Home

Met een stuk of vijftig blikjes tomatenpuree en ruim tienduizend bouillonblokjes zingen we het wel even uit

In de krant las ik een stuk over een zogeheten ‘prepwinkel’, waar je spullen kunt kopen om je voor te bereiden op eventuele noodsituaties. Daar komt nog heel wat bij kijken, zag ik op hun site, van dubbelzijdige reddingsdekens, ‘houdbaar drinkwater’ en draadloze radio’s tot een zogeheten ‘Assault backpack in de kleur ‘Olive drab’ (olijfgrauw, SW) wat een zeer populaire kleur is voor gebruik in de natuur’.

Ik trok hieruit de verontrustende conclusie dat de natuur kennelijk olijfgrauw is, maar wat erger was: ik heb niets van al die spullen in huis. Ja, ik heb een rugzakje, maar dat is knalrood, dus mocht de apocalyps losbarsten, dan ben ik een kansloze prooi voor sluipschutters of dolle stieren.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Ook ‘houdbaar drinkwater’ heb ik niet paraat staan. Ik dacht eigenlijk dat drinkwater van nature houdbaar was, ik heb het althans nooit zien schimmelen of zo, zelfs niet in die oude Fanta-fles die al een jaar in mijn fietstas zit.

Een draadloze radio heb ik ook al niet. Wel gehad. In de jaren negentig woonde ik in Moskou. Daar luisterde ik op de ‘wereldontvanger’ naar de nieuwsuitzendingen van de Britse BBC, want die vertelde tenminste geen leugens. Je hoorde dan een Brit met de allerstiffste upper lip ter wereld zeggen: ‘This is London.’

Dan klonk er een marsmuziekje, gevolgd door zes piepjes, waarna de gruwelen van het wereldleed in volmaakte Britse kalmte werden voorgelezen. Ik heb dat muziekje net even opgezocht en herinnerde me alles zó levendig dat de tranen me in de ogen sprongen.

Ik veegde ze weg, want ik had iets belangrijkers te doen: de inspectie van onze voedselvoorraad. Van mijn jongste zoon heb ik voor Sinterklaas een drieliterfles jenever gekregen, dus we kunnen het ons tijdens de apocalyps nog best gezellig maken, maar hoe zat het met eten? Zorgelijk keek ik in de keukenkastjes.

Zoals in elk normaal keukenkastje staan daar vooral dingen die niemand ooit eet. Zo trof ik een ruim assortiment zogeheten ‘rare pasta’ aan: deegwaren in incourante maten, vormen en kleuren, zoals vuistgrote schelpen, van die stomme strikjes die in het midden altijd hard blijven, en een soort wieltjes in een kleur die ik niet anders kan omschrijven dan als ‘olijfgrauw’.

Ook vond ik een stuk of vijftig blikjes tomatenpuree en ruim tienduizend bouillonblokjes. Daar zingen we het wel even mee uit. In noodgevallen kunnen we bovendien de katten opeten, en van hun vachten warme sloffen maken, of pijlkokers of zo. Kortom: niets aan de hand.

Maar die radio ga ik vandaag nog kopen.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next