Mail van een lezer: ‘In Gaza is op dit moment een humanitaire ramp aan de gang voor miljoenen burgers, georganiseerd door een officieel leger (...). Ik kan me niet herinneren dat er in mijn leven (ik ben van 1959) eerder zoiets heeft plaatsgevonden. En dan gister in de krant: pas op pag. 10/11 drie artikelen hierover (waarvan twee met krantenkoppen tegen Hamas) en vandaag alleen een klein artikeltje hierover op pagina 5.’
Een begrijpelijke klacht. Sinds de humanitaire pauze is afgelopen, heeft het Israëlische leger zijn aanval hervat, heviger dan ooit tevoren. Dat schreeuwt om uitgebreide reportages en fotografie.
Het frustrerende is dat we ons werk niet goed kunnen doen. Journalisten kunnen Gaza niet in. We kunnen alleen indirect verslag doen, via internationale hulporganisaties. Dat is onbevredigend, omdat de verhalen veel indringender zijn als we ze zelf kunnen optekenen. Verslaggever Monique van Hoogstraten reisde daarom afgelopen week naar Qatar om Palestijnen te spreken die de Gazastrook mochten verlaten. Via hen proberen we alsnog zo dicht mogelijk bij de Gazanen te komen.
Wel hadden we deze week een uitgebreide beeldreportage uit Jenin van Sakir Khader. De plannen voor deze reportage werden ver voor 7 oktober gemaakt. Khader wilde het dagelijks leven in een vluchtelingenkamp schetsen, beschrijven wat de uitzichtloosheid van het bestaan met mensen doet. Uiteindelijk zette hij jongeren centraal die, omdat ze geen andere toekomst zien, de wapens opnemen tegen de Israëlische bezetter. Khader, zelf van Palestijnse afkomst, kon heel dichtbij komen. De jongens spraken vrijuit. Nog voordat hun verhaal in de krant kon verschijnen, kwamen enkelen van hen om.
We hebben lang geaarzeld of dit het juiste moment is om het verhaal te plaatsen. Is het niet verwarrend om, terwijl de Gazaanse bevolking onder bombardementen zucht, met onze gedachten naar Jenin te gaan? Is het niet verwarrend om in het hoofd van Palestijnse strijders op de Westelijke Jordaanoever te kruipen, als Hamasstrijders uit Gaza net een gruwelijk bloedbad hebben aangericht?
Tegelijkertijd vinden we het juist nu van belang om in woord en beeld de Palestijnse wanhoop te beschrijven. Om te laten zien dat het mensen zijn, om te humaniseren, om te voorkomen dat ze in het collectieve bewustzijn een anonieme massa worden.
Als de wereld zo onrustig is als nu, is het niet eenvoudig om recht te doen aan al het leed in de wereld. Israël vindt dat de wereld nog steeds te weinig aandacht heeft voor de gruweldaden die Hamas heeft gepleegd, Oekraïne is bang dat de belangstelling van het Westen wegebt, waardoor de wapensteun uiteindelijk in gevaar komt, en milieuorganisaties zijn bang dat de klimaattop in Dubai mislukt nu andere, urgentere problemen aan de horizon verschijnen. Het is onmogelijk om al deze problemen tegelijkertijd bovenaan de agenda te zetten.
Source: Volkskrant columns