We waren kinderen in een moeilijk land en hadden geleerd dat alleen de zwakkelingen huilden na de val. De fiets was eigenlijk van mijn zeven jaar oudere broer en was te groot voor een jongen van 8. In mijn eentje beklom ik het ding, gebruikte daarbij een kleine rots bij ons huis als opstapje en concentreerde me op de enige regel die mijn broer mij een keer had toevertrouwd: kijk voor je, kijk niet naar je voeten.
Over de auteur
Erdal Balci is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De fiets was gemaakt voor een volwassen man en ik kon met mijn voeten niet helemaal bij de trappers. Aangezien de grond in mijn geboorteland droog, het plateau tussen de bergen geel en het nest van de ooievaar bevolkt was, moet het de maand augustus zijn geweest dat ik van de heuvel naar de vlakte zoefde zonder te vallen. Ik fietste en wist al gauw dat het fantaseren, het denken, het leven was en de fiets het schip dat op de oceaan vaart.
Ik fietste op de hobbelige wegen en droomde dat alle moeders net zoveel van hun kinderen hielden als Caroline Ingalls van Little house on the prairie. Ik fantaseerde dat ik alle vreemde talen kon spreken door alle woorden in het Turks achterstevoren uit te spreken. Ik fietste en dacht: wat als ik de volgende keer stiekem in een van de koffers van vader kruip en met hem naar dat verre land vlieg? Zou hij blij zijn als hij daar zijn koffer openmaakte en mij zag? Ik zou dan voor altijd bij hem blijven.
Ik fietste, keek naar de wolken en dacht zeker te weten dat als die sneller bewogen door de sterke wind, de tijd ook sneller voorbijging.
De tijd is inderdaad sneller voorbijgegaan dan gedacht. Ik was geen kind meer toen ik in dat verre land aan het fietsen sloeg. Telkens als er weer eens een fiets van me werd gestolen, kocht ik voor 10 of 20 gulden een nieuwe van een van de vele junkies die op Hoog Catharijne bivakkeerden.
Ik fietste het liefst in de regen. Ik fantaseerde dat dokter Lydie van Zeg ’ns Aaa van mij hield, en niet van die Hans. Ik zong liedjes die de snaren diep in mijn jonge lichaam deden trillen. Ik verschool mijn eenzaamheid in de schoonheid van de denkbeeldige gesprekken die ik had met grote schrijvers.
Alle betekenis van het leven is te vinden in de wortels van een doorleefde boom. Daar, in die wortels, is de diepe wens verstopt van de gastarbeiderszoon om ooit de geur van echte bloemen te verspreiden in een wereld waar plastic de norm is. In de vrieskou fietste ik langs kanaal en rivier in de polder, werd bang van het idee dat de taal waarin ik wilde schrijven niet die van mijn kindertijd was en voelde me net zo verloren als de dieren bij het bevroren water.
Het is nu december 2023 en ik schrijf mijn laatste column in deze krant. Zeven jaar lang heb ik hier mijn best gedaan om de vlinders van emancipatie, vrijheid, Verlichtingsidealen, secularisme en solidariteit die ik had verzameld tijdens mijn fietstochten in het verleden en in het heden, los te laten op het papier van uw Volkskrant. De liefde voor wat ik deed was net zo groot als de bergen in mijn kindertijd. Mijn liefde voor u, de lezer, is niet minder dan die voor die eerste fiets tussen de bergen. Het ga u goed.
Source: Volkskrant columns