Woensdag is weer de verkiezing van de Sportman en Sportvrouw van het Jaar, altijd weer een bloedstollende avond. Je traint je jarenlang een ongeluk, maar het blijft afwachten of de jury het genoeg vindt voor de titel. Voor sommige sporters hoeft het daarom niet zo en die blijven gewoon weg. Mathieu van der Poel is elk jaar gegadigde, maar hij vindt het appels met peren vergelijken. Daar zit wat in, Max Verstappen heeft een hulpmotor en hij niet. Max heeft al drie keer gewonnen en stuurt altijd zijn zusje om de prijs op te halen, als Max wint kraait zijn zus Victoria.
Ik verwacht dat Mathieu Sportman van het Jaar wordt, omdat hij twee grote klassiekers heeft gewonnen en ook nog dubbel wereldkampioen is geworden. De overwinning bij het WK in Glasgow én zijn zege in Milaan-San Remo waren twee absolute hoogtepunten in het sportjaar en het gaat er uiteindelijk om wie de mooiste herinneringen heeft gecreëerd. Max won eigenlijk alles wat er te winnen viel, maar op de een of andere manier zijn bij mij al die zeges alweer weggezakt, een zegevierende Max hoorde bij het behang. Wel vind ik dat zijn auto Sportbolide van het Jaar moet worden, maar die prijs bestaat nog niet.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
.
De derde gegadigde, baanwielrenner Harrie Lavreysen, werd voor de zoveelste keer wereldkampioen sprint en reed bovendien als eerste mens bijna 65 kilometer per uur op de kilometer. Maar ik vermoed dat hij de prijs volgend jaar pas krijgt, als hij met goud beladen terugkeert van de Spelen in Parijs.
Bij de vrouwen staat de winnares bij voorbaat vast: Femke Bol. Bol zorgde in augustus bij het WK voor een nationaal orgasme door in haar eentje de 4 x 400 meter estafette te winnen, een historische prestatie. Daar kan niemand tegenop. Sifan Hassan bleek opeens ook marathons te kunnen winnen, maar zij verkeert in haar eigen schaduw: als ze niet ook de 1.500, de 5.000 én de 10.000 meter wint wordt dat als teleurstellend gezien. Op haar dagelijkse tros van tien bananen roeide Karolien Florijn naar de wereldtitel in de skiff. Bovendien kondigde zij vast aan dat ze in Parijs ’s middags voor een medaille gaat, ook als haar vader in de ochtend is overleden. Dat is natuurlijk geweldig en dat moeten we bij Bol nog maar zien, maar voorlopig is totale verdwazing nog geen criterium.
Het punt is dat de Nederlandse sporters tegenwoordig zo excelleren dat we gewoon te goed zijn voor één Sportman of Sportvrouw van het Jaar. Vroeger was je al kanshebber met brons in de troostfinale. Je wist dat Ard Schenk het wel moest worden, of Sjoukje Dijkstra of Anton Geesink, omdat ze tot ieders verbazing de hele wereldtop erop hadden gelegd. Pieter van den Hoogenband, Keetie Hage: zelfde verhaal. Epke ook, die draaide aan de rekstok even een paar driedubbele Habsburgers en een vlaflip. Kon op de hele wereld niemand: Sportman van het Jaar.
Nu worden sporters die in die donkere tijden met hun prestaties moeiteloos de hoogste eer zouden hebben binnengehaald niet eens meer genomineerd. Het is de prijs van het succes en, behalve die hele onzin van de Sportverkiezing van het Jaar afschaffen, is er weinig aan te doen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden