Toen Huub Stevens als trainer van PAOK voor het eerst met de familie Oud en Nieuw ging vieren in Thessaloniki kon hij nergens in de stad aan vuurwerk komen. Hij snapte er niets van. "Ik zag bij wedstrijden van alles aan vuurwerk voorbij vliegen. Maar hoe kwamen ze eraan?"
Stevens vroeg het na bij de clubleiding van PAOK. "Bleek dat vuurwerk in Griekenland verboden is. Via een vertegenwoordiger van de supporters heb ik toen alsnog wat vuurwerk gekregen." Lachend: "Ja, die hadden aardig wat liggen. Zo heb ik met Nieuwjaar toch nog wat kunnen afsteken. Ondanks het verbod, deed de rest van Griekenland dat trouwens ook."
De inmiddels 69-jarige Stevens, oud-trainer van onder meer PSV en Schalke 04, denkt tien jaar later met plezier terug aan zijn Griekse avontuur, al werd hij na acht maanden al ontslagen.
"De derby van Thessaloniki, PAOK-Aris, dat was het heftigst wat ik heb meegemaakt in Griekenland. Twee supportersgroepen die aan de lopende band vuurwerk afstaken. Én het bij elkaar in het vak probeerden te schieten. Maar ja, dan heb ik het dus over de derby. Bij andere wedstrijden was de sfeer niet zo vijandigheid, eerder fanatiek en mooi. Ik kon daar echt van genieten. Ik heb me ook nooit onveilig gevoeld, maar ik moest wel presteren. Voordat je het wist werd je opgewacht door boze supporters.."
Rypke is onze Oranjeverslaggever. Lees hier meer verhalen van Rypke.
De verhalen van Stevens staan niet op zich. Pak de Europese wedstrijden van Nederlandse clubs in Griekenland erbij en het vooroordeel van de heksenketel (door de Dikke Van Dale gedefinieerd als "plaats waar de toestand onrustig en verward is") wordt meermaals bevestigd.
Er was PAOK-AZ in 2004, met boze fans die nog tijdens de wedstrijd een tribune in brand staken. Veertien jaar later gooide een fan van AEK een molotovcocktail vlak naast een uitvak vol Ajax-supporters. En anderhalve week geleden nog zag het gezicht van Ajax-captain Steven Bergwijn groen van de laserpennen toen hij aanlegde voor een strafschop tegen AEK.
Tom van Weert, die sinds 2021 eerst voor Volos en nu AEK speelt, maakte ook een keer mee dat het uit de hand liep. "Dat was afgelopen april, de topper uit tegen Olympiacos", vertelt de 33-jarige spits. "We wonnen met 1-3. Daar waren de fans van Olympiacos niet zo blij mee, zal ik maar zeggen."
Supporters van de thuisclub bestormden het veld. Ze gooiden met losgetrokken stoelen en vuurwerk naar de politie. "Net als alle ander spelers was ik op dat moment al naar binnen gesprint", vervolgt Van Weert. "Dat was wel zo verstandig. Het was de enige keer in mijn jaren in Griekenland dat ik dacht: dit gaat misschien een beetje te ver. Maar bang was ik niet. Mijn ervaring is dat er altijd genoeg politie is om de spelers te beschermen. Misschien is er geleerd van het verleden."
#FOOTBALL
A #MolotovCocktail has now been thrown at #Ajax fans. pic.twitter.com/Fx9VlI1ub5
Volgens Van Weert worden de excessen minder. "Vorige week waren mijn ouders hier bij een wedstrijd en toen werd er flink gefouilleerd. Dat was vorig jaar niet zo. Ik heb het idee dat het qua vuurwerk en laserpennen afneemt."
Het is misschien ook makkelijker geworden voor politie en beveiligers, omdat ook in Griekenland de stadions moderner worden. AEK speelt niet meer in het vervallen Olympisch Stadion, waar in vijf jaar geleden de molotovcocktail bijna het Ajax-vak invloog. De in 2022 geopende OPAP ArenA is nu de thuishaven. En dat is ook het stadion waar Oranje maandag de belangrijke kwalificatiekraker tegen Griekenland speelt.
"Ik vind het een fantastisch stadion", zegt Van Weert. "Heel modern, maar wel met tribunes dicht op het veld. Het is geluid is hard en komt van alle kanten. Die passie op de tribune is zo mooi om mee te maken. Ook als we uit spelen en het vijandig is. Dat hebben we tegen elke andere topclub. Ja, noem het gerust een heksenketel. Althans, bij topwedstrijden, Europese wedstrijden en derby's. Bij een gemiddelde competitiewedstrijd is het minder intens in Griekse stadions."
De vraag is in welke categorie de wedstrijden van het Griekse elftal vallen. Het duel met Oranje is een van de belangrijkste wedstrijden van de Grieken van de laatste jaren, maar 24 uur voor de aftrap in de OPAP Arena waren pas 16.000 van de 32.000 beschikbare kaarten verkocht.
"Ik denk dat er op het laatst nog flink wat kaarten verkocht worden", vertelt Nikos Stratis, sportjournalist van de Griekse zender ART TV. "Echt, het stadion zal niet half leeg zijn. Maar als je kijkt naar het belang van de wedstrijd, dan had het natuurlijk allang uitverkocht moeten zijn."
Het contrast is groot met de belangrijke wedstrijden van de Griekse topclubs. Stratis: "Je kunt zelfs zeggen dat de nationale ploeg een beetje slachtoffer is van de populariteit én de rivaliteit van de clubs. De gemiddelde Griekse voetbalfan sterft voor zijn club, niet voor zijn land. Clubliefde zit hier dieper."
Van Weert herkent het. "Neem mijn club AEK. Dat is in de jaren twintig gesticht door Grieken, die gevlucht waren uit Istanboel. AEK was een nieuw begin voor ze. De club zorgde voor saamhorigheid en die is van generatie op generatie doorgegeven. De liefde voor AEK gaat verder dan een potje voetbal. Het is bijna een geloof."
De fanatieke aanhang van AEK zie je daarom niet snel in het stadion bij een wedstrijd van Griekenland. En die van Olympiacos, Panathinaikos en PAOK evenmin.
Stratis: "De Griekse fans die er wél zitten zijn niet zo fanatiek. Dat komt ook de prestaties, het is al bijna tien jaar geleden dat we ons voor het laatst plaatsten voor een groot toernooi. Daarom hoop ik ook zo dat we nu wel het EK halen. Dat zou voor een impuls kunnen zorgen. En natuurlijk, dit blijft wel Griekenland. Er komt tegen Nederland heus wel wat los op de tribune. En misschien zelfs wel een beetje vuurwerk."
Van Weert denkt dat ook. "Een Griek gaat niet op zijn stoeltje zitten, ook niet als het nationale elftal speelt. Een stadion is voor hem geen bioscoop. Het wordt qua sfeer geen AEK-Olympiacos. Maar ook zeker geen dooie boel."
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl sport