vage wens om je humeur of je hele leven een beetje beter te maken.
Dan praat er vanuit elke aanbiedingsbak een hitsig animatiestemmetje op je in. ‘Geen buitenkaarsen? Weet je het zeker? Ze zijn super sfeerverhogend!’ ‘Nee, bedankt.’ ‘Misschien een geurkaars? Of een ledkaars, een oplaadbare ledkaars met een dimmer!’ ‘Neehee.’ Drijvende kaarsen? U heeft vast een vijver. Of een afwasteiltje.’ ‘Echt niet.’ ‘Pssst… kaarsje kopen?’ ‘Maar ik heb geen kaarsen nodig!’ ‘Iedereen heeft altijd kaarsen nodig.’ Nee!’ ‘We hebben de K, we hebben de A, we hebben de A…’ ‘GENADE! Waxinelichtjes, ik neem een pak waxinelichtjes!’ ‘We hebben ook maxinelichtjes, dat zijn grote…’
In een andere realiteit hoorde ik opeens de stem van mijn bijna 2-jarige dochter. ‘Mooie flesjes’, kirde ze. ‘Mooie flesjes, daar ook!’ Ik trof haar in een zijpad, omringd door verschillende verstuivers met ‘huisparfum’. Op haar jas zat een geurige vlek. Ik gokte op ‘Vanille Gourmet’. De vraag waarom een tuincentrum ook huisparfum verkoopt leek me hier bij voorbaat zinloos.
Met grote, antikapitalistische halen trapte ik de bakfiets even later het parkeerterrein af, in een wolk van chemische vanille.
Om een paar honderd meter verderop rechtsomkeert te maken. We hadden die arme amaryllissen met hun blote nekken naast het fietsenrek laten staan.
Source: Volkskrant columns