Home

NU+ Zo verhoudt Verstappen zich tot andere grote Formule 1-kampioenen

Het clubje coureurs dat drie keer of vaker kampioen werd, bestaat sinds zaterdag uit elf namen. Verstappen pakte de rijderstitel drie keer, net als Jack Brabham, Jackie Stewart, Niki Lauda, Nelson Piquet en Ayrton Senna. Alain Prost en Sebastian Vettel deden het vier keer en Juan Manuel Fangio vijf keer. Lewis Hamilton en Michael Schumacher zijn de kolossen in het gezelschap met elk zeven wereldtitels.

Twee van deze coureurs zijn nog actief: Hamilton en Verstappen. Gezien de verhoudingen tussen Red Bull en Mercedes én de leeftijden van de twee (Hamilton is 38, Verstappen 26) is het reëel dat vooral de Nederlander nog forse stappen gaat zetten in deze club.

De enige die er momenteel op korte termijn bij kan komen, is Fernando Alonso. De Spanjaard heeft al twee kampioenschappen op zak.

Omdat de seizoenen steeds langer worden, is het goed om te kijken naar het percentage gewonnen races van gereden Grands Prix. Fangio, de ster uit de jaren vijftig, komt er daarbij goed uit met 47,1 procent. De Argentijn reed door de korte seizoenen in de eerste Formule 1-jaren slechts 51 Grands Prix, maar won daarvan wel bijna de helft.

Uiteindelijk is Formule 1 ook een spel dat draait om, met soms wat geluk, op het juiste moment in de juiste auto zitten. Dan is het nog wel zaak om van die sterke auto te profiteren.

Hamilton had wat slechte jaren, maar zat toch bovengemiddeld vaak in een topauto. Vettel betaalt statistisch gezien de prijs voor zijn steeds slechter wordende seizoenen na zijn dominante fase in de Red Bull. En Senna moest vier jaar wachten tot hij in de dominante McLaren terechtkwam.

In dat opzicht doet Verstappen het goed. Zeker als je meetelt dat de in 2015 gedebuteerde Nederlander pas in 2021 een auto had waarmee hij het hele seizoen om de zege kon strijden.

Betrouwbaarheid speelt uiteraard een grote rol in dit soort cijfers. Uitvallende topauto's zijn tegenwoordig een zeldzaamheid, maar zeker in de eerste vier decennia van de sport kwam het regelmatig voor dat een leidende coureur zijn auto rokend aan de kant moest zetten. Het maakt de prestatie van Stewart, die bijna een derde van zijn races won, misschien wel des te knapper. Hetzelfde geldt uiteraard voor Fangio.

Er is één categorie waarin Verstappen al uitblinkt: de verhouding tussen het aantal polepositions en overwinningen. Het duurde lang voordat de Nederlander voor het eerst pole pakte (Hongarije 2019), en voor zijn eerste kampioensjaar lukte dat überhaupt maar drie keer.

In diezelfde periode won Verstappen wel al tien Grands Prix. Ook daarna liet hij zien geen pole nodig te hebben voor de zege.

Senna staat hier aan de andere kant van het spectrum. De Braziliaanse legende viel op door in de jaren voordat hij in een dominante auto zat (de periode 1984-1987) al zestien keer pole te rijden en juist relatief minder te winnen. Dat kwam ook doordat Senna op zondagen in die fase lang niet altijd in de snelste en betrouwbaarste auto zat.

Onder de zevenvoudig wereldkampioenen Hamilton en Schumacher valt op dat Schumacher hier beter uit komt. De Duitser won relatief vaker in de jaren dat hij niet duidelijk over de beste auto beschikte. Zeker in zijn eerste seizoenen bij Ferrari, maar ook al in de Benetton in zijn eerste titeljaar 1994.

Dat is ook te zien in de volgende grafiek. Hamilton zette zijn polepositions procentueel gezien even vaak om in een overwinning als Schumacher, maar de Duitser won wel vaker zonder poleposition (51 keer).

Verstappen bivakkeert hier in de middenmoot, met de helft met en de helft zonder pole. Tegelijkertijd won zijn schoonvader Piquet opvallend vaak zonder poleposition (18 van de 24 keer).

Senna is de coureur die relatief het vaakst won vanaf pole. Slechts 12 van zijn 41 overwinningen kwamen vanaf een andere startplaats.

Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen

Source: Nu.nl sport

Previous

Next