Moeten we niet toch nog dieper duiken in het Wilders-electoraat, luidde deze week de vraag bij de ochtendvergadering. ‘Ik begrijp nog steeds niet waarom zo veel mensen op hem hebben gestemd’, zei een van de aanwezige chefs.
Anderen, waaronder ikzelf, hadden reserves. In de eerste plaats omdat we al meerdere reportages hadden gemaakt waarin PVV-stemmers aan het woord kwamen, maar ook vanwege fundamentelere bezwaren. Sinds de snelle en verrassende opkomst van Pim Fortuyn, ruim twintig jaar geleden, hebben media zich uitgebreid verdiept in de vraag waar deze onvrede precies vandaan komt. Inmiddels is hij uit en te na beschreven, zo uitgebreid dat je je soms afvraagt of er nog tevreden Nederlanders zijn, die – hoewel de politiek in Den Haag grote fouten maakt – vooral blij zijn dat ze hier zijn geboren.
De antwoorden zijn vaak min of meer dezelfde. Veel Nederlanders zijn onzeker over hun toekomst en ze vinden dat de overheid slecht voor hen zorgt. Zelden zeggen mensen dat ze op Wilders stemmen omdat ze een hekel hebben aan ‘buitenlanders’, althans niet tegen de Volkskrant of andere mainstreammedia. Je kunt je daarom afvragen of we wel een eerlijk beeld schetsen.
Je moet je ook afvragen of je radicaal-rechts hiermee niet te veel normaliseert. Het is verleidelijk om een politieke beweging gelijk te stellen aan de motieven van haar kiezers, maar het gevaar is dat je als journalist dan iets over het hoofd ziet. Het is niet uitgesloten dat veel kiezers zich laten leiden door besmettelijke haat, maar dat ze die niet zo snel zullen uiten tegen een journalist.
‘Luisteren is goed en luisteren is belangrijk, maar als luisteren dreigt uit te monden in legitimeren, gaat er iets niet helemaal goed’, schreef Alex Mazereeuw deze week naar aanleiding van de documentaire Eigen volk eerst, waarin met extreem-rechtse Nederlanders wordt gesproken.
Uit de gesprekken met kiezers, zoals de gesprekken die verslaggever Iris Koppe voerde met zwevende kiezers, blijkt ook dat iedereen hoogstpersoonlijke afwegingen maakt. Of zoals historicus Jan Bank deze week zei: ‘Er wordt veel meer gestemd op basis van impulsen die de hele tijd veranderen.’
Je kunt bij verkiezingen niet meer spreken van één geluid. In een wereld waarin er steeds minder een gedeelde werkelijkheid is, trekt de fuck you-partij automatisch veel stemmen. Als er geen grote ideologieën zijn die mensen verenigen, blijft de proteststem over als gezamenlijk geluid. Dit mechanisme kun je niet vangen door alleen met kiezers te praten. Soms is het nuttiger om de beweging heel precies te beschrijven en te analyseren, zoals Arnon Grunberg, Michael Persson en Loes Reijmer dit weekend doen.
Source: Volkskrant columns