Zo! En nu gaan vier politieke partijen dus een paar maanden met elkaar praten over de vraag of het eigenlijk allemaal wel kan volgens de Grondwet. Verkenner Ronald Plasterk – ome Roon in de wandelgangen – stond te glimmen toen hij zijn advies presenteerde. Hij was er reuzetrots op, maar als je er wat langer over nadenkt is het in feite een blamage dat straks volwassen mannen en vrouwen met elkaar gaan discussiëren over de vraag of het in overeenstemming is met de Grondwet: de kopvoddentaks, het sluiten van moskeeën, het uit het land knikkeren van asielzoekers, de Nexit en wat niet al. Ik begrijp dat zulks nodig is voor het kweken van onderling vertrouwen om, mocht het lukken, te komen tot het Eerste Risee Kabinet (Risee I).
In mijn leven heb ik altijd kritiek gehad op links, al was het alleen maar om af en toe een ander geluid te laten horen in de linkse kranten waarvoor ik schreef en schrijf, maar ik moet vaststellen dat rechts er ook wat van kan. Daar zijn ze minstens zo onbetrouwbaar, halfslachtig, sofistisch en hypocriet. Wat ome Roon heeft voorgesteld, valt nauwelijks serieus te nemen, wat ik nog het ergste vind voor Pieter Omtzigt, want die trekt altijd het rechtsstatelijke gezicht van de integere mens.
De vraag is hoe politiek Nederland in deze situatie is beland en dan doel ik niet eens zozeer op de uitslag. Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 schreef ik op deze plaats over de Verkiezingshandleiding, die Quintus Cicero in 64 v. Chr. aan zijn broer Marcus Tullius Cicero heeft gestuurd. De handleiding bevat 58 adviezen over hoe Marcus Tullius zich moest laten verkiezen tot consul, het hoogste Romeinse ambt. Op twee van zijn aanbevelingen kom ik hier terug.
Wie verkiezingen wil winnen, moet – volgens Quintus – zo veel mogelijk vrienden maken. Je bent aardig, voorkomend en je hebt zelfs voor je tegenstander weleens een vriendelijk woord over. Je weet nooit waar al die beleefdheden nog eens goed voor zijn en er kan altijd een moment komen dat jouw tegenstander jou iets schuldig is. Dat kan bij verkiezingen zeer van pas komen.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vervolgens is het voor een politicus die verkiezingen wil winnen van belang om van alles en nog wat te beloven. Het palet van beloften kan bijna de hele wereld omvatten. Je kunt beloven dat je alles zult veranderen (de revolutionair) en je kunt beloven dat alles hetzelfde blijft (de reactionair), als je maar iets belooft – daar gaat het om.
Misschien herinnert u zich nog Mark Rutte die, geheel in de stijl van Quintus Cicero, alle werknemers ineens 1.000 euro beloofde. Zoiets is niet ongevaarlijk, maar in de politiek dooft de belofte meestal uit via het principe van de drietrapsraket. Na de belofte (1) te hebben gedaan, voer je haar niet uit (2). Als er dan een vervelende geest opstaat die meent jou aan je belofte te moeten houden, antwoord je verontwaardigd dat er intussen andere zaken spelen, die veel relevanter zijn (3).
We begrijpen nu ook waarom ze bij het formeren van een rechts kabinet met de gebakken peren zitten. In de eerste plaats heeft Geert Wilders in de oppositie weinig vrienden gemaakt. Hij deed waar Quintus Cicero al op wees: ‘Scheld uw tegenstander uit als uw argument geen hout snijdt.’ Met dat adagium kun je inderdaad verkiezingen winnen, maar in een land van coalities wordt het vervolgens erg moeilijk om een regering te formeren. Je moet dan ineens heel aardig en mild gaan doen jegens degenen die je al die tijd hebt uitgescholden. En alsof dat nog niet genoeg is, moeten degenen die door jou voortdurend zijn vernederd zich ook nog eens vergevingsgezind tonen.
Ik ben benieuwd of dat in die twee door Plasterk aanbevolen maanden van healing ook echt gaat gebeuren. In het Rome van de gebroeders Cicero waren ze heel wat minder lankmoedig en werd je de keel alsnog doorgesneden.
Ook op het punt van de beloften is het niet moeilijk in te zien waarom de inzichten van Quintus nog altijd actueel zijn. Het verkiezingsprogramma van de PVV bevat talloze voornemens die ongrondwettelijk, nauwelijks uitvoerbaar of veel te duur zijn. Daarom staat Wilders nu voor de keus: ze door te drijven, ze in te slikken, ze anderszins weg te moffelen, ze doen te vergeten, of ze zodanig een andere naam te geven dat ze niet alleen aanvaardbaar zijn voor coalitiegenoten, maar ook voor zijn eigen achterban. Een helse opgave, waarbij ik hem veel succes wens.
Alea iacta est! (De teerling is geworpen!)
Rest mij te vermelden dat de Verkiezingshandleiding van Quintus Cicero in 1994 is verschenen bij uitgeverij Ambo in een vertaling van J.A. van Rossum en H.C. Teitler. Aanbevolen voor iedereen die geïnteresseerd is in macht.
Source: Volkskrant columns