‘Tien punten’, schreeuwt iemand in de scrum van vreugde na de topper Feyenoord - PSV. Een stuk of acht mannen omhelzen elkaar innig, springen als jongens op de plaats en benadrukken de voorsprong in de eredivisie, alsof ze het zelf niet kunnen geloven: tien punten, na veertien duels. Ongekende luxe.
Feyenoord - PSV was een uur lang voetbal uit het laboratorium, waarna de ontploffing volgde na plotse chemische reacties. Tot dat moment was het: botsen tegen elkaar. Overtredingen. Mislukkingen. Vreselijk genomen hoekschoppen.
Over de auteur
Willem Vissers is meer dan 25 jaar voetbalverslaggever. Hij versloeg acht WK’s. Vissers schrijft elke week een sportcolumn voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
.
Het laboratorium is normaal de plek voor gedegen wetenschappelijk onderzoek, voordat het delen van het resultaat met de buitenwereld opportuun is. Hier in de Kuip is het laboratorium tevens de openbare ruimte. Bij de borrelende flesjes staan twee Einsteins, de trainers Arne Slot en Peter Bosz, al hebben ze niet zo'n weelderige haardos als het genie van vroeger. Ze kunnen uren nadenken over een opstelling. Ze broeden op elke mogelijke variant. Het spel van hun ploegen oogt zondag lelijk, ook omdat de trainers, die principieel intens houden van de aanval, elkaar het ook zo moeilijk mogelijk wensen te maken.
Op het veld lijkt het spel een uur lang nergens op. Tenminste, voor degenen die snakken naar verfijning, naar schoonheid en vervoering. Het is druk zetten, en nog meer druk. Het is een kwestie van intensiteit, het toverwoord van tegenwoordig. De ander niet laten opbouwen en vooral niet laten voetballen. En liefst geen lange ballen om de druk te omzeilen, want lange ballen zijn iets voor simpele zielen, niet voor Einsteins.
Trainer Josep Guardiola is de norm voor een heel regiment trainers, maar Guardiola heeft vrijwel iedere speler kunnen kopen voor zijn ideeën. Bij Barcelona maakte hij al naam met de legendarische driehoek Messi, Iniesta en Xavi. Zij konden alles in de kleine ruimte. Het maakte ze niets uit of een ander druk zette. In de Kuip lopen vooral normale stervelingen rond. Ze laten elkaar vooral niet voetballen. Dat is best jammer. Twee trainers die zo graag willen aanvallen, schoonheid nastreven en beseffen dat voetbal amusement is, houden elkaar in een ijzeren greep, omdat ze ongeveer hetzelfde doen.
Totdat de tactiek goeddeels wegvalt, totdat een doelpunt valt door een heerlijk vleugje verfijning, door een zalig passje van Johan Bakayoko, op net zo fraaie wijze afgerond door Ismael Saibari. Zeker, dat doelpunt is ook het gevolg van de verrassende zet van Peter Bosz. Door middenvelder Jerdy Schouten op te stellen als centrale verdediger, omdat hij dan meer aan voetballen toekomt, en omdat Schouten wel raad weet met die druk van Feyenoord. En ook omdat Saibari, voor wie nu een plaats vrij is op het middenveld, het verdient om aan de aftrap te verschijnen, als technicus die afgelopen woensdag in de Champions League een doelpunt maakte dat zeldzaam is qua schoonheid.
Peter Bosz is nog nooit kampioen geweest met een grote ploeg, en nu heeft hij al tien punten voorsprong. Hij maakt dus een dansje met zijn staf, al haast hij zich te zeggen dat de competitie nog lang niet gelopen is. Maar in zijn hart weet de Einstein van Eindhoven dat het de hoogste tijd is om zichzelf te bekronen met de prijs voor zijn wetenschap.
Source: Volkskrant columns